woensdag 9 januari 2019

In Memoriam: Frans Steenbrink ss.cc. 11 jan. 1931- 1 jan. 2019

SS.CC. staat voor Sacrorum Cordium. In het latijn betekent de dubbele letter een meervoud. En Heilige Harten staat voor de Congregatie van de Heilige Harten van Jezus en Maria. Mijn broer Frans was daarvan een actief lid sinds 1950. Hij overleed op Nieuwsjaarsdag na een lastige ziekte: dementie, na een TIA, waardoor hij de woorden niet meer kon formuleren, al gedurende een jaar of zes.
Op de foto hierboven het 50-jarig priesterfeest bij het klooster in Bavel omgeven door broers zussen en hun aanhang. Geen gewone grote familie meer, maar een soort clan of stam (plus une famille, mais un tribus, zei mijn directeur toen).

Bij de begravenis op 8 jan. in het klooster in Teteringen waren er weer heel wat van die familie aanwezig.
Ik hield daar de volgende nagedachtenis.

In Memoriam Frans Steenbrink. Van de 12 kinderen thuis was Frans de 3e. Ik kwam elf jaar later als tiende. In mijn jeugd zag ik Frans bijna niet. Zeker tijdens noviciaat en groot-seminarie was hij er wel maar op afstand. En dan kwam je in het klooster van Valkenburg op bezoek: als jongen van rond de 12 was ik er ook wel een keer: in die gastenkamer vol rook. Indrukwekkend was wel hoe hij cello speelde met violiste mevrouw Reichenbach en nog enkele anderen: de Kunst der Fuge van Bach als strijkkwartet. Muziek was een serieuze en belangrijke zaak in zijn leven. Gezongen uiting van geloof kreeg van hem zeker even of meer serieuze aandacht als dogmatische overpeinzingen.
Hij moest na zijn priesterwijding terug naar de middelbare school: om na het gymnasium Alpha nog HBS B te doen: de exacte vakken, waar hij zo goed is was. Hij studeerde in Eindhoven en genoot vooral van zijn stage in Israel: een doopsgezinde hoogleraar had die voor hem als katholiek priester geregeld. Het hele land heeft hij daar doorkruist. Te midden van het moderne Israel zag hij Jezus wandelen.
Hij ging in Sint Oedenrode ook wat helpen in het onderwijs van Pater Kengen, bij wie heel veel proeven van scheikunde en natuurkunde mislukten. Hij hield van het boek van Minnaert: Natuurkunde van ’t vrije veld. Hoe je de wereld van dagelijkse verschijnselen natuurkundig kunt uitleggen.
Hij kwam terecht in een krimpende kerk en alles daaromheen. Hij reed vele jaren stoer op de motor van het Klein Seminarie in Sint Oedenrode naar Heeswijk. Het seminarie sloot en in de jaren 1970 woonde hij in een van die twee mooie villa’s. Wij zagen elkaar veel, toen ik zelf in Eindhoven woonde. Foto’s maken en ontwikkelen werd een van de hobby’s en hij heeft de prachtige foto’s van onze kinderen ook altijd op royaal formaat uitgeprint. Toen hij econoom en missieprocurator werd kwam hij altijd terug met een soort fotoverhaal: niet alleen de paters en broeders, ook de kokkin, de tuinjongens. Hij leerde er systematisch Spaans voor, later ook Portugees en een aardig mondje Pools.
In de Nieuwe Katechismus staat een verhaal over het begin van het christendom in Nederland. Over een koning die vroeg: ‘Wij weten niet wat er aan een mensenleven vooraf gaat, niet wat erop volgt. Als de nieuwe leer ons daarover enige zekerheid kan geven, is zij waard dat wij haar volgen.’  Voor hem was die grote vraag niet de belangrijkste. Toen moeder in haar laatste jaren, na de dood van vader jouw vroeg of zij hem dan ook weer echt zou zien, moest hij ook voorzichtig antwoorden dat we daar geen zekerheid over hebben en dat het toch allemaal verrassend anders zou kunnen zijn. Voor hem was altijd eigenlijk belangrijker die vraag van de rijke jonge man die aan Jezus vroeg wat hij moest doen om het eeuwig leven binnen te gaan: alles verkopen en weggeven. In feite gingen dus de kloosters in de verkoop. Hij heeft met heel wat makelaars en potentiële kopers onderhandeld: Nuland, Valkenburg, het zusterklooster in Meerssen, uiteindelijk ook het klooster in Bavel. En hij vertelde met enige trots en grote overtuiging, dat ze hier vleesloze dagen hadden. Niet vegetarisch uit dierenliefde, of gezondheidsredenen, maar bekommernis om de armen in de wereld. Solidariteit.
Die aandacht was er voor de congregatie, de wereldproblemen, maar ook voor de grote kring van de familie. Hoe vaak ging hij niet voor bij huwelijken, dopen. Hij reisde tot twee keer toe naar Frankrijk om daar in zijn beste Frans in een huwelijksviering voor te gaan. En hoe vaak heeft hij onze ouders niet naar Parijs gereden.
Op de oude kamer had hij niet alleen een kast vol met fotoboeken, er was ook een hele santekraam van heiligenbeelden. Alice gaf er een paar jaar geleden nog eentje bij: dat beeld van de contente mens, als typisch Brabants ideaal. Hij liep niet voorop bij vernieuwers in de kerk, hoorde niet bij de kleine groep van verstokte vasthouders aan oude dromen en visioenen. Hij was realistisch genoeg om te zien dat veel kloosterorden, inclusief de eigen congregatie van de Heilige Harten, in Nederland voorlopig geen toekomst hebben. Hij was blij dat mee te bouwen aan de voortzetting in andere landen, vooral ook Indonesië dat net op tijd nog een stevige bloei kon zien. Hoe mooi, hoe rijk, hoe inspirerend was dit leven. Dank je, Frans, voor dit leven!

Geen opmerkingen:

Een reactie posten