maandag 31 december 2018

Kerk en politiek als een mijnenveld of slagveld?

Er is zowel onder christenen als moslims eeuwenlang een debat geweest over predestinatie: is het lot van de mens helemaal door God voorbestemd?
Een leuk verhaal hiertegen is te vinden in de oude moslim-tradities over Adam. Die gaan er van uit dat de zielen van de profeten al bestonden vóór de schepping van de echte wereld. Daar zei de ziel van Mozes dus tegen die van Adam: 'Sukkel ben jij, dadelijk als je geboren wordt. Waarom ga je dan in het paradijs van die appel eten? Komen wij er niet meer in, door jouw schuld!' Dan antwoordt Adam: 'Wel, Mozes. Jij bent de schuld hiervan. Want in jouw Tora staat het nu al allemaal geschreven en daar is het dus voorbestemd. Kunnen wij niets meer aan doen.' (In mijn boek Adam Redivivus, blz. 121).
Twee geloofspunten zijn moeilijk in overeenstemming te brengen: eerst dat de mens verantwoordelijk is voor zijn daden. Hij kan door God voor foute keuze worden gestraft. Daar moet dus vrije keuze en vrije wil aan vast zitten. De andere overtuiging is dat God almachtig is en alles weet, van eeuwigheid af. De gelovige kan met beide standpunten leven, maar ze niet harmonisch met elkaar verzoenen. Paradox dus.
Maar kort na 1600 kwam er een strijd tussen Arminius (verdediger van de vrije wil van de mens) en Gomarus (helemaal geobsedeerd door Gods voorbeschikking). In 1610 en 1812 waren die twee uitgekibbeld, want dood. Maar de strijd ging door tussen aanhangers. Maar juist in de periode van het 12-jarig bestand kreeg het debat andere dimensies. Prins Maurits was van de oorlogspartij: als men van het leger wilde hij doorvechten en Nederland groter maken. Daar hoorde een harde lijn tegen katholieken en andere ketters bij.
In 1618 riep hij de synode van Dordrecht bijeen om over de geloofszaken te spreken. Het was tevens de gelegenheid voor Maurits om Oldenbarnevelt, voorstanders van vrede en van de Arminianen kwijt te raken.

In Dordrecht is de synode zes volle maanden gehouden. Er was nu een tentoonstelling over, die de versluierende titel had: Werk, bid en bewonder: een nieuwe kijk op kunst en calvinisme. Eerst dus nog over de synode, waar veel buitenlandse kerkelijke gasten bij waren. Uit Nederland zelf was de helft van de deelnemers wel eerder politiek ambtenaar, een minderheid theoloog en kerkelijk leider. De Arminianen zitten in de tafel in het midden. Zij zijn maar met 14 tegen de ruim 100 anderen en zitten in de verdachte hoek. Na ruime een maand zijn ze in Januari 1619 dan ook al weggestuurd, veroordeeld. Oldenbarnevelt beschuldigd van landverraad, zelf te dood gebracht. Prins Maurits wilde geen machtig bestuurder naast of zelfs boven hemzelf. In feite was die synode dus een soort staatsgreep van Maurits.
Tweede thema van de tentoonstelling was dat de Calvinisten helemaal niet zo tegen naakt, tegen kunst of rijkdom waren: dat zijn ze pas onder Abraham Kuyper (vanaf einde 19e eeuw) geworden. Er werd een aardige poging gedaan om ze tot renaissance-achtige levensgenieters te maken. Er hing zelfs een schilderij over Paris (van Troje) die de appel aan Venus geeft als teken van uitverkiezing als de mooiste der godinnen. Daarop heeft Venus hem geholpen om Helena aan Menelaos te ontfutselen en mee te nemen naar Troje. Daarom die oorlog dus...

