dinsdag 28 juli 2020

72-82: Sevenster en Siebelink over prostraatkanker

Afgelopen dagen las ik twee boeken over (uitgezaaide) prostraatkanker. Ik kreeg er zelf drie weken geleden mee te maken, wist er niets van, hoorde van artsen informatie, kreeg foldertjes van het KWF (Koningin Wilhelmina Kankerfonds) en lees nu dus wat meer.
Arjen Sevenster kreeg de ziekte begin 2017 en stierf er 2 febr. 2019 aan. Hij is/was dichter, wiskundige en iemand die vijf jaar in Japan verbleef, van zijn 30-35e. Het boek geeft een redelijk enge, maar gedetailleerde visie van een patiënt/leek over de ziekte, het ziekenhuiswezen dat er zo goed mogelijk tegen werkt (inclusief de mislukte second opinion) en ik kon er wat eigen ervaring in terugvinden en vooral alvast voorbereiden op wat eventueel nog gaat komen.
  Alles dus over PSA-waarden, Hb getallen, bijwerkingen. Maar daarnaast heel veel over Japan, zen-boeddhisme, meditatie en wat judo. Mijn eigen ervaringen liggen in Indonesië, waar ik een duidelijker functie had: niet alleen aan wat franjes van de cultuur observeren, maar in het felle debat binnen een islamitische universiteit functioneren. Maar toch vergelijkbaar.
Zijn 25-jaar als redacteur van de wiskunde-tijdschriften bij Reed-Elsevier komen nauwelijks ter sprake. Is wiskunde dan toch minder algemeen belang dan islam-wetenschap? Maar mijn Nijmeegse broer kon hem zich goed herinneren als 'de man die bij alle wiskunde-conferenties was' en vooral van een ontmoeting in Moskou. In totaal neemt de prostraat-problematiek hoogstens een 20% van het boek in beslag: de Japanse belletjes en tempels zijn dan toch mooier dan die ziekte waaraan hij berustend overleed op 72-jarige leeftijd. Maar ik ben hem toch dankbaar dat hij dit boek heeft beschreven. Het heeft me meer inzicht en ook wel troost gegeven.
De tekening van de cover is van schoondochter Martine.
 De titel verwijst naar een Japans gezegde: de wind van vandaag is anders dan die van morgen.
Jan Siebelink (nu 82 jaar oud) begint zijn laatste boek met een passage van 6 bladzijden (11-16) over een mislukte afspraak met een uroloog, die wel een brief meegeeft, over het onderzoek naar uitgezaaide prostraatkanker bij de ik-persoon Hugo Tempelman. Die brief kom af en toe in het boek terug (117, 139, 141, 225, 246-7), maar verder is het boek (deels als dat van Sevenster) een terugblik op zijn leven: pleegkind bij de bekende kwekerij in Velp, huwelijk met Ankie, relatie met Pauline, wat mijmeringen over Joris-Karl Huysmans en zijn boek  À rebours dat Siebelink ooit vertaalde en waarover een vorige blog deze maand ging: verheerlijking van het decadentisme.
Over prostaatkanker krijg je weinig informatie te horen en wat er is lijkt overdreven. Blz. 225 spreekt over een 'soort revolver waarmee de arts pijltjes naar binnen schoot.' Het waren er een tiental. Bij mij was vier al voldoende om een beeld van uitzaaiingen te krijgen.
Er zitten bizarre stukken religie in: te beginnen bij een twee weken abdij in Oosterhout waar de ík-figuur' bijkomt van het overlijden van zijn pleegouders en ook een Pauline ontmoet, oorspronkelijk Christelijk Gereformeerd, nu even gast in de vrouwenabdij, maar ze reizen samen van Oosterhout naar Amsterdam voor een 'liefdesnacht' waarin de  ikfiguur zijn hoofd 'tussen haar benen had begraven, als wilde ik, net als Nicodemus, teruggaan in de moederbuik om wedergeboren te worden' (103) Zo degelijk en treffend als Siebelink de religieuze obsessie van zijn vader ooit beschreef, zo platvloers, nietszeggend en ronduit storend zijn die religieuze rariteiten die we hier tegenkomen. Laat Siebelink dus maar een keer naar Lourdes gaan en daar het andere boek van Huysmans een keer overdoen.

maandag 27 juli 2020

Domkerk in Utrecht weer levend

Gisteren gingen Paule en ik naar de Domkerk. We probeerden te laat te reserveren, maar bleken toch zo naar binnen te kunnen. Op plaatsen voor 'familie' dus twee naast elkaar. Het is nog wennen, dus de 100 plaatsen waren nog net niet allemaal bezet. Maar het was weer een genot om eindelijk na 5 maanden op een TV scherm magere kerkdiensten van vier mensen in de Janskerk te zien, weer eens in een mooi oude gebouw te mogen zitten. En ze pakten goed uit: drie stevige lezingen, psalmen en liederen mogen we meezingen, en een goed cantorij van zeven superzangers.
Het leek wel katholiek: Kyrie, Gloria van De Sutter de Belg. Drie lezingen: Salomon die om wijsheid vraagt, Romeinen 8 met Paulus weer hoe wij tot wijsheid komen door naar de Geest in ons te luisteren en parabels over een grote schat die je moet zoeken uit Matteüs 13. Na een goede preek het slot van Psalm 119 op muziek van Schütz. Het feestelijk tintje was ook voor herdenking van de kerkwijding van de DOM: alsof die altijd ecumenisch christelijk was geweest. De kerkwijding van 26 juli werd ook herdacht, alsnog de geesten van die oude bisschoppen ook uitgenodigd waren en er bij mochten zijn.

Nu de laatste feestelijke plechtigheid op de Indonesische ambassade is afgelast vanwege mijn prostaatkanker, vraag ik me meer expliciet af, wat nu eigenlijk mijn bijdrage is geweest aan dat contact tussen de westerse en de indonesische islamwetenschappers. Misschien is het wel de ondersteuning aan het onderstrepen van varianten die er binnen een wereldreligie nodig zijn. Harun Nasution wilde naast de strikte leer- en wetsbepalingen van Koran en Traditie ook het belang van eigen zoeken benadrukken. De Koran zegt immers ook heel vaak dat mensen zelf moeten nadenken.
Tegen studenten die vroegen waarom ik dan wel met moslims meeging in relativeren van de drieëenheidsleer: God-vader, God-zoon, God-geest en dat één, is een lastige en zelfs onmogelijke leer. Jezus mens én god tegelijk, ook lastig. Waarom ik dan toch geen 100% moslim ben geworden, legde ik uit dat ik die shari'a geboden overtrokken vond: voor veel praktische zaken moet iedere generatie zelf wat bedenken.
Zo viel het me bij 1 Koningen 3:5-12 op dat Salomons wijsheid (ietwat chauvinistisch overdreven) wel de eigen wijsheid van Salomo is geweest, niet een nauwgezet volgen van geschreven en vastgelegde voorschriften, maar 'luisteren, en onderscheiden tussen recht en onrecht'. In Paulus brief Romeinen 8 is de geest iets van ons zelf, waar wij naar moeten luisteren. Gelukkig had de predikant het niet over 8:29  'Wie God al van tevoren heeft uitgekozen, heeft hij er al van te voren toe bestemd om het evenbeeld te worden van zijn zoon...' Dat lijkt wel uitgesproken predestinatie. Maar in de zonnige Domkerk werd het een loflied om het goede dat in de wereld nog steeds voor ons klaarstaat en waar we in dankbaarheid en deemoed van mogen genieten. Domkerk-light dus. De stenen opgelicht en meezingend.

zaterdag 25 juli 2020

De eenkennige romanticus: Joris-Karl Huysmans

De Fransman Huysmans (spreek je dat uit als Wiesmans?) kende ik als een inspirerende figuur voor de jonge Louis Massignon die van atheïst een open katholiek en grote islamkenner werd. In het nieuwste boek 'Een theologie voor de 21e eeuw' van Erik Borgman krijgt hij ongeveer 8% van de pagina's  van het eerste deel. Nu heb ik dus 2 boeken van hem gelezen.
Een hijgerige stijl van schrijven: concrete beschrijvingen met heel veel details, pakkend vaak. De noodzaak van het geschrevene schreeuwt er iedere bladzijde van af. Maar de twee boeken waren wel heel verschillend.
Huysmans leefde van 1848-1907. Zijn decadentieboek  À Rebours is uit 1884. De vertaler van het boek naar het Nederlands (Jan Siebelink, vooral bekend van ultra Protestante Knielen op een bed violen, ook extreem eigenaardig) beschrijft hem als de 'profeet van de decadentie. hoofdpersoon is telg van een rijk adellijk geslacht die alle waarheid en schoonheid van de buitenwereld veracht en in een zelfgekozen isolement. Hij leest Latijn, maar heeft een eigenzinnige smaak. Hoofdstuk 3 (51-63) vindt Cicero protserig, met moeilijk lopende zinnen. Ambrosius is 'de schrijver van ongenietbare zedenpreken'.   Van Augustinus had hij wel veel gelezen, maar 'al meer dan genoeg gekregen van zijn preken en jammerklachten, van zijn theorieën over predestinatie en de genade, van zijn strijd tegen de schisma's.' (59). Nee, zijn grote held is Petronius, society beschrijver onder keizer Nero 'die de erotische avonturen van het voor Sodom rijpe wild beschrijft..' (55)
er zijn hoofdstukken over schilderkunst, juwelen, geuren, moderne Franse literatuur, allemaal getuigend van grote belezenheid en afkeer van wat naar klassieke goed smaak zweemt.
Het andere boek wat ik van Huysmans las is uit 1906, een tien jaar na zijn (definitieve) bekering tot het katholicisme en een jaar voordat hij in een benedictijnerpij als oblaat stierf aan longkanker (vanwege zijn rookverslaving). Het is een boek met als titel Lourdes en de Massa. Hij schreef het tien jaar nadat Emile Zola een atheïstisch boek over Lourdes schreef. Huysmans schrijft een soort dubbelboek. Het begint met een overdonderende opsomming van de lelijkheid van de stad: de Rozenkranskerk beschrijft hij als 'een kruising tussen een paardenrenbaan, een casino en een rangeerstation voor locomotieven'. De mozaïeken in die kerk vind hij afgrijselijk. Maar ergst zijn de mensen zelf, de zieken en hun verzorgers. Bladzijde na bladzijde staan volg met allerlei gruwelijke beschrijvingen van ziekten, mismaakte mensen, zeurkousen. Maar dan, ineens de ommekeer: de niet te verklaren genezingen, de ongekende toewijding, de eerlijkheid van de agnostische artsen. Zo eindigt dit boek met een identificatie van Eva en Maria: En U die hier op aarde geen wonderen bij Uw leven deed, doet ze nu, én voor haar én voor ons, Licht van goedheid dat geen donker kent, Behouden Haven van de eeuwig-lijdende, Maria van alle mededogen, Moeder van alle barmhartigheid.
Als Huysmans ergens over schrijft is het altijd mateloos, totaal, overdreven en ook toch een beetje overrompelend. Tot einde 20e eeuw nog wat in de belangstelling, maar zo ook nog voor de 21e?

donderdag 16 juli 2020

Vrucht van de Geest: goedheid

Zondag 28 juni 2020 gaat de youtube-viering verder met de cyclus Vruchten van de Geest, nu met de 6e uit de serie van Galaten 5:22-3, waarin Paulus een programma geeft voor de nieuwe levensvisie die hij heeft gevonden na zijn bekering. Na het afzweren van de vele geboden van het oude Jodendom, vooral dus de besnijdenis, komt hij met algemene formules. De 6e is die van de oproep tot goedheid. Alle 9 'vruchten' zijn nogal vage en ook universele eigenschappen of deugden, waar niemand eigenlijk tegen ken zijn. Daarom zegt Galaten na 8-9: .. zachtmoedigheid en zelfbeheersing. Er is geen wet die daar iets tegen heeft.
De tekst die daar tegenover staat is Matteus 5:43-48 uit de Bergrede: Jullie hebben gehoord dat gezegd werd: Je moet je naaste liefhebben en je vijand  haten.  En ik zeg jullie heb je vijand lief en bid voor wie jullie vervolgen, alleen dan zijn jullie werkelijk kinderen van de Vader in de hemel. Hij laat zijn zon immers opgaan over goede en slechte mensen en laat het regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen. ...
Meteen al twee vragen: staat ergens in het Oude Testament of Talmoed dat wij/de joden hun vijanden moeten haten? Her en der staan wel exclusieve teksten, dat die steden van die vijanden vernietigd moeten worden en alle bewoners, maar haten?
En een algemener observatie: die hele Bergrede is altijd zo concreet, net als al die geboden van de Torah en de Talmoed, terwijl Paulus in de Galatenbrief bij zijn beschrijving van de vruchten over zo algemene deugden gaat spreken.

Deze 9 vruchten van de geest zijn niet uit Galaten 5:22-23, maar volgens 1 Korinthiërs 13-14 naar de nogal uitbundige gelovigen van Korinthe.

Goedheid is in het Grieks agathosunè. Het woord komt in meer Paulusbrieven voor: Romeinen 15:14 Broeders en zusters, ikzelf ben er inderdaad van overtuigd dat u inderdaad niets dan het goede wilt...; 2 Thess. 1:11 waar Paulus bidt, dat God u door Zijn kracht de vaste wil geeft het goede te doen en Efeziërs 5:9  Ga de weg van de kinderen van het licht. Het licht brengt goedheid voort en gerechtigheid en waarheid
Wat mij deze serie van 8 weken over Vruchten van de Gest betreft heeft het mij beter geleerd te beseffen hoezeer Paulus een eigen weg is gegaan: meer termen ontleend aan de Griekse filosofie, een absoluut verlaten van de joodse gebodsethiek en een realistischer perspectief op het leven in een veelvormige, multiculturele wereld.


Joods-christelijke dialoog?

In 115 bladzijden vinden we maar liefst 17 bijdragen over de vraag Wat heeft de joods-christelijke dialoog ons gebracht? In getallen uitgedrukt valt dat best mee: blz. 103-109 geeft maar liefst 41 conferenties tussen 1981 en 2020, dus één per jaar. De meeste vonden plaats in Wilrijk bij Antwerpen. Aanvankelijk kwamen daar boeken uit, later werd het op websites gezet.
Het begon allemaal bij WOII. Tot 1940 waren de joden vooral Jezus-ontkenners zelfs Jezus-doders, maar daarna is zowel bij katholieken als protestanten besef gekomen van de nauwe band tussen christenen en joden, zozeer zelfs dat er bij rechtse christenen groeperingen zijn als 'Christenen voor Israel'. In de beginselverklaring van de grote PKN, Protestantse Kerk in Nederland staat een onopgeefbare verbondenheid tussen kerk en het volk Israël.
Voor Zwi Marx, de rabbijn in problemen (hij trouwde met een vrouw die predikante in de voorganger van de PKN, de Hwervormde Kerk was), die in de jaren 1970-80 Joods kampioen in de dialoog was, grijpt uiteindelijk terug op de profeet Zacharia 8:23; Als de tijd gekomen is, zullen tien mannen uit volkeren met verschillende talen, een Joods man bij de slip van zijn mantel grijpen met de woorden: Wij willen ons bij u aansluiten, want we hebben gehoord dat God bij u is. Maar hij kan ook begrojpen dat er buiten het jodendom authentieke spirituele werelden zijn. Best een wat mager resultaat dus na 40 jaar!
Marcel Poorthuis haalt er (natuurlijk!) ook de moslims bij: hij benadrukt dat beide religies in orthodoxe vorm problemen hebben met strikte voorschriften. Liberale tendenzen bij beiden hebben problemen met gebod van besnijdenis, of komen buitenstaanders tegen die daar moeilijk over doen. Porthuis benadrukt ook dat de secularisatie en teruggang van het christendom in Europa een negatieve invloed hebben op de interreligieuze dialoog in het algemeen. Steeds minder mensen weten echt wat de kerkelijke leer is en populisme krijgt vat op hen. Of dit boekje daar veel aan kan veranderen mogen we betwijfelen: het is meer voor insiders geschreven.