dinsdag 26 januari 2021

Kardinaal Willebrands achteraf bekeken

Kardinaal Willebrands (1909-2006) heeft een biografie gekregen, geschreven door Karim Schelkens, docent inTilburg University. Bij zo'n gebeurtenis hoort een presentatie voor publiek en de was er ook, afgelopen zondag, 24 jan. 2021. Lokatie zou zijn in Den Haag, maar nu werd het een webinar, waarbij de lokatie er niet toe deed. Het was de eerste keer in 10 maanden dat ik er in geslaagd ben om zo'n programma via zoom goed te kunnen volgen. Er waren steeds zo'n 175 deelnemers aanwezig: mooi aantal op een zondagmiddag om 14.00 uur. 

 

Aanvankelijk had ik niet in de gaten dat ik op video-aan moet drukken om ook mijn plaatje erbij te krijgen. Het was wel leuk om zo ruim tien oud-collega's en bekenden te zien die ik al lang niet meer fysiek was tegengekomen: Ed Kimman, Eric Sengers, Henk Witte, Gerard van 't Spijker, bisschop Gerard de Korte en zo verder. Bert Groen was er (nog steeds, ook na emeritaat) vanuit Oostenrijk. Er waren na een inleiding door auteur Karim Schelkens nog vijf sprekers die ieder 10 minuten kregen. Discussie was er niet echt, al werden er via de chat-functie wel wat vragen gesteld. Brian Heffermans sprak over WB als 'zielzorger': dat was hij, maar wel gereserveerd. Zijn contacten met Cornelia de Vogel (de briefwisseling is bewaard gebleven) waren nogal kalm en afstandelijk, terwijl De Vogel honderduit en zeer open schreef. De Memoires van Bluyssen schijnen ook zeer open karakteriseringen van de omstandigheden te geven.

Hij was een ietwat deftige, zakelijke persoon, die ook afstand hield van politiek en zich tot het strikt-religieuze wilde beperken. De eenheid van een volk en een religie bij het jodendom en vooral de staat Israël vond hij erg ingewikkeld. Overigens: ook Alfrink en Van der Ploeg hadden liefde voor de bedoeïenen, maar niet voor de nieuwe staat der joden! In 1937 (28 jaar oud pas!) was hij in Rome in kerkgeschiedenis gepromoveerd op Henry Newman. Ook een geleerde gentleman. 'Kijk eens naar zijn keurige schoenen!' Toen de Wereldraad van Kerken na 1970 nogal de sociaal-economische kant opging, kon hij er niet veel mee doen. Hij kwam in Rome als secretaris voor de eenheid in 1960 en beter had hij het niet kunnen treffen. De tijden waren klaar voor verandering. Vooral met de orthodoxen van het oude Constantinopel kon hij goede relaties opbouwen en uiteindelijk werd de wederzijdse banvloek van 1054 kort na het concilie van 1962-5 ook ingetrokken. Ook met de Anglikanen gingen de relaties de goede kant uit. Iemand vroeg zich zelfs af of in 1967 de eenheid al echt hersteld had kunnen worden?

In 1975 benoemde Paulus VI hem tot aartsbisschop van Utrecht (nadat door benoemingen van Simonis en Gijsen), maar zijn werk in Rome ging gewoon door, al werden er daar geen echte stappen vooruit meer gezet, die tijd was al voorbij. In Nederland kon hij de verzoening niet brengen. In de 8 jaar van zijn bewind (tot 1983) heeft hij ook niemand tot priester kunnen wijden: de splitsing van conservatief  en vooruitstrevenden had al toegeslagen. Op het graf van de Nederlandse paus Adrianus VI in Rome staat die onheilspellende spreuk: hij was in de verkeerde tijd op het mooie ambt gekomen. Zo erg was het met Willebrands zeker niet: de jaren 1960 waren fantastisch!


