De Sint Janskathedraal bleek gewoon open te zijn voor alle bezoekers: zowel de kapel met het beeld van de Zoete Moeder als de kathedraal zelf, inclusief de corona, de kroon van zijkapellen rondom het hoofdaltaar. Ik was er was een tijdje niet geweest en het was weer een groot feest om het te zien. Het begin al met de wandeling vanaf de parkeergarage: onder de oude stadsmuur door, met een beeltenis van Jeroen Bosch, een verdrinkend mannetje in de stadsgracht.
De kerk ziet er super verzorgd uit, met allerlei vernieuwingen, vooral in zijkapellen. Er is een aparte iconenkapel met iconen met Nederlandse opschriften. Allemaal niet van een goedwillend beginneling als ikzelf ben, maar echt mooie iconen. Een Antoniuskapel, een nieuw beeld van Johannes Paulus II. Voor mij nieuw (maar misschien eerder niet opgevallen) was een grote afbeelding van Sint Joris met de draak rond een pilaar helemaal achterin links in de kerk. De kerk straalde echt uit dat er steeds in vernieuwd wordt. Door het blijvend aantal mensen dat kaarsen opsteekt, rondloopt, even bidt, is het een gebouw-in-gebruik. Een uitzondering bijna, zeker als je bedenkt dat we in deze corona-tijd alleen lege kerken zien, of met een paar mensen voor een youtube filmpje.
Geinig is de afbeelding van Maxima en Willem Alexander, ons koningspaar, op een muur tussen garage en kerk: twee zwanen met kroontjes op vliegen uit een smartphone, over een groep mensen, vooral badende vrouwen in de stijl van Jeroen Bosch. Pas later realiseerde ik me dat dat dus ons koningspaar is als Zwanenbroeders, de oecumenische broederschap die na de Reformatie vanuit en in de Janskathedraal is voortgezet. Maar ik heb er geen foto van genomen, dat is dus voor een volgende keer.
De eerste foto hierboven leek op het eerste gezicht een soort open biechtstoel, maar is bij nader inzien een doorgeef-tafeltje voor de communie in coronatijd, zodat de 1,5 meter afstand tussen priester en gelovige even wordt opgeheven door een glaswanje waaronder gelovige de communie kan pakken.
Daaronder een aanwijzing dat deze zitplaats gebruikt kan worden: de overgrote meerderheid van de plaatsen moet nu buiten gebruik blijven. Op de voorste rij in de kerk staan ook aparte plaatjes voor 'familierij' en dan kunnen er zus naast elkaar zitten.
Karel Steenbrink, geboren 1942, heeft een geschiedenis van werk en onderzoek over religie in Indonesië, eerst Islam (dissertatie 1974) later aangevuld met een serie boeken over Christendom in het land. Dit blog is een vervolg op het blog KarelSteenbrink.blogspot.com.
zaterdag 27 juni 2020
maandag 22 juni 2020
Van 613 naar 1: Paulus in de Janskerk
In de oude katholieke traditie heten de zondagen na Pinksteren (en nog een week later): zondagen na Drieëenheid (of Drievuldigheid, kan kennelijk allebei). De Lutherse Bach noemde de serie cantates tussen Pinksteren en de Advent ook nach Trinitatis. Het kunnen er tussen de 24 en 28 worden.
In de Utrechtse Janskerk hebben ze een ander systeem: het jaar wordt onderverdeeld in ongelijke cycli: van zo'n vier tot 9 zondagen. Dit jaar is er na Pinksteren een cyclus Vruchten van de Geest. Dat zijn niet de 7 Gaven van de Heilige Geest volgens Jesaja 11:2-3, of goede eigenschappen van de superleider die Jesaja voorspelde voor de mensen. Er zijn 9 Vruchten van de Geest volgens 1 Korinthiërs 12:7-11. Dat was die opgewekte maar wat warrige groep mensen, nogal verdeeld, die in bla-bla tongen konden spreken en sommigen konden dat voor anderen toch weer vertalen, er waren genezers bij, maar ook mensen van kennis, groot geloof. Voor de Janskerk koos men dit jaar de negen vruchten volgens Galaten 5:22-23. Vanwege de corona-toestand moet dat helaas in quarantaine dit jaar, dus in een vrijwel lege Janskerk.
