vrijdag 29 mei 2020

Van Dirc van Delft tot Erik Borgman: 600 jaar bladzijden theologie

Theologie wordt vooral geschreven in dikke boeken. Het oudste Nederlandstalige grote theologieboek is wel van de 'hofkapelaan' Dirc van Delft, een geleerde Dominicaanse ordepriester (sacrae theologiae doctor), die voor het hof van Albrecht van Beieren in Den Haag een werk schreef van 1000 bladzijden, Tafel vanden kersten ghelove. Niet geschreven voor theologiestudenten, maar voor de dames en heren van het hof waar Middelnederlands de voertaal was. Zijn aanstelling dateert van december 1399, het boek kwam uit in 1404, net voor de dood van Albrecht van Beieren.
Vanwege de coronavirus was er tijd om eens oude nog ongelezen uit de boekenkast te nemen en zo las ik Frits van Oostrom, Het woord van eer: literatuur aan het Hollandse hof omstreeks 1400. Na zoveel gelezen te hebben over Bourgondië en Jan van Eijck (voor een tentoonstelling in Gent die we niet konden gaan bekijken), is dit een sublieme pendant over dezelfde tijd, veel zelfde personen.
Het boek van Dirc van Delft was gewild: er werden prachtige kopieën van gemaakt met mooie miniaturen. Een dertigtal staan op de website van de Pierpont Morgan Library in New York (een exemplaar dat van de Bourgondiër Philips de Goede is geweest). Hieronder het eerste uit deel II ('zomerstuk'): Christus met kruis in een wijnpers, terwijl de wijn/zijn bloed in kelken wordt opgevangen.
 Het is uit bladzijde 5: De zalighmaker der werelt, onze Lieve Heer Jhesus Christus is ghecomen zonderlinghe om die zondaar te behouden..
Van Oostrom  beschrijft Dirc van Delft als een geleerd, maar ook pastoraal ingesteld figuur, die aan het hof vooral aandrong op goede daden en niet al te hard tekeer ging over fout zaken die hij ook wel zag. Verder is het 'misschien zelfs wel het meest geleerde catechetisch studieboek van heel de Europese volkstaalletterkunde.' (Van Oostrom, p. 222).
Er staan nog meer boeken in de kast om na te lezen of eigenlijk voor het eerst degelijk te lezen: Piet Schoonenberg, Het geloof van ons doopsel, en Han Fortmann, Als ziende de onzienlijke. De tweede is voor een kritischer benadering om te weten wat en waarom er nu minder en ander geloof is dan in die vroeger eeuwen: opruimen hoort ook bij het theologische handwerk. Daarvoor staat er ook nog een ongelezen boek van Kuitert, Jezus, nalatenschap van het christendom.
En, nog nieuw in de boekhandel van Erik Borgman, Alle dingen nieuw.
De aankondiging van het boek riep bij mij al enkele vragen op: dit wordt deel I van wat nog meer (2? 3? delen) gaat worden. Het boek over Schillebeeckx heeft Borgman bij deel I laten zitten: zal dit wel tot een goed einde komen? Waarom eigenlijk zo'n droom van een Summa totius theologiae in boeken? Is blog en facebook niet de ontwikkelingstaal van de 21e eeuw? En dan het begin van de boodschap: God is Liefde. Maar waarom is er dan corona en nog wel veel meer ellende: versterkt dit ook 'de wereld al denkend als een plaats van verlangen naar God'? Ik moet niet vooraf te sceptisch of cynisch zijn, maar zal behoedzaam kopen en/of lezen.
[Op 30 mei] Ik heb een half uurtje in het boek gelezen bij Boekhandel Broese. Die eerste impressie suggereert me dat zijn methode is: een idee poneren via een mooi gedicht of een ander citaat en vandaaruit dan lovend en prijzend verder schrijven over de gedachten die hij daarin leest. Nogal associatief, of is dat Invocatio? Het waren voor mij vrijwel allemaal onbekende personen, waar de lezer ook heel weinig feiten bij kreeg. Doorlezend kwam ik op blz. 258-283, dus een 25 bladzijden, bijna 10% van het hele eerste deel, over Huysmans, die redelijk onverwacht van klassiek ongelovige tot geloof kwam in 104. Voor mij is Huysmans altijd een wat onbestemde figuur geweest, erg conservatief, maatschappelijk dan, en ineens 100% gelovig worden: alles of niets dus. Louis Massignon is sterk door hem  beïnvloed, maar de echte inspiratie kreeg Massignon van zijn moslim leraren in Damascus. Over Massignon staat er zuinig dat hij 'een omstreden islamoloog' was. Alles of niets dus, antwoord geven voordat de talrijke vragen komen. Daar zit ik niet zo op te wachten, zeker niet als het mijn vragen zijn.
En een aanvaarden van de theologie als Gesamtkunstwerk als helemaal niet.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten