dinsdag 24 september 2019

Vervallen huis van de Islam/Koopmans

Ruud Koopmans is socioloog, gespecialiseerd op migratie, migrantengemeenschappen in Europa e.d. Hij schreef een boek dat ik aanvankelijk na de recensies niet wilde/hoefde te lezen: Het vervallen huis van de islam (Amsterdam; Prometheus, 2019, 194 blz.). Ik heb het toch maar gekocht en het is de moeite waard.
Hij begint met dezelfde constatering als in 1930 de uit Libanon naar Zwitserland gevluchte, in ballingschap levende Shakib Arslan schreef: waarom gaat het de moslims zo slecht, terwijl het westen/de christenen het allemaal zoveel beter doen? Arslan had niet zo'n bijster origineel antwoord: de christenen zijn eigenlijk een ascetische religie, maar hebben zich helemaal op deze wereld geworpen. Terwijl de moslims hun bekommernis om deze wereld (ze zijn immers een middenweg: tussen materialistisch als de Joden en wachten op Jezus als de christenen) hebben verlaten. Dat is al zo sinds het echte begin van het kolonialisme, rond 1600-1750.
Koopmans kijkt minder ver terug, 40 jaar: in 1979 kwam de Sjah terug in Iran, begonnen de Russen met destabilisatie van Afghanistan en creëerde zo een sterke beweging van moslim-fundamentalisme. Dan werd einde dat jaar de grote moskee van Mekka ingenomen door fervente Wahhabieten die het Koninkrijk van de Saoedi's te slap vonden. Ze zijn uit de moskee geschoten, maar de koning en zijn kliek besloten dat ze meer rekening moesten houden met die harde jongens en werden harder verspreiders van fundamentalisme in eigen land en dankzij nieuwe oliedollars ook tot ver daarbuiten.
 Erfzonde van de islam is vanaf het begin dat religie en staat helemaal verweven zijn. Dat maakt individuele vrijheid en ook democratie van meerdere partijen bijna onmogelijk. Maar de laatste 40 jaar is het allemaal wel verder afgegleden in vrijwel de hele islamitische wereld (= 46 landen met een meerderheid van moslims).
Dan volgen vijf hoofdstukken (democratie, onvrijheid, religieus geweld, economische stagnatie, integratie in westerse landen) waarin een indrukwekkend aantal onderzoeken wereldwijd wordt besproken waaruit steeds blijkt dat de moslims helaas onderaan bungelen. En dat terwijl zij van 700-1600 op veel van deze gebieden nog aan de top zaten. Wat is er dus gebeurd? Stagnatie, want ieder sociaal en cltureel systeem heeft iedere eeuw wel een stevige opschudding nodig.
Het laatste hoofdstuk gaat over de oorzaken en mogelijke remedie: kolonialisme is niet de schuld, het Israeli-Palestina probleem al helemaal niet, en te zeggen dat de fundamentalisten geen (goede) moslims zijn is ook een niet echt indrukwekkende verdediging. - Indonesië komt er in het boek ook slecht vanaf, alhoewel niet altijd: 'De islamitische landen met de langste koloniale geschiedenis, zoals Indonesië, Maleisië en Senegal, behoren nog tot degenen met (relatief gezien) de beste staat van dienst als het gaat om democratie, godsdienstvrijheid en politieke stabiliteit.' (143)
Ondanks een nogal gelijkhebberige en soms protserige toon, is het toch een boek dat een werkelijk probleem aansnijdt, waarbij het allemaal de laatste tien jaar (sinds de zg. Arabisch lente) nog erger is geworden.