Goede reden om die hele Galatenbrief nog eens te bekijken, een van de mooiste van Paulus. Na een degelijke opleiding in het 'oude joodse geloof' raakte Paulus alles kwijt tijdens zijn jacht op christenen in Damascus. Hij moest zijn hele geloof van niets uit, maar dan wel met flarden Jezus-getuigenis van anderen, opnieuw gaan invullen. Hij lijkt dus wel op mijn generatie die rond 1950 in de woorden van de Paus nog God-op-aarde konden horen, zich hielden aan de voorschriften van kerk, nuchter zijn voor communie, seks is altijd doodzonde, biechten kan alles vergeven. En nog meer. In de brief aan de Galaten maakt Paulus zich vooral druk over besnijdenis: hoeft niet, heeft geen wezenlijke beteknis, weg ermee dus. In die brieven van Paulus kom je verder weinig uitspraken van Jezus tegen: wel beschouwingen over dood en verrijzenis. Tot het begin van het vijfde hoofdstuk gaat het vooral over de onnodige besnijdenis. Dat deel eindigt met een boze opmerking tegen die verdedigers van de besnijdenis: (5:12): 'Ze moesten zich laten castreren die onruststokers!' Dan ineens komt er een milde serie aanbevelingen, een praktisch slot. Dat begint met een snelle wending: 5:14 'De hele wet is vervuld in één uitspraak: Heb uw naaste lief als uzelf.'
Nu had de planningscommissie het de voorganger niet makkelijk gemaakt. No 5 in de serie kreeg de titel 'trouw' (het is no 7 in de griekse versie, pistis, in de vulgaat-vertaling zijn de negen er 12 geworden; fides zal wel de vertaling zijn voor pistis). Daartegenover werd als lezing geplaatst Deuteronomium 6: 4-13. Het sjema' Israel: Luister Israel, uw God is één. Heb de Heer lief .. Houd de geboden die ik u vandaag opleg in gedachten. Dat loopt uit op de opdracht om tefillin om de arm te doen: een soort van boksriemen, waarin kokertjes zitten met de begintekst van de geboden. Volgens Rambam, alias Rabbi Maimonides (rond 1150) zijn het er 613, die geboden. Door Paulus dus tot één gereduceerd.
In de dienst zelf (te zien via youtube) kwam er nog een thema bij: Roze Zondag, mooi uitgewerkt in Kyrie-Gloria tegenstellingen. De vruchten van de Geest en zelfs het nummer van deze dag, no 5 Trouw, kwam eigenlijk niet ter sprake. Wel de krachtige tekst van Sjema' Israel, Luister Israël, uw God is één, als Joodse kerntekst. Voor ons nu wel een weerbarstige tekst, omdat er wel erg gemakkelijk staat dat volk van Israël steden in bezit krijgt 'die ze zelf niet gebouwd hebben'. Echt geen bevrijdingstheologie, eerder het tegendeel: bezettingstheologie.
Dan een sprong naar het boek van Chaim Potok, My name is Asher Lev, over een jongen met groot talent voor tekenen, maar dat mag niet in orthodoxe Joodse kringen. Een rebbe geeft hem toch zijn zegen voor de Bar Mitswa en wil de band niet breken. Als je dat in contrast zet met Paulus is het een wat slap compromis: echt liberaal, de harde wet blijft gehandhaafd, de oude regels, de 613 geboden blijven, maar daar kijken we even over heen. Is de harde duidelijkheid van Paulus over het besnijdenisgebod ('ze moeten zichzelf dan maar helemaal castreren') beter? Of toch maar een geleidelijke vernieuwing? Dus maar even accepteren dat er geen gehuwde priesters komen in het Amazonegebied en dat er bij de vieringen in de Janskerk zo zelden brood en wijn in gedachtenis aan Jezus te vieren valt?