Ook bij het onderste schilderij stond geschreven dat in het verhaal van Samson en Delila de dame natuurlijk wel met de borsten bloot mocht, want vanwege het verhaal..
Afijn naast het politieke verhaal, dus ook nog een poging om ons beeld van de Gereformeerden bij te setllen. Alleen na Kuyper, ja toen werd het sober en minimalistisch. Theo van Doesburg zou daar een voorbeeld van zijn. Dat vond ik nu toch een beetje indoctrinatie van een goedwillende museum-figuur!
Curieus was ook wel de video-presentatie waarin onder het motto: Liever Turks dan Paaps werd gesteld dat de moslim in Nederland eigenlijk ook best een beetje 'Calvinistisch' zijn, staan op openbare orde, netjes gekleed zijn en je ook zo voordoen. En dat allemaal voortkomend uit het debat over de menselijke wil van Arminius en Gomarus!

zaterdag 29 december 2018

Delft in Oranje of Oranje in Delft?

De Prinsenhof in Delft kenden wij als het minder goede museum over Indonesië: veel spannende dingen konden ze er vaak niet laten zien, maar Nusantara, zoals het toen heette deed zijn best en we kwamen toch trouw kijken.
Sinds enige tijd is Nusantara opgeheven, de collectie over andere instellingen verdeeld en de stad Delft heeft de prinsenhof tot lokaal museum verheven met als toppers het Delfts Blauw, Antonie van Leeuwenhoed en vooral Willem van Oranje. Momenteel is er een rijke tentoonstelling te zien over leven en omgeving (vooral kinderen en kleinkinderen) van de Vader des Vaderlands, zoals hij wat pompeus heet.
Er is al veel voor de orangisten geweest de laatste tijd: de TV-serie over de 80-jarige oorlog,  en de tentoonstelling in het Militair Museum van Soesterberg, waar hij vooral als lid van de adellijke stand wordt getoond.
Delft heeft zijn eigen 'toren van Pisa', niet zo scheef als die witte in Italië. Kennelijk zijn ze tijdens de bouw al correctief gaan stapelen, maar toch apart: zo lang zo scheef al!
In 1572 was er nog geen definitieve alteratie geweest: geen definitieve overgang tot de reformatie, maar katholieke kerken konden nog open blijven. Bij de Oude Kerk stond nog het grote en deftige (voor adellijke meisjes/dames) Sint Agatha-klooster. Willem van Oranje 'kreeg' (of nam) een deel van het klooster in gebruik. Rector was daar de geleerde Erasmus-vriend Cornelis Musius, die kort voor de beeldenstorm (waar dit klooster aan kon ontsnappen) nog een altaarstuk had laten schilderen, de kruisafname.

Musius is 72 op dit schilderij. Ouder is hij niet geworden, want in December 1572 werd hij weggevoerd en uiteindelijk omgebracht door of op bevel van Lumey, de bloedgraaf die graag katholieke priesters ombracht en door Oranje werd gehaat, maar niet al te openlijk, want Willem was wel tolerant, liet liefst de godsdienst buiten de politiek en het geweld, maar kon ook weer niet te openlijk de geuzen afvallen. Lumey schijnt toch min of meer verbannen te zijn. Te laat dus voor de Rector Musius in Delft.
Oranje kwam als gast in het klooster, maar er werd wel verordend dat de nonnen mochten blijven maar er verder geen nieuwe leden meer mochten worden aangenomen: het was de tolerantie een moeilijke zaak. De burgemeester weigerde te kiezen voor katholiek én Spanje, dan wel voor de opstand: hij koos wijselijk voor Delft, waar het dus moeizaam verliep.
Een maand voor hij werd vermoord, werd de 3e en laatste zoon van Willem van Oranje geboren. Er kwam een groots doopfeest met veel gasten, muziek en wijn. Daar werd door de dominee stevig tegen gepreekt en ook preek werd gedrukt en lag nu op de tentoonstelling.
Nog vele familiegeschiedenissen: tussen katholiek en protestant (en daarbinnen Luthers versus Calvinistisch) liepen de scheidingen alsmaar door.
Hieronder nog een lijkafname: van kort na 1600 en uit Italië waar Caravaggio het allemaal nog spanneder en fysieker maakt. Nu door het Vaticaan aan het Centraal Museum in Utrecht uitgeleend. Eén groot feest die tentoonstelling met Caravaggisten.