donderdag 19 september 2019

Een spelende en schrijvende dominee Kees van der Zwaard

We hebben in de Janskerk een dominee er bij gekregen (naast de twee 'katholieke' voorgangers en PKN studentenpastor Jasja Nottelman). Kees van der Zwaard was een ZZP-dominee in Culemborg, die vooral toneel maakte, ook wel teksten schreef, zo her en der voorging, maar nu in de Janskerk in deeltijd benoemd is voor de komende tien jaren (hij is 57 dus tot zijn 67e waarschijnlijk).
Hij ging voor in een goedbijbels verhaal: Joden treurend in Irak, hun gitaren aan de wilgen aldaar opgehangen, moesten ze vooral daar gaan trouwen, nieuw bestaan opbouwen. Hij zong er een lied bij, wat voor ons koor niet goed te verstaan was, want wij zaten achter hem. Ik ben eens gaan kijken naar zijn schrijven en kwam een vlot geschreven boek tegen.
Na wat ik de laatste tijd las over de Nederlandse oorlog in Indië, 1945-1950 was het een rustig verhaal: kleine aantallen soldaten, korte uitzendtijden ook van vier maanden, niet de twee jaar waar Limpach en ds Jonker het over hadden. Henk Fonteyn is legerpredikant en het initiatief kwam ook van die kant. Het zijn vijf dubbelportretten: iemand die uitgezonden is (meestal jaren 1990, of kort na 2000, boek stamt uit 2009), en dan iemand uit de familie: partner of moeder. Die harde, vreselijke, maar nooit veroordeelde Westerling komt op blz. 24 die schreef (hoe verguisd ook!) 'Er kleeft meer bloed an de pen van een minister van Defensie, dan aan het wapen van een soldaat'. Het blijft allemaal dichtbij het legerpastoraat. De eerste figuur is een legerpredikant zelf, wel met een zeer avontuurlijk leven. De laatste is helemaal van de kaart door PTSS, de traumas van zijn strijd in Cambodja en Bosnië en wordt door twee liefdes nader beschreven. Ingewikkelde relaties maar dat hoort kennelijk zo.
Soms wordt de religie er een beetje bijgehaald, als bij de gesneuvelde soldaat van blz. 75 waarover de vriendin vertel dat hij 'wel met de bijbel bezig was die hij had meegekregen.. Dus toen werd het toch een uitvaartmis.'
Tussen het Indië van 75 jaar geleden en de uitzendingen nu blijft het leger toch bijna een tegen- of onmenselijk bedrijf.

zaterdag 14 september 2019

De romantische dominee Jac. Jonker

Over de Indische oorlog 1945-1950 wordt nog steeds veel geschreven. Het dikke boek van Remy Limpach gaat helemaal over de oorlogsmisdaden van Nederlandse zijde. Dat is nu wel het hoofdthema geworden. Gert van Oostindië heeft daarnaast ook de Nederlandse ego-documenten bijgehaald en nog wat meer gevonden. Eén bijzonder boek is nu door de speurzin van Harry Poeze nader toegelicht. Het gaat om een driedelig werk, dat uiteindelijk in één band verscheen onder de naam Job Sytzen, Soldaat, Ravijn, Landgenoten. Het eerste deel verscheen in 1954 onder de titel Niet iedere soldaat sneuvelt. de andere delen in de jaren daarna en de trilogie als geheel (ruim 700 bladzijden) in 1957. Poeze vermoedt dat er uiteindelijk een 200.000 boeken werden verkocht. De auteur blijkt een dominee te zijn, Jac. Jonker, geboren in 1904 als predikantenzoon in Wormerveer. In 1931 werd hij zelf ook predikant, eerst in Wieringen, dan in Zuidbroek (Groningen), in 1938 in Hillegersberg-Rotterdam en vanaf 1944 in Amsterdam-Zuid. Hij werkte van 1946-1948 als legerpredikant in Indonesië, met als voornaamste basis Semarang.
In de boeken komen veel zieken voor, gewonden natuurlijk, veel geslachtsziekten, drama's ook van psychische aard. Er zitten wat gevchten in met de anonieme tegenstanders, maar vooral liefdesverhalen van de eenzame soldaten met indische vrouwen. Tot het einde van zijn leven heeft dominee Jonker geheim weten te houden dat hij als strikt orthodoxe dominees zulke 'naar het leven getekende' seksueel niet echt verhullende boeken schreef.
Poeze maakt er een feest van ontdekking van en weet veel te vertellen over allerlei andere boeken waarin die Nederlandse dienstplichtigen hun ervaringen neerlegden.
Er staat in het hele boek niets over de religieuze tegenstellingen. Ook al was Jonker een dominee, de tegenstanders waren politiek fout, Nederland had het recht en zelfs de plicht om de zorg voor de kolonie weer op zich te nemen. Maar er zat voor hem geen enkele religieuze dimensie aan dit koloniale avontuur. Mooie tijden toen de religie zulke moeilijke zaken niet nog erger maakte.

Middeleeuwschen rommel...

Al meer dan een eeuw geleden hield Christiaan Snouck Hurgronje vier lezingen voor ambtenaren over Nederland en de Islam (1911). Islam moet niet politiek gaan werken, moet vrijheid krijgen voor onschuldige strikt religieuze zaken, en vooral associëren aan de koloniale Nederlandse staat. Door goed onderwijs zouden moslims moeten emanciperen. Op die manier kunnen moslims verlost worden 'van een deel van den middeleeuwschen rommel, dien de Islam reeds al te lang achter zich aan sleept.'  Daar is niet alleen onderwijs voor nodig, heel wat gewone nuchtere moslims nemen een aantal voorschriften die in de oude boeken staan niet zo serieus: ze gebruiken niet per se Arabisch hout dat daarvoor geschikt is. Een Braun elektrische borstel werkt zeker zo goed.
Deze week hebben we in meerdere programma's nog wat voorbeelden van de 'middeleeuwse rommel' van Snouck gehoord. Salafisten betekent letterlijk: mensen van het oude geloof, bedenken allerlei voorschriften. Voor mannen broeken die de enkel vrij laten, dus zo'n 10 cm boven de grond: zag je 20 jaar geleden nooit, nu is het naast de baard voor een bepaald soort mannen echt een kenteken.
Kampion regeltjes bedenken en doorgeven werd Asma Claassen. In 1968 geboren in een katholiek gezin in Haarlem, na gymnasium en beginnende studie Russisch, in Egypte bekeerd tot de islam en nu gevierd schrijfster van schoolboekjes voor ISBO, Islamitische schoolbesturen organisatie. Ze schreef over jongens en meisjes in de puberteit dat die geen oogcontact mogen maken, dat homosexualiteit door God verafschuwd wordt, dat moslims geen kleren van 'ongelovigen' aan mogen trekken. Dat is een makkelijke term voor niet-Moslims, 'ongelovigen'.
In een vervolguitzending werd uitvoerig gesproken over lijfstraffen bij diefstal, zelfs de doodstraf door steniging voor homosexuelen e.d.  Zoals die in de vroeg-middeleeuwse boeken van de sjarie'a wel voorkomen, maar nu in Nederland echt niet door de rechters kunnen worden uitgesproken en dus al helemaal niet door Nederlandse moslims zelf worden toegepast.
Het TV debat gaat dan over de mogelijke stopzetting van buitenlandse financiering voor Salafistische groeperingen, een eventueel verbod van Salafisme (wat dat precies ook mogen zijn, zie de ondeuidlijkheid hierover bij de promotie van Mohammed Soroush in Tilburg) en zelfs intrekking van subsidiëring aan scholen die salafisme zouden onderwijzen. Niet alleen bij sommige moslims is 'middeleeuwse rommel' nog steeds te vinden. Zo lang het tot het papier van schoolboekjes blijft valt het natuurlijk mee, maar wie weet wie er weer in tram gaat staan schieten? Toen de Molukkers dat deden zei van Agt al, dat we er mee moeten leren leven. Soms kun je er eigenlijk ook nog wel wat mee lachen!