In de Utrechtse Janskerk hebben ze een ander systeem: het jaar wordt onderverdeeld in ongelijke cycli: van zo'n vier tot 9 zondagen. Dit jaar is er na Pinksteren een cyclus Vruchten van de Geest. Dat zijn niet de 7 Gaven van de Heilige Geest volgens Jesaja 11:2-3, of goede eigenschappen van de superleider die Jesaja voorspelde voor de mensen. Er zijn 9 Vruchten van de Geest volgens 1 Korinthiërs 12:7-11. Dat was die opgewekte maar wat warrige groep mensen, nogal verdeeld, die in bla-bla tongen konden spreken en sommigen konden dat voor anderen toch weer vertalen, er waren genezers bij, maar ook mensen van kennis, groot geloof. Voor de Janskerk koos men dit jaar de negen vruchten volgens Galaten 5:22-23. Vanwege de corona-toestand moet dat helaas in quarantaine dit jaar, dus in een vrijwel lege Janskerk.
Goede reden om die hele Galatenbrief nog eens te bekijken, een van de mooiste van Paulus. Na een degelijke opleiding in het 'oude joodse geloof' raakte Paulus alles kwijt tijdens zijn jacht op christenen in Damascus. Hij moest zijn hele geloof van niets uit, maar dan wel met flarden Jezus-getuigenis van anderen, opnieuw gaan invullen. Hij lijkt dus wel op mijn generatie die rond 1950 in de woorden van de Paus nog God-op-aarde konden horen, zich hielden aan de voorschriften van kerk, nuchter zijn voor communie, seks is altijd doodzonde, biechten kan alles vergeven. En nog meer. In de brief aan de Galaten maakt Paulus zich vooral druk over besnijdenis: hoeft niet, heeft geen wezenlijke beteknis, weg ermee dus. In die brieven van Paulus kom je verder weinig uitspraken van Jezus tegen: wel beschouwingen over dood en verrijzenis. Tot het begin van het vijfde hoofdstuk gaat het vooral over de onnodige besnijdenis. Dat deel eindigt met een boze opmerking tegen die verdedigers van de besnijdenis: (5:12): 'Ze moesten zich laten castreren die onruststokers!' Dan ineens komt er een milde serie aanbevelingen, een praktisch slot. Dat begint met een snelle wending: 5:14 'De hele wet is vervuld in één uitspraak: Heb uw naaste lief als uzelf.'
Nu had de planningscommissie het de voorganger niet makkelijk gemaakt. No 5 in de serie kreeg de titel 'trouw' (het is no 7 in de griekse versie, pistis, in de vulgaat-vertaling zijn de negen er 12 geworden; fides zal wel de vertaling zijn voor pistis). Daartegenover werd als lezing geplaatst Deuteronomium 6: 4-13. Het sjema' Israel: Luister Israel, uw God is één. Heb de Heer lief .. Houd de geboden die ik u vandaag opleg in gedachten. Dat loopt uit op de opdracht om tefillin om de arm te doen: een soort van boksriemen, waarin kokertjes zitten met de begintekst van de geboden. Volgens Rambam, alias Rabbi Maimonides (rond 1150) zijn het er 613, die geboden. Door Paulus dus tot één gereduceerd.
In de dienst zelf (te zien via youtube) kwam er nog een thema bij: Roze Zondag, mooi uitgewerkt in Kyrie-Gloria tegenstellingen. De vruchten van de Geest en zelfs het nummer van deze dag, no 5 Trouw, kwam eigenlijk niet ter sprake. Wel de krachtige tekst van Sjema' Israel, Luister Israël, uw God is één, als Joodse kerntekst. Voor ons nu wel een weerbarstige tekst, omdat er wel erg gemakkelijk staat dat volk van Israël steden in bezit krijgt 'die ze zelf niet gebouwd hebben'. Echt geen bevrijdingstheologie, eerder het tegendeel: bezettingstheologie.
