Afgelopen dagen las ik twee boeken over (uitgezaaide) prostraatkanker. Ik kreeg er zelf drie weken geleden mee te maken, wist er niets van, hoorde van artsen informatie, kreeg foldertjes van het KWF (Koningin Wilhelmina Kankerfonds) en lees nu dus wat meer.
Arjen Sevenster kreeg de ziekte begin 2017 en stierf er 2 febr. 2019 aan. Hij is/was dichter, wiskundige en iemand die vijf jaar in Japan verbleef, van zijn 30-35e. Het boek geeft een redelijk enge, maar gedetailleerde visie van een patiënt/leek over de ziekte, het ziekenhuiswezen dat er zo goed mogelijk tegen werkt (inclusief de mislukte second opinion) en ik kon er wat eigen ervaring in terugvinden en vooral alvast voorbereiden op wat eventueel nog gaat komen.
Alles dus over PSA-waarden, Hb getallen, bijwerkingen. Maar daarnaast heel veel over Japan, zen-boeddhisme, meditatie en wat judo. Mijn eigen ervaringen liggen in Indonesië, waar ik een duidelijker functie had: niet alleen aan wat franjes van de cultuur observeren, maar in het felle debat binnen een islamitische universiteit functioneren. Maar toch vergelijkbaar.
Zijn 25-jaar als redacteur van de wiskunde-tijdschriften bij Reed-Elsevier komen nauwelijks ter sprake. Is wiskunde dan toch minder algemeen belang dan islam-wetenschap? Maar mijn Nijmeegse broer kon hem zich goed herinneren als 'de man die bij alle wiskunde-conferenties was' en vooral van een ontmoeting in Moskou. In totaal neemt de prostraat-problematiek hoogstens een 20% van het boek in beslag: de Japanse belletjes en tempels zijn dan toch mooier dan die ziekte waaraan hij berustend overleed op 72-jarige leeftijd. Maar ik ben hem toch dankbaar dat hij dit boek heeft beschreven. Het heeft me meer inzicht en ook wel troost gegeven.
De tekening van de cover is van schoondochter Martine.
De titel verwijst naar een Japans gezegde: de wind van vandaag is anders dan die van morgen.
Jan Siebelink (nu 82 jaar oud) begint zijn laatste boek met een passage van 6 bladzijden (11-16) over een mislukte afspraak met een uroloog, die wel een brief meegeeft, over het onderzoek naar uitgezaaide prostraatkanker bij de ik-persoon Hugo Tempelman. Die brief kom af en toe in het boek terug (117, 139, 141, 225, 246-7), maar verder is het boek (deels als dat van Sevenster) een terugblik op zijn leven: pleegkind bij de bekende kwekerij in Velp, huwelijk met Ankie, relatie met Pauline, wat mijmeringen over Joris-Karl Huysmans en zijn boek À rebours dat Siebelink ooit vertaalde en waarover een vorige blog deze maand ging: verheerlijking van het decadentisme.
Over prostaatkanker krijg je weinig informatie te horen en wat er is lijkt overdreven. Blz. 225 spreekt over een 'soort revolver waarmee de arts pijltjes naar binnen schoot.' Het waren er een tiental. Bij mij was vier al voldoende om een beeld van uitzaaiingen te krijgen.
Er zitten bizarre stukken religie in: te beginnen bij een twee weken abdij in Oosterhout waar de ík-figuur' bijkomt van het overlijden van zijn pleegouders en ook een Pauline ontmoet, oorspronkelijk Christelijk Gereformeerd, nu even gast in de vrouwenabdij, maar ze reizen samen van Oosterhout naar Amsterdam voor een 'liefdesnacht' waarin de ikfiguur zijn hoofd 'tussen haar benen had begraven, als wilde ik, net als Nicodemus, teruggaan in de moederbuik om wedergeboren te worden' (103) Zo degelijk en treffend als Siebelink de religieuze obsessie van zijn vader ooit beschreef, zo platvloers, nietszeggend en ronduit storend zijn die religieuze rariteiten die we hier tegenkomen. Laat Siebelink dus maar een keer naar Lourdes gaan en daar het andere boek van Huysmans een keer overdoen.


Geen opmerkingen:
Een reactie posten