zondag 3 januari 2021

1001 nachten volgens Kader Abdolah

Vanwege de corona-tijd en vooral de twee ziektes in ons huis (Karel met prostaatkanker, uitgezaaid en wel; Paule met Parkinson) was het allemaal geen perfecte voorbereiding en setting voor een 'vrolijke kerst' en daarom bestelde ik op 24 december het nieuwste boek van Kader Abdolah, 1001  Nacht: een hervertelling. Het was er de volgende dag al. Kennelijk werkten de mensen van Broese  toen hun winkel gesloten was ook in de buitendienst.

Van Kerst tot Nieuwjaar heb ik genoten van de vele verhalen, waartussen Abdolah ook een groot aantal persoonlijke beschouwingen en historische weetjes over de lange geschiedenis van deze verhalen heeft neergeschreven. Van de vele verhalen heeft Abdolah er 10 series uitgehaald en die weer in kleine stukken weergegeven. Zoals ook in de dierenfabels weergegeven in Kélilé en Demné (uit 2002,toen Abdolah pas 14 jaar in Nederland was), zijn de verhalen tot op het bot ingekort, helder weergegeven en zijn de stukken die we opgediend krijgen hooguit 2-3 tot zes bladzijden lang. De lawine van vertellers die binnen elkaars verhalen te werk gaan, wordt helder weergegeven. Anders dan de dierenfabels uit 2002, gaat het in 1001 Nacht vooral over onderhoudende verhalen van ongeluk, pech en stinkend geluk. De vrouwen spelen de hoofdrol, zijn nemen de mannen beet, leiden ze naar het bed en houden de hoofdrol. Abdolah houdt er van overzicht en kort te schrijven: van de versie in zeven delen van vertaler Richard van Leeuwen, waar ook nogal stevige sex in voorkwam, heeft hij een enkele bladzijde overgenomen, maar hij laat ook zien dat iedere tijd zijn eigen eisen stelde. De Franse orientalist Antoine Galland schijnt kort na 1700 een eerste versie in een tiental delen vertaald te hebben, waarna het alsmaar doorging. Vooral de Arabische versies zijn vol met avonturen en erotiek, dat doen de Perzen bescheidener. Dit geeft Abdolah op veel bladzijden dan weer gelegenheid om uitvoerig in te gaan op de rivaliteit tussen de Perzen: de twee volken houden niet van elkaar en de culturen passen ook niet bij elkaar. Toch heeft het Arabisch van de Koran stand gehouden, maar is beperkt gebleven tot de tekst van het heilige boek. Het Perzisch wordt ook wel in )aangepast) Arabisch geschreven, maar taal en cultuur zijn onderscheiden gebleven en die kloof wordt door Abdolah nog stevig gecultiveerd ook.

Al zoekend naar andere versies, kwam ik op internet ook een 'volledige vertaling' naar 1001 nachten tegen, gemaakt door een zekere Ali Soelaimani en een heel team van Nederlanders, die te vinden is op ww.talenkennis.com/100nacht. Daar staan ook een aantal gedichten in, naast de realistische sex een andere liefhebberij die sommige herschrijvers  uitvoerig hebben gebruikt.

De originele Abdolah kwam ik tegen in de tiende vertelling, waar 451-3 eerst vertellen van de bouw van een 'waterconferentie',  een soort aquaduct van Bagdad tot Mekka, gebouwd onder leiding van een boete doenende weduwe van Harun al-Rasjid. De tweeling die op bedevaart gaat zijn kleinkinderen van de koning van Bagdad Malak Neyman en de keizer van Constantinopel. Als zij in Mekka komen klinkt voor het eerst een stuk Koran, de eerste soera: in de vertaling zoals die al in 2008 is uitgekomen. Maar Abdolah zou zijn aard verloochenen als hij niet een kleine wijziging had aangebracht. Er staat nu niet meer  Wij bidden tot U.. maar  Ik bid tot U ik ik vraag alleen Uw hulp, leid  me op het juiste pad. Zoiets komt in het frivole taalgebruik van de 1001 nacht niet voor. Na Mekka gaat de tweeling naar Medina en komen ze zelfs in Urshalim (=Jerusalem) terecht, voordat ze toch weer in Bagdad komen en verhinderen dat er een oorlog tussen Byzantium en het Arabische Rijk komt, want: de 1000 Nacht zijn hier een smeltpunt van creativiteit en ontmoeting tussen de oude rijken van oost en west geworden. Zo lieftallig kan het dus ook aflopen!


Geen opmerkingen:

Een reactie posten