zaterdag 22 december 2018

Kerstliederen in Rheyngaerde

Sinds bijna een half jaar woon ik u in het gebouw Rheyngaerde. Het is een gebouw met  ruim 100 appartementen. Je moet 50 zijn om er te komen wonen. Er is een receptie tijdens werkuren, die allerlei praktische zaken kan regelen, er zijn gezamenlijke ruimtes (fitness, biljard, koffieruimtes, ook voor de verhuur van feesten, schilder- en beeldhouwcursus, een bibliotheek-leeskamer).
Er is ook een eigen huiskoor, geleid door Martine Visser, claveciniste en tot voor kort docent aan het Utrechts Conservatorium.
Ik heb het gebouw wel eens vergeleken met zo'n clan-huis of longhouse, rumah gede, zoals we dat van de Dayaks in Kalimantan zagen: apartementen, iedere familie kookt apart en doet een aantal zaken apart. Maar er zijn ook gezamenlijke ruimtes, als ontmoetingsruimten (zoals op het kantoor de koffie- en copieermachine als ontmoetingsplek).

Voor het kerstconcert had Martine gekozen voor een grote keuze uit traditionele kerstliederen met één klassieke topper: het bekendste van de versies van het Gloria van Antonio Vivaldi. Het eerste deel in een toon lager gezet.
Er was muziek van Corelli, met de blokfluit en een spinet. Viool: barokmuziek want die hoort bij kerst.
Enkele opvallende zaken bij de liederen: het hobbelt snel tussen uitersten: de koning, Gods zoon, in een zeer arme kribbe, de nadruk op de nacht (komt ook in de analyses van Stille Nacht naar voren: Kerstmis blijft toch vooral een Germaans Midwinterfeest), en soms een snelle overgang van de geboorte naar de dood. Dat is net zoals in de geloofsbelijdenis: daar wordt het prekend leven van Jezus ook overgeslagen en gaan we na geboorte meteen naar de passie. Onze ster-tenor, oud-lid van het Groot Omroepkoor Rob Sturkenboom deed dad in een kerstlied van Schubert: Schlaf wohl du Himmelsknabe gaat als snel over in Bald wirst du gross, dann fliesst dein Blut..
Enkele leden hebben al helemaal geen affiniteit met religie, christelijk geloof, maar kerstmuziek is iets aparts: ligt lekker in het gehoor, 3/4 of 6/8, wiegende muziek.
Hieronder de sopranen, alten (niet volledig helaas!), tenoren en bassen in de juist volgorde.




Iedereen een mooie kerst en een goed 2019 toegewenst!

dinsdag 18 december 2018

Goedmoedige krijgsmanstaal: Willem van Rees

Voor het project Christian-Muslim Relations, a Bibliographical History schrijf ik nog enkele artikelen over de 19e eeuw. Het laatste ging over de strijd in Banjar, het zuidelijke deel van Kalimantan, vroeger Borneo. Daar haalden de Nederlanders sinds 1840 kolen en de Duitsers waren er met kerstening van de Dajaks in het binnenland begonnen. De oude sultan stierf in 1857 en dit was gelegenheid voor familieruzie, gekonkel, waar de kolonialen profijt bij haalden door de drie belangrijkste kandidaten te verbannen en het gezag rechtstreeks over te nemen. Er kwam wel verzet, dat deels sterk religieus was geïnspireerd door eigenaardige zieners, een mengeling van traditionele religie en Moslim elementen. Probleem bij het schrijven van de bijdrage was wel dat de twee contemporaine lokale bronnen in het Maleis geschreven waren door mensen die door de Nederlanders werden betaald, voor hen streden, maar vooral hun eigen rol als bemiddelaars naar voren haalden en religieuze componenten helemaal verdoezelden.
Curieuze auteur was hier wel een oud-legerman, Willem Adriaan van Rees, die van zijn 20e tot 40e in het leger zat, toen tien jaar van alles schreef, en van zijn 50e tot zijn dood op zijn 80e lid van de Algemene Rekenkamer was.
In die tien jaar schrijverswerk heeft hij ruw geschat zo'n 1500 bladzijden gepubliceerd met veel smeuïge verhalen. Hij heeft het zelfs gebracht tot 5 bladzijden (193-7) in de Oost-Indische Spiegel van Rob Nieuwenhuys, een korte vermelding bij Beekman. Maar niets in de Oost-Indische Inkt van Alfred Birney.
Van Rees was een stevige militair en op de foto hierboven zien we de Willemskerk op het Koningsplein van Batavia (nu Gereja Immanuel). Van Rees besteedt een bladzijde aan de parade op de koninklijke verjaardag. Zal de Gouverneur-generaal in burger of militair tenue komen? Gelukkig als militair want 'het zou vreselijk zijn om als militair voor een burgerpakje te moeten salueren'.
In zijn boek Herinneringen van een Indisch officier, heeft Van Rees een aantal hoofdstukjes van zo'n 5-6 bladzijden over de 'verheffing' van de inlander. In zending en bekeringspogingen ziet hij niets, maar ook van de niet-religieuze aanpassingen ziet hij alleen maar kwade gevolgen: de aangepaste inlander doet immers niets anders dan alcohol inslaan en zelfs dansavonden met gewillige vrouwen eindigen in een van die verhalen in mannen die dronken op de vloer liggen en tot niets verder in staat.
De verhalen van de krijgers die zich eerst moed hebben ingezongen via het reciteren van heilige spreuken als la ilaha illa Allah onkwetsbaar achtten, lopen helemaal verkerd: "In Amandit trachtte hadji Lamoan een bende orang beamaäl te organiseren, doch werd met een volgeling door een nachtelijke patrouille onder Gehne afgemaakt".
Ook hier zoekt de koloniale partij steun te krijgen bij 'gematigde moslims': "Verspijck had reeds den mufti en de drie voornaamste penghoeloe’s van Martapura naar Amuntai gezonden met last door hun invloed het ratib beamal te doen ophouden als zondig en strijdig met de wet van de Profeet; en daar in de omtrek van Kaloewa een geestdrijver was opgestaan, die den profeet Mohamed geloochend, den Koran bespot en in de rivier geworpen had, en met kracht van wapenen een nieuwe godsdienst wilde invoeren (waarvan uitroeien der blanken een der hoofdleerstellingen uitmaakte), was de Islamsche bevolking verontwaardigd en geneigd aan de hooge priesters het oor te leenen…".
In een aantal scenes kom je dan beschrijvingen tegen die wel lijken op hoe de huidige Nederlanders tegen IS aankijken. Verandert er dan toch niet zo veel?

maandag 3 december 2018

Op zoek naar sterke mannen? Nieuw eerbetoon aan Willibrord

Al sinds een jaar of 15 wordt de Domkerk steeds meer verbonden met Martinus van Tours. De relieken zijn verdwenen, maar toch, de naam is weer teruggehaald. De laatste tentoonstelling in het Catharijneconvent kon van die relieken niets meer tonen. Een recente tentoonstelling in de Domkerk vertelde dat er in 1519 nog was geïnvesteerd in de aankoop van een hele arm vanMartinus door drie kerken, waaronder Kleef en Utrecht. De zilveren relikwieschrijn voor Kleef was ook vervaardigd in Utrecht en bestaat daar nu nog steeds, maar die in Utrecht is verdwenen. Wel wordt er rond 11 November stevig Martinus gevierd rond de Domkerk, zoals de blog van vorig jaar laat zien.
7 November is het jaarfeest van Willibrord en daarom werd ook dit jaar een oecumenisch feest rond hem gevierd, met drie kerken prominent aanwezig: PKN, de Oud-Katholieken en de Roomsen. Eerst met een vespers in de Domkerk, daarna bij de Oud-Katholieken met een boekpresentatie.
Bij de Vespers bleek dat de Oud-Katholieken er stevig werk van hebben gemaakt. Veel was ontleend aan hun Breviarium Ecclesiasticum van 1744: hymnen, antifonen, nu wel in het Nederlands, maar nog steeds gregoriaans gezongen.
Aartsbisschop Willem Eijk deed niet mee, dus was het oecumenisch nu op plaatselijk niveau. Het bijgaande boek vertelt ook dat Eijk de jaarlijkse processie (sinds 2002 vanaf Janskerkhof en zijn beeld naar de Roomse Kathedraal) toch vooral ziet als een Rooms-Katholiek gebeuren (blz.139). Maar nu dus wel plaatselijke oecumene.
Bij de boekpresentatie in de romantisch beschilderde oude Gertrudis ging het vooral over de tegenstelling tussen Bonifacius en Willibrord, mede naar aanleiding van de film Redbad. Alex van Galen was de scenarioschrijver van die min of meer geflopte film. Het was zomer, erg heet en voetbal op TV, dus kwam er weinig volk. Ik heb de film ook niet gezien. Tussen de drie topmensen van de film, scenario-schrijver, producer en regisseur, bleek ook onenigheid te zijn. De tendens was dat Bonifacius de harde jongen was, er stevig tegenaan wilde, terwijl Willibrord wordt afgeschilderd als iemand van de lange termijn. Liever een kleine groep jongeren goed opleiden in een kloosterschool en die later via onderwijs het werk laten doen, dan meteen de koning of de politieke leiding definitief bekeren.
Sven Meeder had een mooi verhaal over Alcuin, die een heiligenleven, Vita, van Wllibrord schreef en daarin een ondersteuning van deze langzame strategie gaf. Alcuin schreef wel naar aanleiding van het debat, bijna een eeuw ná Wilibrord, over de juiste strategie voor Saksen en Avaren. Maar het kwam hem wel goed uit om zo'n langzame maar degelijke strategie te onderstrepen: 'een groeiend aantal eilandjes van geletterdheid en christendom in een zee van heidendom en analfabetisme. Langzaam zouden deze inktvlekjes in elkaar overlopen, door de overredende kracht van goede voorbeelden en solide religieuze argumenten.' (blz. 28) Of was er uiteindelijk toch ook een politieke dwang mede aanleiding voor een sterke positie van de christelijke kerk?

