woensdag 29 april 2020

Katholieke minderheid overleefde via volksrituelen

Vanaf de beeldenstormen in 1566 tot 1580 ging er een storm van anti-katholieke reformatie over de noordelijke gebieden van Nederland. Het was een stedelijk proces, in alle grote steden weer anders. Maar een 'alteratie' of overgang van katholieke dominantie naar een verbanning van katholieken uit het openbare leven ging zeer snel. Het was ook een politiek proces: de strijd tegen de Spaanse/Habsburgse koning. In de zuidelijke provincies was het langzamer: in 1577 al wel in Bergen op Zoom, in Den Bosch pas in 1629, terwijl Breda enkele revoluties/veroveringen kende voor het in 1637 voorgoed onder de Republiek kwam.
Carolina Lenarduzzi schreef er een adembenemend boek over vol pakkende verhalen, tragisch. Dagblad Trouw noemde het een 'schelmenroman', onder meer omdat de katholieken de relikwieën wilden houden, maar de zilveren houders werden door de gereformeerden graag gestolen.
Aan de institutionele geschiedenis van de katholieken wordt niet veel aandacht gegeven: de priesters komen op de tweede plaats, maar de belevingswereld van de leken wordt alle aandacht gegeven. De belangrijkste georganiseerde groep zijn 'kloppen', vrouwen die in een soort van kloostergemeenschappen leefden.
Toen ik tussen 2000-2015 mijn trilogie over Catholics in Indonesia schreef was de focus ook op de ontwikkeling van een gemeenschap van gelovigen, maar de bronnen waren toch sterk klerikaal. Maar ik gaf ook veel aandacht aan wat de grootste populariteit had onder de leken: de muziek. Ook hier vinden we dat (211-244). In Indonesië waren heel wat groepen gelovigen die priesterloze diensten hielden: van bovenaf werden dan de slimste leken getraind in quasi-missen, met lezingen, voorstellen voor preken, maar de gewone gelovigen deden het simpeler, vaak allen de rozenkrans, en dus ook met wat liederen. En dan in mooi met bloemen versierde gelegenheden (garages, kleine kapellen). Lenarduzzi geeft veel aandacht aan de 'materiële' cultuur: de kloppen droegen een eenvoudige mantel die gewoon zou moeten zijn, maar toch herkend werd door buitenstaanders. Ze maakten mooie gewaden voor de priesters, ze bleven vasthouden aan gebruiken als duiveluitdrijvingen, gaven veel geld uit aan eventueel terugkopen van relikwieën, lieten zich met kruisjes en rozenkransen portretteren. Oude bedevaartplaatsen zoals het putje van Heiloo, en die rond het Mirakel van Amsterdam bleven in ere. De gehechtheid aan het beeld van de Zoete Moeder uit Den Bosch bleef ook groot na de verhuizing naar Antwerpen en later Brussel. Toch duurde het tot 1853 voor het beeld weer terugkwam  in Den Bosch (hierover Jan Peijnenburg in het boek Beeld van Genade. Feestgave voor de Zoete Lieve Vrouwe van Den Bosch bij gelegenheid van de 125e herdenkingsjaar van de terugkeer van het genadebeeld, Hilversum, 1979)
Een bijzonder hoofdstuk is gewijd aan de breuk met Rome door een groep die de Jansenisten volgden. Theologisch ging het vraagstuk over de mogelijkheid van de mens om iets goeds te doen: volgens Jansenius zou dat onmogelijk zijn zonder Gods genade: sola gratia dus. Hier wordt verder over het theologische debat niet veel geschreven. Het bleek een conflict te zijn dat steeds meer uitbreidde naar andere punten: seculiere/diocesane geestelijken tegenover ordespriesters, vooral Jezuïeten, Rome en besluiten van veraf tegenover lokale geestelijkheid. In later eeuwen kwamen daar punten bij zoals de onfeilbaarheid van de paus en de 'onbevlekte ontvangenis' van Maria. De overgrote meerderheid van de leken vond het vooral genant dat nu ook de katholieken, als de protestanten in een toestand van splitsing terecht gekomen waren. Herhaaldelijk benadrukt zij dat de oudkatholieken of Cleresie de kleinere groep was.
En wat is er na de rustige beeldenstorm van 1965-1980 nog overgebleven van de katholieke rituele cultuur? Zelfs in bonderkerken en in de geprotestantiseerde Domkerk van Utrecht vindt men een plek om stil te bidden en kaarsen op te steken. Maar wel: bedevaarten, processies, zoals die van Ijsselsteijn: volksdevotie, folklore en feesten zijn ook mooie dragers van devotie gebleven. Relieken en wonderen, ja die zijn wel verdwenen. Alhoewel:  het Catharijneconvent heeft naast tentoonstellingen bedevaarten laatst ook een over wonderen gehouden: daar bleken toch wel meer dan de helft iets in te zien!
En wat zie ik nu: 7 weken na het begin van de lockdown, waarbij ook Catharijneconvent niet te zien is: toch onderstaande reclame hier op de straat!


Geen opmerkingen:

Een reactie posten