maandag 13 januari 2020

Vincent van Gogh: familie en vrienden

Antropoloog J. Wuisman schreef een dissertatie over sociale verandering in de Indonesische provincie Bengkoelen. Ik vroeg hem ooit waarom zoveel van zijn boek gaat over uitgebreide familie-relaties. Zijn antwoord was simpel: waar moet je anders een beroep op doen als je in de problemen zit? Kleinere gemeenschappen hebben dan ook een uitgebreid arsenaal aan woorden voor allerlei soorten ooms, tantes, neven en nichten.
In Den Bosch heeft het Noordbrabants museum in 2017 een typisch Brabants schilderij kunnen kopen van een lokale Collse Watermolen in het Dommeldal tussen Nuenen en Eindhoven. Zodoende is er een mooie Van Gogh tentoonstelling gekomen in Den Bosch. Het thema was dat Van Gogh (1853-1890, dus 37 jaar geworden) zeker niet een eenzame zonderling was, maar een familieman, dol op zijn broer Theo, maar ook in goede relatie met ouders, en met een uitgebreid netwerk aan vrienden. Van Goghs intimi: vrienden, familie, modellen.
Ook al heeft het museum geen eigen Van Gogh-collectie als het Kröller-Müller of het Amsterdamse museum (het laatste is eigenlijk de familie-erfenis), er was toch veel moois te zien. Maar het ging in de teksten en keuze niet allereerst om de ontwikkeling als kunstschilder, maar vooral een juichend beeld over zijn sociaal karakter
De psychologie ging wel erg juichend en soms simpel. Het oor afsnijden ging in 'een vlaag van verstandsverbijstering' en toen hij van einde 1883-eind 1885 thuis was in Nuenen kreeg hij alle vrijheid, zeiden ze er niets van als hij niet naar de kerk ging, waar zijn vader toch dominee was. In het boekje bij de tentoonstelling komt even de zendeling-carrière aan bod: "Aanvankelijk heeft Vincent grote bewondering voor zijn vader en diens roeping als dominee. Tijdens een fanatieke godsdienstige periode in de Belgische Borinage (1878-1879) slaat hij door in vroomheid en geeft al zijn bezittingen we. Pa waardeert Vincent 'ware belangstelling voor ongelukkigen', maar godsdienst dient niet overdreven geuit te worden."  Daar heeft Anton Wessels toch wel met meer diepgang over geschreven.
We moesten de auto in de St. Jansgarage zetten. Die is niet vlakbij de grote kathedraal, maar net buiten de vestingmuren. Er is wel een prachtige wandeling van die hele grote parkeergarage gemaakt,  via de oude stadsmuur, een park, en zo her en der wat beesten in de trant van Jeroen Bosch. Het schrikt ons minder af om naar Den Bosch te gaan, want vanuit die garage zit je echt meteen in hartje stad.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten