De morgen na ons bezoek aan Catharijneconvent gingen we naar een mogelijk nog wat heftiger religieus kunstwerk: de Poolse film Corpus Christi over een jonge misdadiger, die in de gevangenis stevig wordt gepest en mishandeld door medegevangen, een goede relatie met de gevangenispastor onderhoudt. hij wordt voorwaardelijk vrijgelaten en moet van de staf maar in een houtzagerij gaan werken. Dat doet hij niet maar gaat zo wat kletsen in een nabijgelegen dorp. Hij maakt de huishoudster van de priester wijs dat hij een pastor is die even onderdak nodig heeft. De pastoor moet weg (even, voor ziekenhuiszaken). De jonge man, Thomasz, werpt zich op als een bezield en inspirerende pastor. Hij komt terecht in een probleem van een auto-ongeluk waarbij zeven doden waren. Een dode man wordt aangezien voor schuldige en krijgt geen begrafenis in gewijde grond. We zien een aantal mooie toespraken en plechtigheden van Thomasz, die er ook nog in slaagt om de begrafenis te regelen.

In de eerste gesprekken met de pastoor, die er aan het begin nog even is, komt de slappe sfeer van seminaries naar voren: studenten willen 's nachts nogal eens bij een vriendin verblijven. De pastoor komt terug. Uiteindelijk wordt Thomasz dan ontmaskerd door de gevangenispastor. Thomasz wil niet mee naar de bisschop, maar toont zich aan de parochie in zijn gewone postuur: getaand lichaam met tatoes. Hij gaat terug naar de gevangenis waar hij in een groot gevecht komt met de leider van de criminelen daar en hevig bebloed raakt, waarna de film, toch ietwat raar, eindigt. Vooral het middendeel, waar de priester eerlijk over levenservaringen en gevoelens spreekt is sterk: tegen hebzicht, zoveel mogelijk willen hebben, voor aandacvht voor mensen om je heen. Klacht over de strakke kerkelijke organisatie in Polen en onderdanigheid aan politieke leiders.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten