Eerder schreef ik al over de biografie van kardinaal Van Rossum (Vefie Poels, 735 blz), nu dus een en ander over die van Johannes Willebrands, een leven in gesprek, door Karim Schelkens (Amsterdam: Boom, 2020, 607 blz. Ik las nu pas het boek; over het webinar op 26 januari 2021). Dit is dus de tweede Nederlandse curiekardinaal sinds paus Adrianus VI (st. 1522). Hun levens beginnen voor een deel gelijk. Willebrands is geen wees, kwam uit een harmonisch middenstandsgezin in West-Friesland, Bovenkarspel, maar volgde wel een klein-seminarie in Vaals bij de Redemptoristen, (waar Van Rossum 50 jaar eerder deels zijn groot-seminarie deed). Willebrands ging verder filosofie en theologie studeren bij het bisschoppelijk seminarie van Warmond, daarna nog eens theologie in Rome, met een dissertatie over Newman. Daarmee was al bijna 1/3 van zijn leven aan opleiding gegeven: van 1909 tot 1937. Daarop volgde vier jaar praktische zielzorg in een kalme en intellectuele sfeer aan het Begijnhof in Amsterdam: kleine parochie, intellectuele pastoor die veel met kerkgeschiedenis deed. Het was nog de tijd van bekeerlingen zoeken bij Protestanten en Joden.Eigenlijk was Willebrands toen over Joden al positiever: Jezus was zelf een Jood, maar na veel aarzeling doopte hij in de zomer van 1940 toch een Jodin. In diezelfde eerste oorlogszomer vertrok hij naar Warmond om docent filosofie te worden. Hij liet de westerse filosofie beginnen bij Plato, kwam via Epicurius en de Stoa bij de middeleeuwse scholastiek. Pas in 1948 begint de oecumenische pionier gestalte te krijgen.De "Apologetische Vereniging Petrus Canisius" veranderde van naam in Sint-Willibrordvereniging 'voor herkerstening en hereniging binnen Nederland'. Petrus Canisius had toen kennelijk een slechte naam als agressieve apologeet tegen de protestanten. Herkerstening was ook een woord om een gemeenschappelijk doel mét protestanten te vinden. Rond 1980 begint Willebrands dan zijn belangrijkste project: de Katholieke Oecumenische Raad. Het jaar ervoor had hij zijn bisschop al om taakverlichting gevraagd: want hij was zowel directeur als docent bij de filosofische afdeling. Hij had geen academische ambities en schreef alleen de twee noodzakelijke artikelen om de erkenning van zijn Romeinse dissertatie te krijgen. Hij zocht een internationaal netwerk om een Katholieke Conferentie voor Oecumenische Vragen te kunnen opzetten. Hij organiseerde jaarlijkse conferenties, steeds op verschillende plaatsen, waar zowel theologen als kerkleiders, aanvankelijk alleen katholiek, later ook protestanten. Aan katholieke zijde waren er vier groepen: Italianen als Montini, Bea en Charles Boyer in Rome, Duitsers rond de bisschop van Paderborn, Franstaligen rond Congar, Belgen van Chevetogne. In 1952 kwam er in Fribourg een stchtingsvergadering van de Catholic Conference for Ecumenical Questions. Het was nog lang niet altijd de open oecumene zoals wij het nu kennen. In 1953 sprak Alfrink in Chevetogne over de 'succesvolle oecumene' in het Aartsbisdom Utrecht, met als resultaat een duizend protestantse bekeringen tot het katholiek geloof per jaar. Maar langzaam kwam er toch ook sympathie voor protestanten bij, ook, na moeizame ontmoetingen, onderhandelingen met de orthodoxie. Je buitelt in het boek over allerlei ontmoetingen en steeds meer namen. Zo werd het in 1960 voor Paus Johannes XXIII, die een concilie bijeen wilde roepen, logisch dat hij Willebrands moest hebben als secretaris (onder de oude kardinaal Bea) voor het nieuw op te richten Vaticaanse secretariaat voor de eenheid. Kardinaal Bea kwam maar een keer per maand op het kantoor, maar gaf wel geld voor een nieuwe Volvo voor Willebrands, die in 1958 door zijn bisschop was vrijgesteld voor dit werk, maar er geen fondsen voor had. Op vele fronten geeft dit boek inzicht in de verrassend snelle veranderingen in de Katholieke Kerk tussen 1950 en 1965. Voor het concilie dat in vier perioden in het najaar van 1962-5 bijeenkwam waren een 40tal niet-Katholieke observers.Willebrands en zijn secretariaat stonden naan de bakermat van 3 belangrijke conciliedocumenten: christelijke eenheid of oecumene, contact met niet-christelijke godsdiensten (Nostra Aetate) en godsdienstvrijheid. Dit waren dus allemaal punten waar zijn voorganger, Van Rossum nog de antimodernisteneed van Pius IX over had gepreekt. Overigens spreekt deze biografie alleen over de Joden van Nostra Aetate, terwijl die voor mij persoonlijk natuurlijk veel belangrijker was als opening naar de Islam. Op 7 december 1965 spreekt Willebrands namens de katholieke bisschoppen (inclusief de paus) de opheffing van de banvloeken tussen Rome en Constantinopel.
Na het concilie komen nog belangrijke ontwikkelingen: de Paus Paulus VI ontmoet de patriarch van Constantinopel/Istanbul, hij bezoekt de Wereldraad en ontmoet de Anglikaanse leider. Maar het Vaticaan wordt geen lid van de Wereldraad van Kerken, er komt geen intercommunie. Willebrands wordt in 1969 wel kardinaal, maar de functie van het oecumenesecretariaat wordt wat minder. In 1975 moet Willebrands (tot 1983) het Aartsbisdom Utrecht 'er bij' doen. Hij krijgt dan conflicten, vooral met bisschop Gijsen van Roermond. De priesteropleiding staat vrijwel stil: niet één priester heeft hij kunnen wijden in zijn 'Utrechtse periode'. De aparte bisschopsvergadering in Rome voor de verdeelde Nederlandse bisschoppen heeft niets opgelost. In December 1983 komt Simonis naar Utrecht als zijn opvolger. Als Paus Johannes Paulus II in 1985 naar Nederland komt, heeft Willebrands geen Nederlandse functie en hij probeert alleen nog de contacten met Nederlandse joden een beetje te redden. Officieel blijft hij tot 2 januari in dienst van het Vaticaan, toen dus zijn opvolger aan het secretariaat aankwam. Hij zelf ging toen naar een zusterklooster in Twente, Denekamp, tot zijn dood op 3 Augustus 2006.
Hoe de twee te vergelijken? VR was nooit inde praktische pastoraal, was nooit in een missiegebied, hij ontwierp vooral modellen en regels hoe alles uniform moest lopen. W was de man van ontmoeting, die overal wat goeds in moest gaan zien, aanknopingsunten vinden, de spiritueler. VR steunde in zijn jongere jaren vooral op Alfonsus, eigenlijk toch een advocaat die de algemene leefregels voor iedereen kende en wilde gaan toepassen. W steunde op Newman, een zoeker, die anderen in de zoektocht naar het spirituele wilde steunen met zijn Grammar of Consent


Geen opmerkingen:
Een reactie posten