maandag 1 februari 2021

Maria Lichtmis in de Janskerk en de bedoeling van oecumene

 Zondag 31 Januari was er een katholieke mis in de Janskerk in Utrecht, met de Augustijner priester Dr. Joop Smit als celebrant. Geen volk in de kerk buiten musici en enkele medevoorbereiders. Alleen kijken via internet dus. Dat deden wij ook.

Als thema was Maria gekozen in de cyclus iconen. Vanwege de datum van 2 februari ('Maria Lichtmis') werd gelezen uit Lucas 2:22-40, bezoek aan de tempel door Jozef en Maria, offer van duiven, 'reiniging' van Maria. Mijn moeder werd altijd boos als zij het er over had: bevalling is toch natuurlijk daar hoef je niet geestelijk van gezuiverd te worden. Marjan Geurtsen schreef er een dissertatie over (naar aanleiding van Syrische liturgie rond 200-300). Maar dit was een thema dat niet aan bod kwam. Evenmin de oude Simeon die zijn levensvulling gezien heeft in de ontmoeting met de jonge Jezus (vandaar de cantates Ich habe genug ...  Schlümmert ein..).

Joop Smit begon met een analyse vande Maria-icoon en de wereld van the Godsmoeder, theotokos, op het concilie van Efese, 430, dus 21 jaar voor de twee-naturenleer voor Jezus, tot dogma verklaard. Joop Smit houdt er niet van om verjaarde en niet meer bruikbare termen nog eens af te serveren. Wel besprak hij uitvoerig de wereld die verbonden is met die idee van Maria 'als de zachte kant van God': dat is een internationale breed levende traditie in het christendom. In het Lucas-evangelie zien we een heel andere Maria en Jozef: als wetsgetrouwe joden. Dat blijkt ook uit de woorden die Simeon gebruikt voor Jezus: licht van de volken, glorie van Israël. Dat zijn messiaanse termen uit Jesaja.

De twee 'Maria-tradities' (er zijn er nog veel meer), zag Joop als twee bloedgroepen, die hij hier graag bij elkaar wilde brengen. Dat heet oecumene, waarvan de Janskerk al 50 jaar een groot voorstander is. Die oorspronkelijke bloedgroepen waren wel de protestante en de katholieke, maar dat heeft zich verder ontwikkeld. Wetende dat je niet de ultieme verklaring van spirituele waarden kunt geven, dien je ruimte te geven aan andere bloedgroepen.

Dat is toch een wat andere invulling van oecumene dan wat ik zag bij Anton Houtepen en zijn contacten met de Wereldraad van Kerken en ook wel de katholieken van het secretariaat voor oecumene. Daar was het einddoel dubbel: enerzijds het tot stand brengen van een zichtbare en institutionele eenheid van alle christenen. Daarnaast toch ook een 'aanpassing van religieuze denken aan de moderne tijd'. Binnen die ambitieuze oecumene kwamen de orthodoxe kerken helemaal niet tot hun recht. Zij zijn binnen de Wereldraad eigenlijk nooit voor vol aangezien als een andere bloedgroep, met volwaardig bloed.

Maar het klonk allemaal wel lieflijk: bij moslims kan zo'n idee van Maria als Moeder Gods helemaal niet: daar is in de Koran al zo vaak en stevig tegen gesproken dat een taboewoord is geworden. Soms moet er dus toch wel rekening gehouden worden met gevoeligheden van andere bloedgroepen en moeten verouderde termen ook wel eens harder worden aangepakt. Kort na Efese 430 wilden de Nestorianen er toch ook al niet aan. Dat deze context niet aan bod kwam, geeft wel aan dat het met die grotere oecumene, buiten de grenzen van christendom toch nog niet zo heel veel is geworden.