Dan een sprong naar het boek van Chaim Potok, My name is Asher Lev, over een jongen met groot talent voor tekenen, maar dat mag niet in orthodoxe Joodse kringen. Een rebbe geeft hem toch zijn zegen voor de Bar Mitswa en wil de band niet breken. Als je dat in contrast zet met Paulus is het een wat slap compromis: echt liberaal, de harde wet blijft gehandhaafd, de oude regels, de 613 geboden blijven, maar daar kijken we even over heen. Is de harde duidelijkheid van Paulus over het besnijdenisgebod ('ze moeten zichzelf dan maar helemaal castreren') beter? Of toch maar een geleidelijke vernieuwing? Dus maar even accepteren dat er geen gehuwde priesters komen in het Amazonegebied en dat er bij de vieringen in de Janskerk zo zelden brood en wijn in gedachtenis aan Jezus te vieren valt?
zondag 14 juni 2020
Thomas Aquinas wakker gekust in de 21e eeuw
In zijn 1e deel van Een theologische visie voor de 21 eeuw; Alle dingen nieuw, bespreekt Erik Borgman maar liefst ca. 600 boeken (lijst op 327-365). Daarin komen een kleine 70 gelovigen, vaak bekeerlingen ter sprake uit de laatste 150 jaar. Het is een kleurrijk en boeiend gezelschap van allerlei figuren die gemeen hebben dat zij vaak onverwacht door een goddelijke roeping tot religieuze beslissingen en inzichten kwamen. Nogal veel ruimte (256-276) wordt gegeven aan een zonderlinge bekeerling van rond 1900, Joris-Karl Huysmans, Fransman van half-Nederlandse afkomst. Maar de ster van het boek is de goede oude Thomas Aquinas (ca 1225-1274), de man die dankzij de Arabische vertalingen en aanpassingen van Aristoteles de Griekse filosofie combineerde het strikt Joodse monotheïsme. Thomas gebruikte daarvoor nog vertalingen van Aristoteles die een medebroeder voor hem uit de Arabische versies van de filosoof Averroës had gemaakt. Dat kwam Thomas bijna nog duur te staan: kort na zijn dood werd Thomas in 1277 nog veroordeeld door de universiteit van Parijs voor Averroïsme: klakkeloos volgen van de Spaans-Arabische moslim. Uiteindelijk is hij toch tot een top-theoloog binnen de katholieke kerk verheven.
In dit schilderij staat Thomas tussen Plato (rechts) en Aristoteles, terwijl Averroes met tulband eerbiedig op de grond ligt. Averroës heet hier zelfs een bekeerling als hij Thomas prijst als 'het echte licht der kerk' (Vere his est lumen Ecclesiae). Maar op talloze plaatsen in de geschriften van Thomas heet hij interpres de vertolker/aanpasser van ideeën van Aristoteles voor het christen/moslim monotheïsme.
Deze multiculturele achtergrond van Thomas komen we in het erg katholieke boek van Borgman niet zo tegen. Maar bij Thomas dus wel: tussen de grote boeiende serie moderne auteurs komt hij steeds weer terug als de grote inspirator, of minstens als een nadere uitlegger.
Op blz. 150 schrijft Borgman dan ook: "In Alle dingen nieuw laat ik mij door Thomas gezeggen. Dat betekent dat ik ervan uitga dat de theologie erop uit is om vanuit de in de marge van het moderne, op beheersing gerichte bestaan ontdekte afhankelijkheid van Gods genade, ook alle andere aspecten van het leven te zien en te registreren als manifestaties van deze genade." Dit is een ingewikkelde zin, die hij maar beter in drie kortere had mogen kappen, maar dat is nu eenmaal Borgmaniaans Nederlands!
De theologie bewijst God niet, maar gaat uit van Gods bestaan, en invloed op de mens, in ieder geval op de gelovige. Ook als die in een moderne maatschappij leeft waar andere inzichten dominant zijn. Daarom wordt de liberale Protestante theoloog Paul Tillich nogal stevig bekritiseerd en krijgt Karl Barth veel waardering.
In dit schilderij staat Thomas tussen Plato (rechts) en Aristoteles, terwijl Averroes met tulband eerbiedig op de grond ligt. Averroës heet hier zelfs een bekeerling als hij Thomas prijst als 'het echte licht der kerk' (Vere his est lumen Ecclesiae). Maar op talloze plaatsen in de geschriften van Thomas heet hij interpres de vertolker/aanpasser van ideeën van Aristoteles voor het christen/moslim monotheïsme.
Deze multiculturele achtergrond van Thomas komen we in het erg katholieke boek van Borgman niet zo tegen. Maar bij Thomas dus wel: tussen de grote boeiende serie moderne auteurs komt hij steeds weer terug als de grote inspirator, of minstens als een nadere uitlegger.
Op blz. 150 schrijft Borgman dan ook: "In Alle dingen nieuw laat ik mij door Thomas gezeggen. Dat betekent dat ik ervan uitga dat de theologie erop uit is om vanuit de in de marge van het moderne, op beheersing gerichte bestaan ontdekte afhankelijkheid van Gods genade, ook alle andere aspecten van het leven te zien en te registreren als manifestaties van deze genade." Dit is een ingewikkelde zin, die hij maar beter in drie kortere had mogen kappen, maar dat is nu eenmaal Borgmaniaans Nederlands!
De theologie bewijst God niet, maar gaat uit van Gods bestaan, en invloed op de mens, in ieder geval op de gelovige. Ook als die in een moderne maatschappij leeft waar andere inzichten dominant zijn. Daarom wordt de liberale Protestante theoloog Paul Tillich nogal stevig bekritiseerd en krijgt Karl Barth veel waardering.
De keuze van de ca. 70 moderne bekeerlingen en gelovigen (waaronder nogal wat leden van de Orde der Dominikanen, waartoe Borgman als lekenlid ook behoort) is verrassend: er zijn slechts enkele professionele theologen. De meesten zijn eerder vrije spirituele auteurs. Op pp. 133-135 wordt Willem
Frijhoff besproken: religie is zijnswijze niet alleen zienswijze. Is levensbepalend. Dan denk ik: Toch terug
naar de verzuiling? Een religie als collectief geheel omarmen? Of mag het toch
je eigen brouwsel zijn? Ik vroeg me
hier en bijna overal af, wat de status van theologie is, vooral in verband met
godsdienstwetenschap. In een geseculariseerde maatschappij, zoals beschreven in
zijn afscheidscollege door Borgmans collega in Tilburg, Staf Hellemans, 24 mei
2019, zal ook de katholieke kerk een minderheidskerk zijn van mensen ‘die soms
een eigenzinnige keuze zullen maken uit het aanbod van de kerk’ (p. 50). Dat
betekent dat dit aanbod ook maar ‘een theologische visie’ is te midden van veel
andere.
Blz. 135-9
bespreekt het geloof van Abraham en zijn bereidheid om zijn zoon (Isaak?) te
doden om God te bewijzen dat hij in de belofte van groot volk en groot land
gelooft. Kierkegaard en de Hebreeënbrief
prijzen zijn geloof. Kierkegaard is hier de grote bron.
Mij viel
natuurlijk meteen op dat Ismaël hier niet genoemd wordt, toch de eerste zoon van Abraham.
Salman Rushdie schrijft naar aanleiding van het wegzenden van Hagar en Ismaël:
Zij (Hagar) vraagt aan Abraham: ‘Kan dit Gods wil zijn?’
He replied it is.
And he left, the bastard.. (Satanic Verses 95; Ned. Vertaling 92). Bij Rushdie is
het Hagar die blijft geloven: surely He will not let me perish. En ze
zoekt water tussen de twee heuvels Marwa en Safa bij Mekka en vindt het, en de kleuter
Ismaël brabbelt Zamzam. En daar vieren de moslims hun geloof in God bij de
hadj. Hoe kan een theologie van de 21e eeuw het vrome verhaal van
Kierkegaard herhalen en iedere referentie naar moslims kwaadaardig verzwijgen.
