maandag 26 april 2021

Paulus in de Janskerk

 De Utrechtse Janskerk was ooit een oecumenische studentenkerk. Die traditie is nog wel voortgezet, ook nadat Kardinaal Eijk de oecumenische samenwerking heeft ontbonden. Voor de zondagsdiensten wordt geen traditioneel of oecumenisch schema gevolgd van lezingen.Er wordt gewerkt met cycli van 4-6-8 diensten die per zondag dus weer via een thema worden gespecificeerd. Op dit moment zitten we in de cyclus van Pasen: (de verrijzenis van) het lichaam. Zes zondagen zijn er in deze cyclus. Bij drie ervan wordt een deel van brieven van Paulus aan de Korinthiërs gelezen. Eén heeft lezing uit de brief aan de andere grote Griekse stad waar Paulus het langst zijn versie van het christendom preekte. Iemand schrijft een voorstel voor een cyclus, vaak zo'n 6 bladzijden creatieve nieuwe geloofsformuleringen. Per zondag is er een voorbereidingsgroep die daarmee verder moet gaan. De huidige cyclus heeft verschillende namen gekregen, naargelang de ontwikkeling van de gedachten over het thema: "Opstaan; geloven met je lijf: jij bent niet die we dachten." Voor afgelopen zondag werd de naam van de cyclus "Dit is mijn lichaam." en het thema voor de zondag "Tabernakel in mijn lichaam, nu en eeuwig".

Voor zondag 25 april kwam de voorbereidingsgroep van vijf mensen bij elkaar via zoom. Daar kwamen allereerst twee prachtige ideeën uit: Hans Malschaert, echtgenoot van voorganger Thea Peereboom, zou tijdens de dienst schilderen, een uitwerking van het thema van de lezing uit 2 Kor. 4:18-5:8. Verder werd bij de vredeswens een Powerpoint getoond met 53 foto's die Janskerkleden daarvoor hadden opgestuurd, zodat ook in corona-tijd  iets van een wederkerige vredeswens kon worden gerealiseerd.

Schilder Hans Malschaert had voorwerk gedaan: een impressie van het koor van de Janskerk in Siëna, de oranje-achtige kleur die zijn voorkeur heeft. In dat gebouw zijn tijdens de dienst dan twee soorten wezens gekomen: vrijgevochten vliegende figuren tegenover de drie  wat treurig zittende personen onderaan. Is dat een verwijzing naar de bevrijde tegenover de nog-niet-verloste status?

Bij de lezing uit 2 Kor. stuitte predikante Peereboom op problemen: het eerste vers ruikt wel erg naar een anti-materialistische ideeënleer in de trant van Plato. Onze blik is niet gericht op het zichtbare, maar op het onzichtbare. Want het zichtbare is maar tijdelijk, het onzichtbare is eeuwig. Dit gaat zo door tot het einde: We zijn vol moed en zouden liever uit het lichaam wegtrekken en bij de Heer intrekken. Maar daartussen komt dan nog het beeld van het Tabernakel: God die in menselijke bouwsels woont en het lichaam wordt ook met een tabernakeltent vergeleken. Dan komen we dus bij de neo-platoonse, mystieke gnosis die ook in de materiële wereld een spirituele dimensie ontdekt, zoals in het lied staat, dat dooreen van de voorbereiders was meegeschreven:

Vonkje van hoopdiep in mij

lieve God, wakker het aan tot een vlam van vertrouwen,

dat wij gaan in vurige liefde.

Vonken die overslaan.

Aanvulling: een week later was er weer een dienst rond Paulus en de Korinthiërs, nu over het 15e hoofdstuk uit de eerste brief. Dat gaat over de overgang van een sterfelijk naar een onsterfelijk, geestelijk lichaam. Predikant en bijbelkundige Joop Smits wees ook hier het verschil/onderscheid tussen ziel-lichaam af als onjoods: voor de joodse lezer is het lichaam een ondeelbare entiteit van vlees en boed en adem-geest.Maar hij ging niet echt in op dat visioen van Paulus dat er over afzienbare tijd een bazuin zou klinken waarbij dan zowel de alsdan levenden én de overledenen veranderd worden in onvergankelijke mensen. Hij liet dat zingen met de aria uit de Messiah van Händel: I tell you a mystery, the trumpet shall sound and we shall be changed, incorruptably ...

Toen dacht ik weer aan dat schilderij van Hans Malschaert. Waren die twee vliegende mensen levenden geweest die als eersten overal naar toe konden vliegen, terwijl die drie beneden langzaam aan hun nieuwe kleding en nieuwe status kondengaan wennen?

Maar je kunt je bij het schilderij nog iets anders indenken. De Janskerk was in de bisschopstijd,van ca 1150 tot 1579 een gebedsruimte voor kanunniken, die er dagelijks zeven keer moesten bidden. Nu komen er lezingen, bruiloften, openingen van scholen én vrijzinnige kerkdiensten. Een enkele keer zingen we daarom wel Gregoriaans voor de zielen van die oude kanunniken (zoals we enige jaren geleden deden met de Lauden van Goede Vrijdag), maar meestal vliegen we vrij rond met onze gedachten. Is dit dus een schilderij over de eeuwenlange verandering van mensen in de Janskerk?