In dit schilderij staat Thomas tussen Plato (rechts) en Aristoteles, terwijl Averroes met tulband eerbiedig op de grond ligt. Averroës heet hier zelfs een bekeerling als hij Thomas prijst als 'het echte licht der kerk' (Vere his est lumen Ecclesiae). Maar op talloze plaatsen in de geschriften van Thomas heet hij interpres de vertolker/aanpasser van ideeën van Aristoteles voor het christen/moslim monotheïsme.
Deze multiculturele achtergrond van Thomas komen we in het erg katholieke boek van Borgman niet zo tegen. Maar bij Thomas dus wel: tussen de grote boeiende serie moderne auteurs komt hij steeds weer terug als de grote inspirator, of minstens als een nadere uitlegger.
Op blz. 150 schrijft Borgman dan ook: "In Alle dingen nieuw laat ik mij door Thomas gezeggen. Dat betekent dat ik ervan uitga dat de theologie erop uit is om vanuit de in de marge van het moderne, op beheersing gerichte bestaan ontdekte afhankelijkheid van Gods genade, ook alle andere aspecten van het leven te zien en te registreren als manifestaties van deze genade." Dit is een ingewikkelde zin, die hij maar beter in drie kortere had mogen kappen, maar dat is nu eenmaal Borgmaniaans Nederlands!
De theologie bewijst God niet, maar gaat uit van Gods bestaan, en invloed op de mens, in ieder geval op de gelovige. Ook als die in een moderne maatschappij leeft waar andere inzichten dominant zijn. Daarom wordt de liberale Protestante theoloog Paul Tillich nogal stevig bekritiseerd en krijgt Karl Barth veel waardering.
De keuze van de ca. 70 moderne bekeerlingen en gelovigen (waaronder nogal wat leden van de Orde der Dominikanen, waartoe Borgman als lekenlid ook behoort) is verrassend: er zijn slechts enkele professionele theologen. De meesten zijn eerder vrije spirituele auteurs. Op pp. 133-135 wordt Willem
Frijhoff besproken: religie is zijnswijze niet alleen zienswijze. Is levensbepalend. Dan denk ik: Toch terug
naar de verzuiling? Een religie als collectief geheel omarmen? Of mag het toch
je eigen brouwsel zijn? Ik vroeg me
hier en bijna overal af, wat de status van theologie is, vooral in verband met
godsdienstwetenschap. In een geseculariseerde maatschappij, zoals beschreven in
zijn afscheidscollege door Borgmans collega in Tilburg, Staf Hellemans, 24 mei
2019, zal ook de katholieke kerk een minderheidskerk zijn van mensen ‘die soms
een eigenzinnige keuze zullen maken uit het aanbod van de kerk’ (p. 50). Dat
betekent dat dit aanbod ook maar ‘een theologische visie’ is te midden van veel
andere.
Blz. 135-9
bespreekt het geloof van Abraham en zijn bereidheid om zijn zoon (Isaak?) te
doden om God te bewijzen dat hij in de belofte van groot volk en groot land
gelooft. Kierkegaard en de Hebreeënbrief
prijzen zijn geloof. Kierkegaard is hier de grote bron.
Mij viel
natuurlijk meteen op dat Ismaël hier niet genoemd wordt, toch de eerste zoon van Abraham.
Salman Rushdie schrijft naar aanleiding van het wegzenden van Hagar en Ismaël:
Zij (Hagar) vraagt aan Abraham: ‘Kan dit Gods wil zijn?’
He replied it is.
And he left, the bastard.. (Satanic Verses 95; Ned. Vertaling 92). Bij Rushdie is
het Hagar die blijft geloven: surely He will not let me perish. En ze
zoekt water tussen de twee heuvels Marwa en Safa bij Mekka en vindt het, en de kleuter
Ismaël brabbelt Zamzam. En daar vieren de moslims hun geloof in God bij de
hadj. Hoe kan een theologie van de 21e eeuw het vrome verhaal van
Kierkegaard herhalen en iedere referentie naar moslims kwaadaardig verzwijgen.
Ja, dit vind ik kwaadaardig verzwijgen. In het lezen van het Abraham-verhaal hoeven we ons niet aan te sluiten bij de nationalistische Joodse verwerping van Hagar en Ismaël en ons alleen te concentreren op Isaac en Sara. Thomas Aquinas was in een aantal opzichten universeler, breder katholiek van Borgman, zowel wat bronnen als wat interpretatie. Ik hoop dat de volgende delen van de Nieuwe katholieke theologie in een opener en echt universeel 'katholieke' stijl zullen worden geschreven.
Blz. 33
heeft een super-Nicea zin waaraan geen waarschuwing aan vooraf gaat: Het
scheppen gebeurt door de God die de Gezalfde Jezus als Zoon zendt en in hun
Geest, in het verlossen is Jezus als Zoon werkzaam in de Geest en de Vader, en
in de Geest stellen Vader en Zoon zich vernieuwend present.. Bedenkelijke
syntaxis! Alleen al het woord Christus kan moeilijk goed vertaald worden als
Gezalfde, Dat is wel letterlijk de betekenis (‘met olie in het haar’, Borgman
zelf kan dat ook goed gebruiken!), maar de betekenis? En dan: Over God en een zoon? Hun
Geest? Dat is niet meteen duidelijke theologie voor de 21e eeuw! Wat
moet een lezer hierbij bedenken? Mag je zo’n superzin ineens lanceren in de hoop
dat die een goed werk doet? Ook voor mensen die niet in dat soort termen
denken? Of waarschuwt deze zin voor rare gedachtenkronkels? Deze zin gaat duidelijk over iets van deel II of III. Ik ben benieuwd wat er allemaal nog komt!

Geen opmerkingen:
Een reactie posten