maandag 25 januari 2021

De Koran lezen met Michel Cuypers: sura 5, Het Banket, Al-Ma'ida

In de jaren 1990 was ik eindredacteur van het tijdschrift Begrip: Moslims-Christenen. Daar heb ik toe een rubriek ingevoerd, 'Het Islamitisch-Christelijke Leerhuis' als een manier om de Koran te lezen, naast Bijbelse fragmenten. In 1998  kwam uit die aandacht ook een eerste boek over een Koranthema: Adam Redivivus. De titel wil zeggen dat Adam als het ware opnieuw gecreëerd wordt in de Koran, anders dan in de christelijke traditie. Zonder erfzonde. In dat boek gaf ik ook extra aandacht aan de verhaalcultuur van Indonesische moslims, die volgens mijn leraar Javaans, Pak Amin Soedoro, 'geen rem hebben op hun fantasie': de slang van het paradijs is maar één van de transformaties van de duivel.Hij moet zeven poorten zien binnen te komen en wordt ook een maiskorrel, opgegeten door een kip die over de muur kan vliegen. Wordt een knappe vrouw, die de volgende poortwachter kan verleiden enz. enz. Het tweede  Koranboek kwam in 2002 en heette De Korte Hoofdstukken van de Koran (de laatste 37 sura's). In 2006 volgde het boek over De Jezusverzen in de Koran, tenslotte in 2011 een commentaar op de langste, sura 2. Het boek over de Jezusverzen verscheen in 2011 in een Engelse vertaling van Simon Rae (New Delhi en Hyderabad) en in een Indonesische vertaling in 2015.

Sinds enige tijd loop ik met de gedachte voor een nieuwe en bijgewerkte versie van de Korte Hoofdstukken. De Franse 'petit frère de Charles de Foucault', Michel Cuypers,lange tijd werkzaam in Iran, nu in Cairo, publiceerde een boek over de 33 laatste sura's van de Koran als een 'Koranische Eschatologie'. In afwachting van dat inmiddels bestelde boek, lees ik nu het eerdere boek datCuypers schreef over zijn specifieke methode van Koran-uitleg, Le Banquet, over de 5e sura.

De Koran is verdeeld in 114 sura's, die weer in verzen zijn verdeeld. Bij zijn exegese legt Cuypers de nadruk op het lezen van een sura als een geheel zelfstandig literair product. Maar binnen de eenheid van de sura zijn er weer aparte onderdelen die we als eigenstandige eenheden moeten zien. De lange sura 5 (120 verzen) ziet Cuypers in lijn met de algemene traditie als de laatste in ontstaan, de afsluitende dus. De positie van de 'nieuwe religie', de Islam, wordt hier beschreven in contrast met de twee belangrijke concurrenten, Joden en Christenen. Dit geheel wordt verdeeld in twee gedeeltes, die ook weer in onderdelen worden bekeken, respectievelijk 5 en 3.  Die krijgen allemaal titels en die worden minutieus geformuleerd en uitgelegd. Er gebeurt nog veel meer, maar voorlopig vind ik het meest boeiend om die titels precies te bekijken. Kernbegrip voor de hele sura is de verwezenlijking van het verbond tussen God en mens.

A. 5:1-71: Moslims, Joden en Christenen tegenover het verbond

A1 (5:1-11) Het verbond komt tot volheid in de Islam

A2 (5:12-26) Joden en Christenen weigeren om toe te treden tot het Verbond

A3 (5:27-40) Straf voor de rebellerende kinderen van Israël

A4 (5:41-50) Gezag/autoriteit van de Profeet over Joden en Christenen

A5 (5:51-71) De status van Moslims en de Mensen van het boek

B: 5:72-120 De roeping van christenen om tot het Verbond toe te treden

B1 (5:72-86) De Christenen worden opgeroepen tot bekering

B2 (5:87-108) Een grondwet voor de gemeenschap van gelovigen

B3 (5:109-120) De belijdenis van het monotheïstisch geloof door Jezus en de apostelen

Cuypers  gaat er, net als de Indiase geleerde Islahi en Mustansir Mir van uit dat de sura het meest wezenlijke onderdeel van de Koran is, zo'n beetje als de evangelies, de Paulusbrieven e. d. als aparte geschriften tezamen het Nieuwe Testament vormen. Maar toegepast op sura 5: daar komt de term Verbond voor mij toch niet meteen als kernbegrip naar voren. Niet zoiets als Verlossing of Bevrijding: meteen vanaf het begin komen ereen aantal spijsvoorschriften voor. In vers 6 de rituele reiniging of wudu'. In vers8 over status van getuigen. De waardering van Joden en Christenen is nogal wisselend: het beroemde en veel geciteerde vers 5:48 (God had de mensheid absoluut één en homogeen kunnen laten zijn, maar heeft gewild dat er meerdere volkeren en stromingen zijn) met de uitspraak fastabiqu bi a'-khairat of  'ga met elkaar een wedstrijd om het goede aan', lijkt te wijzen op het feit dat er bij iedereen wel wat goeds is.

