Al sinds een jaar of 15 wordt de Domkerk steeds meer verbonden met Martinus van Tours. De relieken zijn verdwenen, maar toch, de naam is weer teruggehaald. De laatste tentoonstelling in het Catharijneconvent kon van die relieken niets meer tonen. Een recente tentoonstelling in de Domkerk vertelde dat er in 1519 nog was geïnvesteerd in de aankoop van een hele arm vanMartinus door drie kerken, waaronder Kleef en Utrecht. De zilveren relikwieschrijn voor Kleef was ook vervaardigd in Utrecht en bestaat daar nu nog steeds, maar die in Utrecht is verdwenen. Wel wordt er rond 11 November stevig Martinus gevierd rond de Domkerk, zoals de blog van vorig jaar laat zien.
7 November is het jaarfeest van Willibrord en daarom werd ook dit jaar een oecumenisch feest rond hem gevierd, met drie kerken prominent aanwezig: PKN, de Oud-Katholieken en de Roomsen. Eerst met een vespers in de Domkerk, daarna bij de Oud-Katholieken met een boekpresentatie.
Bij de Vespers bleek dat de Oud-Katholieken er stevig werk van hebben gemaakt. Veel was ontleend aan hun Breviarium Ecclesiasticum van 1744: hymnen, antifonen, nu wel in het Nederlands, maar nog steeds gregoriaans gezongen.
Aartsbisschop Willem Eijk deed niet mee, dus was het oecumenisch nu op plaatselijk niveau. Het bijgaande boek vertelt ook dat Eijk de jaarlijkse processie (sinds 2002 vanaf Janskerkhof en zijn beeld naar de Roomse Kathedraal) toch vooral ziet als een Rooms-Katholiek gebeuren (blz.139). Maar nu dus wel plaatselijke oecumene.
Bij de boekpresentatie in de romantisch beschilderde oude Gertrudis ging het vooral over de tegenstelling tussen Bonifacius en Willibrord, mede naar aanleiding van de film Redbad. Alex van Galen was de scenarioschrijver van die min of meer geflopte film. Het was zomer, erg heet en voetbal op TV, dus kwam er weinig volk. Ik heb de film ook niet gezien. Tussen de drie topmensen van de film, scenario-schrijver, producer en regisseur, bleek ook onenigheid te zijn. De tendens was dat Bonifacius de harde jongen was, er stevig tegenaan wilde, terwijl Willibrord wordt afgeschilderd als iemand van de lange termijn. Liever een kleine groep jongeren goed opleiden in een kloosterschool en die later via onderwijs het werk laten doen, dan meteen de koning of de politieke leiding definitief bekeren.
Sven Meeder had een mooi verhaal over Alcuin, die een heiligenleven, Vita, van Wllibrord schreef en daarin een ondersteuning van deze langzame strategie gaf. Alcuin schreef wel naar aanleiding van het debat, bijna een eeuw ná Wilibrord, over de juiste strategie voor Saksen en Avaren. Maar het kwam hem wel goed uit om zo'n langzame maar degelijke strategie te onderstrepen: 'een groeiend aantal eilandjes van geletterdheid en christendom in een zee van heidendom en analfabetisme. Langzaam zouden deze inktvlekjes in elkaar overlopen, door de overredende kracht van goede voorbeelden en solide religieuze argumenten.' (blz. 28) Of was er uiteindelijk toch ook een politieke dwang mede aanleiding voor een sterke positie van de christelijke kerk?


Geen opmerkingen:
Een reactie posten