zondag 2 december 2018

Bidden met allerlei bijbedoelingen

In de Bethelkerk in Den Haag, aan een zijstraat van de o zo lange Laan van Meerdervoort, staat de in 1921 gebouwde Bethelkerk. Van de kerkruimte zijn beneden wat zaaltjes afgenomen voor toiletten, koffieruimten, vergaderingen. Een sfeervolle kerkruimte
is overgebleven. Boven is een kosterwoning, wat zaaltjes voor verhuur (onder andere voor een niet zo bekende Regering van Papua in Ballingschap). Nu is sinds eind oktober boven de verblijfplaats van een Armeens gezin, 3 kinderen van ca. 12, 19, 21, die negen jaar in Nederlandzijn. Drie keer wonnen ze een rechtszaak voor asiel, maar IND ging steeds in beroep en won de laatste zaak. Nu zijn ze op de lijst van terugstuurders gekomen, maar hebben ze onderdak gevonden in Den Haag.De politie valt niet in als er een kerkdienst is, dus wordt er 7 dagen lang, 24 uur dienst gehouden.

Vrijdag 30 november gingen we vanuit het Janskoor van 17.00-18.00 een dienst houden. Met zes zangers en wat anderen waren we met 15. Veel diensten worden er gehouden met maar één of twee mensen. Maar dit estafette-bidden loopt wel door.
Marieke van Zeijlen en Thea Peereboom hadden mooie teksten en liederen uitgekozen. Ruimte (uit deHenny Vrienten mis),Wonen over, nergens thuis. De Armeniërs zagen we niet. De kinderen waren een dag later wel op het TV journaal om hun verhaal te vertellen. Ik zag nog een oud-student, nu dominee Derk Stegeman, beroepsmatig en persoonlijk zeer betrokken. Voor de Haagse binnenstadkerken zag hij dit als een mooie gelegenheid om zich eens sociaal anders te tonen. CNN, BBC, hij kreeg wel 20 verzoeken voor reportages per week,doet er maar twee, anders wordt heteen gekkenhuis.
Ik speelde piano,eerste deel van Mondscheinsonate van Beethoven tussen de vele woorden in.
Je vraagt je ook wel tot wie al die woorden en gezangen gericht worden: tot elkaar, tot God die zich hier ook niet mee kan bemoeien? En dan de keuze die deze mensen gemaakt hebben om zich in dit land te willen vestigen, omdat het politieke project van de vader spaak liep in het huidige Armenië? We gingen maar niet al te diep op die politieke keuzes in. Het kinderasiel mag zeker soepeler worden uitgevoerd, maar bij grote volksverhuizingen is ook niemand gebaat!