Binnen een bepaalde episode weet Cuypers dan toch ook vaak op indringende wijze zijn methode om zo'n fragment als eenheid te zien stevig te beargumenteren: B1 geeft in verzen 72-86 eerst de fouten van de christenen (72-77, met als centrum van dit onderdeel vers 74: dat de bekering centraal staat); dan 78-86 de fouten van de Joden en de bekeerde christenen worden hier juist heprezen, met weer als eigen centrum vers 82 dat de Joden het allerslechtste zijn en de (bekeerde) christenen heel goed. Het blijft een met vuur en overtuiging geschreven boek, waar je niet zo gemakkelijk in mee kunt gaan.


zondag 3 januari 2021

1001 nachten volgens Kader Abdolah

Vanwege de corona-tijd en vooral de twee ziektes in ons huis (Karel met prostaatkanker, uitgezaaid en wel; Paule met Parkinson) was het allemaal geen perfecte voorbereiding en setting voor een 'vrolijke kerst' en daarom bestelde ik op 24 december het nieuwste boek van Kader Abdolah, 1001  Nacht: een hervertelling. Het was er de volgende dag al. Kennelijk werkten de mensen van Broese  toen hun winkel gesloten was ook in de buitendienst.

Van Kerst tot Nieuwjaar heb ik genoten van de vele verhalen, waartussen Abdolah ook een groot aantal persoonlijke beschouwingen en historische weetjes over de lange geschiedenis van deze verhalen heeft neergeschreven. Van de vele verhalen heeft Abdolah er 10 series uitgehaald en die weer in kleine stukken weergegeven. Zoals ook in de dierenfabels weergegeven in Kélilé en Demné (uit 2002,toen Abdolah pas 14 jaar in Nederland was), zijn de verhalen tot op het bot ingekort, helder weergegeven en zijn de stukken die we opgediend krijgen hooguit 2-3 tot zes bladzijden lang. De lawine van vertellers die binnen elkaars verhalen te werk gaan, wordt helder weergegeven. Anders dan de dierenfabels uit 2002, gaat het in 1001 Nacht vooral over onderhoudende verhalen van ongeluk, pech en stinkend geluk. De vrouwen spelen de hoofdrol, zijn nemen de mannen beet, leiden ze naar het bed en houden de hoofdrol. Abdolah houdt er van overzicht en kort te schrijven: van de versie in zeven delen van vertaler Richard van Leeuwen, waar ook nogal stevige sex in voorkwam, heeft hij een enkele bladzijde overgenomen, maar hij laat ook zien dat iedere tijd zijn eigen eisen stelde. De Franse orientalist Antoine Galland schijnt kort na 1700 een eerste versie in een tiental delen vertaald te hebben, waarna het alsmaar doorging. Vooral de Arabische versies zijn vol met avonturen en erotiek, dat doen de Perzen bescheidener. Dit geeft Abdolah op veel bladzijden dan weer gelegenheid om uitvoerig in te gaan op de rivaliteit tussen de Perzen: de twee volken houden niet van elkaar en de culturen passen ook niet bij elkaar. Toch heeft het Arabisch van de Koran stand gehouden, maar is beperkt gebleven tot de tekst van het heilige boek. Het Perzisch wordt ook wel in )aangepast) Arabisch geschreven, maar taal en cultuur zijn onderscheiden gebleven en die kloof wordt door Abdolah nog stevig gecultiveerd ook.

Al zoekend naar andere versies, kwam ik op internet ook een 'volledige vertaling' naar 1001 nachten tegen, gemaakt door een zekere Ali Soelaimani en een heel team van Nederlanders, die te vinden is op ww.talenkennis.com/100nacht. Daar staan ook een aantal gedichten in, naast de realistische sex een andere liefhebberij die sommige herschrijvers  uitvoerig hebben gebruikt.

De originele Abdolah kwam ik tegen in de tiende vertelling, waar 451-3 eerst vertellen van de bouw van een 'waterconferentie',  een soort aquaduct van Bagdad tot Mekka, gebouwd onder leiding van een boete doenende weduwe van Harun al-Rasjid. De tweeling die op bedevaart gaat zijn kleinkinderen van de koning van Bagdad Malak Neyman en de keizer van Constantinopel. Als zij in Mekka komen klinkt voor het eerst een stuk Koran, de eerste soera: in de vertaling zoals die al in 2008 is uitgekomen. Maar Abdolah zou zijn aard verloochenen als hij niet een kleine wijziging had aangebracht. Er staat nu niet meer  Wij bidden tot U.. maar  Ik bid tot U ik ik vraag alleen Uw hulp, leid  me op het juiste pad. Zoiets komt in het frivole taalgebruik van de 1001 nacht niet voor. Na Mekka gaat de tweeling naar Medina en komen ze zelfs in Urshalim (=Jerusalem) terecht, voordat ze toch weer in Bagdad komen en verhinderen dat er een oorlog tussen Byzantium en het Arabische Rijk komt, want: de 1000 Nacht zijn hier een smeltpunt van creativiteit en ontmoeting tussen de oude rijken van oost en west geworden. Zo lieftallig kan het dus ook aflopen!