Ja, dit vind ik kwaadaardig verzwijgen. In het lezen van het Abraham-verhaal hoeven we ons niet aan te sluiten bij de nationalistische Joodse verwerping van Hagar en Ismaël en ons alleen te concentreren op Isaac en Sara. Thomas Aquinas was in een aantal opzichten universeler, breder katholiek van Borgman, zowel wat bronnen als wat interpretatie. Ik hoop dat de volgende delen van de Nieuwe katholieke theologie in een opener en echt universeel 'katholieke' stijl zullen worden geschreven.
Blz. 33
heeft een super-Nicea zin waaraan geen waarschuwing aan vooraf gaat: Het
scheppen gebeurt door de God die de Gezalfde Jezus als Zoon zendt en in hun
Geest, in het verlossen is Jezus als Zoon werkzaam in de Geest en de Vader, en
in de Geest stellen Vader en Zoon zich vernieuwend present.. Bedenkelijke
syntaxis! Alleen al het woord Christus kan moeilijk goed vertaald worden als
Gezalfde, Dat is wel letterlijk de betekenis (‘met olie in het haar’, Borgman
zelf kan dat ook goed gebruiken!), maar de betekenis? En dan: Over God en een zoon? Hun
Geest? Dat is niet meteen duidelijke theologie voor de 21e eeuw! Wat
moet een lezer hierbij bedenken? Mag je zo’n superzin ineens lanceren in de hoop
dat die een goed werk doet? Ook voor mensen die niet in dat soort termen
denken? Of waarschuwt deze zin voor rare gedachtenkronkels? Deze zin gaat duidelijk over iets van deel II of III. Ik ben benieuwd wat er allemaal nog komt!
woensdag 10 juni 2020
Tapijten in Rotterdam
Gisteren, 9 juni dus, gingen we voor het eerst sinds ruim 3 maanden weer naar een museum: Kunsthal Rotterdam. Van te voren aanmelden, afstand houden, de corona zwerft nog overal rond, is onzichtbaar maar moet vermeden worden. Van de 4 tentoonstellingen in het museum zagen we er een: wandtapijten van de 20e eeuw. Kolossale voorwerpen. Maar eerst was er de verrassing van de buitenkant: bovenop de garage staat er nu het magazijn van de niet-getoonde schilderijen: bijna-kitscherig een zilveren eierdop op zijn kop. Zeker spectaculair!
Als een groot zeeschip dat buiten de route ineens op het museum-eiland in gekomen. Het is nog geen Berlijn, maar dit kan het begin van een 21e-eeuwse versie worden van dat toch wel erg klassieke, nagebouwde Griekse tempels van het Museeninsel uit Berlijn gaan worden.
Het grote gobelins, wandtapijten waren er vooral uit Brussel rond 1500-1600. We hoorden ooit dat de twee grote in het kasteel Haarzuilen net zo duur waren als de bouw van het hele kasteel!
De oudste waren over de 1e Wereldoorlog. Weinig bloed eigenlijk, wel nationalistische trots. Hieronder van Frankrijk: met de gallische haan bovenin en verder (in 1917) glorie van de strijders en de partijen die daarbij hoorden.
De smid staat nog wapens te maken, de franss maagd glorieert alvast. Tijdens de 2e wereldoorlog ging dat ook zo door. Het meest curieus was wel een heel groot doek waarop Maréchal Pétain zichzelf als oorlogsleider had laten afbeelden. Maar dat hebben we in Rotterdam gelaten. Curieus was ook wel het grootste tapijt, dat Göring voor zichzelf en zijn paleis in Berlijn had laten maken: WO II als revanche op WO I, toen Duitsland zijn koloniën in Duitsland kwijt raakte. Nu wees vrouw justitia Engeland aan als de schuldige en zouden deze gebieden weer terugkomen. Links onder is nog een uitsparing te zien voor een deur in de bibliotheek waar dit allemaal zou komen te hangen. Er was nog een 2e helft in bestelling, Aziatische gebieden die ook bij het grootse fascistische rijk zouden komen, maar dat is niet afgemaakt.
Er was ook nog zoiets voor het paleis waar minister van Buitenlandse zaken Von Ribbentrop zou gaan wonen. Dat die mensen te midden van dictatuur en oorlog ook nog heel veel tijd en energie aan zulke projecten konden wijden.
Veel wandtapijten hoorden in paleisachtige gebouwen thuis. Zo ook in ambassades (een ontwerp van Picasso, rond 1967 in Frankrijk gemaakt, vrouwen die zich opmaken, later in de Frans ambassade in Madrid).
Er waren ook algemener motieven: orientalistische dromen over Perzië en Vietnam. Ook een enkele bijbelse voorstelling als hieronder: Salomé danst voor koning Herodes en haar moeder, nieuwe minnares van Herodes. Ze is hier geen fraaie jonge danseres, maar haaibaai, lonkend naar het hoofd van Johannes de Doper (helemaal bovenin) en de afbeelding druipt van het bloed. Zoiets wil je toch ook niet in je paleis hebben?
Toch heerlijk om dan nu rustig in die Kunsthal te kunnen rondlopen!
Als een groot zeeschip dat buiten de route ineens op het museum-eiland in gekomen. Het is nog geen Berlijn, maar dit kan het begin van een 21e-eeuwse versie worden van dat toch wel erg klassieke, nagebouwde Griekse tempels van het Museeninsel uit Berlijn gaan worden.
Het grote gobelins, wandtapijten waren er vooral uit Brussel rond 1500-1600. We hoorden ooit dat de twee grote in het kasteel Haarzuilen net zo duur waren als de bouw van het hele kasteel!
De oudste waren over de 1e Wereldoorlog. Weinig bloed eigenlijk, wel nationalistische trots. Hieronder van Frankrijk: met de gallische haan bovenin en verder (in 1917) glorie van de strijders en de partijen die daarbij hoorden.
De smid staat nog wapens te maken, de franss maagd glorieert alvast. Tijdens de 2e wereldoorlog ging dat ook zo door. Het meest curieus was wel een heel groot doek waarop Maréchal Pétain zichzelf als oorlogsleider had laten afbeelden. Maar dat hebben we in Rotterdam gelaten. Curieus was ook wel het grootste tapijt, dat Göring voor zichzelf en zijn paleis in Berlijn had laten maken: WO II als revanche op WO I, toen Duitsland zijn koloniën in Duitsland kwijt raakte. Nu wees vrouw justitia Engeland aan als de schuldige en zouden deze gebieden weer terugkomen. Links onder is nog een uitsparing te zien voor een deur in de bibliotheek waar dit allemaal zou komen te hangen. Er was nog een 2e helft in bestelling, Aziatische gebieden die ook bij het grootse fascistische rijk zouden komen, maar dat is niet afgemaakt.
Er was ook nog zoiets voor het paleis waar minister van Buitenlandse zaken Von Ribbentrop zou gaan wonen. Dat die mensen te midden van dictatuur en oorlog ook nog heel veel tijd en energie aan zulke projecten konden wijden.
Veel wandtapijten hoorden in paleisachtige gebouwen thuis. Zo ook in ambassades (een ontwerp van Picasso, rond 1967 in Frankrijk gemaakt, vrouwen die zich opmaken, later in de Frans ambassade in Madrid).
Er waren ook algemener motieven: orientalistische dromen over Perzië en Vietnam. Ook een enkele bijbelse voorstelling als hieronder: Salomé danst voor koning Herodes en haar moeder, nieuwe minnares van Herodes. Ze is hier geen fraaie jonge danseres, maar haaibaai, lonkend naar het hoofd van Johannes de Doper (helemaal bovenin) en de afbeelding druipt van het bloed. Zoiets wil je toch ook niet in je paleis hebben?
Toch heerlijk om dan nu rustig in die Kunsthal te kunnen rondlopen!
Abonneren op:
Reacties (Atom)









