woensdag 10 juni 2020

Tapijten in Rotterdam

Gisteren, 9 juni dus, gingen we voor het eerst sinds ruim 3 maanden weer naar een museum: Kunsthal Rotterdam. Van te voren aanmelden, afstand houden, de corona zwerft nog overal rond, is onzichtbaar maar moet vermeden worden. Van de 4 tentoonstellingen in het museum zagen we er een: wandtapijten van de 20e eeuw. Kolossale voorwerpen. Maar eerst was er de verrassing van de buitenkant: bovenop de garage staat er nu het magazijn van de niet-getoonde schilderijen: bijna-kitscherig een zilveren eierdop op zijn kop. Zeker spectaculair!
Als een groot zeeschip dat buiten de route ineens op het museum-eiland in gekomen. Het is nog geen Berlijn, maar dit kan het begin van een 21e-eeuwse versie worden van dat toch wel erg klassieke, nagebouwde Griekse tempels van het Museeninsel uit Berlijn gaan worden.
Het grote gobelins, wandtapijten waren er vooral uit Brussel rond 1500-1600. We hoorden ooit dat de twee grote in het kasteel Haarzuilen net zo duur waren als de bouw van het hele kasteel!
De oudste waren over de 1e Wereldoorlog. Weinig bloed eigenlijk, wel nationalistische trots. Hieronder van Frankrijk: met de gallische haan bovenin en verder (in 1917) glorie van de strijders en de partijen die daarbij hoorden.
De smid staat nog wapens te maken, de franss maagd glorieert alvast. Tijdens de 2e wereldoorlog ging dat ook zo door. Het meest curieus was wel een heel groot doek waarop Maréchal Pétain zichzelf als oorlogsleider had laten afbeelden. Maar dat hebben we in Rotterdam gelaten. Curieus was ook wel het grootste tapijt, dat Göring voor zichzelf en zijn paleis in Berlijn had laten maken: WO II als revanche op WO I, toen Duitsland zijn koloniën in Duitsland kwijt raakte. Nu wees vrouw justitia Engeland aan als de schuldige en zouden deze gebieden weer terugkomen. Links onder is nog een uitsparing te zien voor een deur in de bibliotheek waar dit allemaal zou komen te hangen. Er was nog een 2e helft in bestelling, Aziatische gebieden die ook bij het grootse fascistische rijk zouden komen, maar dat is niet afgemaakt.

 Er was ook nog zoiets voor het paleis waar minister van Buitenlandse zaken Von Ribbentrop zou gaan wonen. Dat die mensen te midden van dictatuur en oorlog ook nog heel veel tijd en energie aan zulke projecten konden wijden.
Veel wandtapijten hoorden in paleisachtige gebouwen thuis. Zo ook in ambassades (een ontwerp van Picasso, rond 1967 in Frankrijk gemaakt, vrouwen die zich opmaken, later in de Frans ambassade in Madrid).
Er waren ook algemener motieven: orientalistische dromen over Perzië en Vietnam. Ook een enkele bijbelse voorstelling als hieronder: Salomé danst voor koning Herodes en haar moeder, nieuwe minnares van Herodes. Ze is hier geen fraaie jonge danseres, maar haaibaai, lonkend naar het hoofd van Johannes de Doper  (helemaal bovenin) en de afbeelding druipt van het bloed. Zoiets wil je toch ook niet in je paleis hebben?
Toch heerlijk om dan nu rustig in die Kunsthal te kunnen rondlopen!

Geen opmerkingen:

Een reactie posten