vrijdag 18 januari 2019

Post-Koloniale debatten

De koloniale geschiedenis is nog lang niet afgesloten.  Heetste hangijzer zijn de 'excessen' (nette term voor wat gewoon oorlogsmisdaden genoemd wordt) van de periode 1945-1949. Nederland, net bevrijd van de Duitsers, wilde toen Indië weer terug. Het motto was dat Soekarno een 'terrorist' was die tegen de wil van de bevolking over een land wilde heersen, waar ze de Nederlanders enorm misten. De Zwitserse Nederlander schreef er in zijn echte moederland een dissertatie over, waarop weer een nieuw project in Leiden is begonnen. De Indonesiërs doen er nog niet aan mee, want ook hun bevrijdingsoorlog was niet zo eensgezind en heroïsch als wel graag wordt voorgesteld.

Limpach kwam 2 jaar geleden uit. 850 dichtbedrukte bladzijden in kleine letters. Een half jaar kwam het boek van de 500 koloniale oorlogen geleden kwam Piet Hagen met iets meer dan 1000 dundruk bladzijden. Wel erg veel dus in één boek. Ik las het onder meer voor de Padri-oorlogen en de Banjarmasinse Krijg van 1859- 1863 (of toch tot 1905?) en was teleurgesteld, want daar stond niet zoveel over in. Enkele bladzijden, vrijwel niets van de Indonesische kant. De Atjeh-oorlog, ja die krijgt veel aandacht en 1945-1950 ook bijna 100 pagina's. Het probleem van Piet Hagen is wel dat hij zo kalm, rustig, bijna-badinerend schrijft: kolonialisme was nu eenmaal vanaf het begin meer oorlog en strijd dan handel. Daar moet je je dus niet te moeilijk over doen. Eigenlijk een beetje oubollig en saai geschreven, al is het goed leesbaar.
Nee, dank Roofstaat van Ewald Vanvugt (uit 2016, nadat al eerdere versies waren verschenen). De verontwaardiging spat er van af. Hier schrijft iemand die een fijn oog heeft voor alle fouten bij anderen, vooral dus vroegere Nederlanders. Die worden er met graagte en veel verve in afgeschilderd. Niet om nou meteen helemaal uit te lezen want dat is ook al weer meer dan 850 bladzijden. Maar toch: dat je het maar weet! Niet alleen in Indonesië trouwens, er zit ook veel Suriname en wat Ghana en overig West-Afrika bij.

Bijna een verademing is een eigenaardig boek (ook uit 2016) over Atjeh van Anton Stolwijk met de ondertitel: Het verhaal van de bloedigste strijd uit de Nederlandse koloniale geschiedenis. Wellicht niet de langste (dat zou de Bandjarmasinse Krijg zijn geweest), maar de bloedigste. Kan wel kloppen.
In feite mengt Stolwijk op een knappe manier zijn recente reiservaringen met impressies van die Atjeh-oorlog van 1873-1903. En dan gaat het huidige Jakarta toch nogal eens met de verre provincie om op een harde, vaak meedogenloze manier, zoals ook de Nederlanders vroeger deden. En zijn er ook interne conflicten, zoals die er vroeger in Atjeh waren. Niet bepaald een bemoedigende of optimistische visie, maar wel mild en met een glimlach gebracht.
Een laatste boek in de 'nieuwe oogst' van koloniale overzichten is een mooi boek, ook uit 2018, met een rooftitel. Diederik van Vleuten schreef een familiegeschiedenis onder de titel Daar werd wat groots verricht. Onder diezelfde titel verscheen in 1941 een ronkend, lovend en onkritisch koloniaal overzicht. Erg propagandistisch. In 1946 kwam er zelfs nog een herdruk: heimwee en propaganda dus. Nu krijgen we een familie, de Van Vleutens, die daar nogal goed geboerd hebben en de neergang van het kolonialisme ook meemaakten. Mooi uitgegeven met heel veel foto's.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten