zondag 20 september 2020

Burg Eltz: een familiekasteel als dorp

 Van 14-18 September waren Paule en ik in Moezelgebied. Tussen chemo1 en 2 in, dank zij weinig bijverschijnselen van de eerste chemo. Een rivier als een vakantiegebied: met brede fietspaden, waar veel gewandeld wordt. Het landschap is er altijd mooi. Wij hadden als Ferienhaus een huis uit 1450 (begane grond) en vakwerkdeel uit 1659 (vooraan rechts naast de grootse Moseldom in het dorpje Karden: minstens zes Weinstuben, maar geen Bäckerei. Voor het laatste moesten we naar het grotere dorp aan de overkant, Treiss.

Ingesloten door wijngaarden en bos aan de ene kant, de Mosel aan de andere, lijkt het een dorp van bijna historische dimensies, zoals de meeste plaatsjes hier. Speciaal aan Karden was de geschiedenis van de Stiftherren, die de liturgie in de Moseldom verzorgden en een belangrijke functie in het dorp hadden. Ook zij leefden natuurlijk van de prachtige wijngaarden op de hellingen.

Het was een steile weg omhoog van dit dal naar het hoger gelegen  wandelpad, maar wel de moeite waard om het zo ook eens te bekijken.

Een van de fraaiste bezienswaaridigheden is wel de Burg Eltz, vanaf 1150 in bezit van dezelfde familie. Die kreeg in de 13e eeuw drie vertakkingen, maar weer onderverdelingen. Zodoende bestaat de burcht eigenlijk uit zeven torens van ca. 8 verdiepingen: 80 kamers, meestal niet echt groot, met eindeloos veel trapjes. Paule liep niet alleen van de parkeerplaats naar het slot (om ondertussen te genieten van een zicht als vanuit een drone), maar ook alle trappen binnen. De familie had goede smaak, kocht schilderijen van Dürer de oudere, Brusselse gobelins en het lag uiteindelijk op zo'n onpraktische plek in een smal dal, op grote afstand lopens van de Moezel, dat het niet werd aangevallen. Ja, nu wel door toeristen: wij kwamen eerst te laat, toen de wachttijd om 12.00 al meer dan een uur in de felle zon was. Later dus op tijd, al vóór de opening in de rij.


De zeven torens staan rond een klein binnenplein, waar de 1,5 of zelfs 2 meter afstand die gehouden moest worden echt niet kon. Afijn we hebben het allemaal overleefd zonder corona te krijgen! Paule staat hier even te wachten op het binnenplein: we hebben buiten verachting heel veel binnen het kasteel kunnen zien, maar mochten dan geen foto's maken.


Nicolaus Cusanus, filosoof/theologisch en praktisch bestuurder

Naast Meister Eckhart die met de term van negatieve theologie kwam (over God weten we vooral hoe Hij/Zij niet is), wordt Nicolaus Cusanus (1401-1464) wel met die idee gerelateerd. Een bekend werk van hem heet Docta Ignorantia, die uitvoerig schrijven over wat je niet weet. God schiep uit niets, maar wordt dus zelf ook beschreven als de Ganz Andere (Karl Barth) of Niets, de negatieve kant van de zijnde dingen. Je zou bijna aan een zwart gat denken, maar dan een waarin de dingen niet wegduiken ne verdwalen, maar opstijgen.

Hij is geboren in het kleine stadje Kues (paar straten maar), tegenover het iets grotere Bernkastel aan de Moezel. Hij maakte carriere in de kerk: verbinder op het concilie van Florence (1439), pauselijk gezant naar Constantinopel, voordat het onder de voet gelopen werd door de Turken. Hij bracht in 1438 zelf in persoon de Byzantijnse gezant voor het concilie naar Florence, en terug ook. Op diem terugweg kreeg hij ingevingen, visioenen aan boord van het schip en schreef toen zijn Docta Ignorantia. Uiteindelijk Keurvorst-Bisschop van Brixen, nu in Noord-Italië maar toen hoofdstad van Tirol, zowel het Oostenrijkse als Italiaanse deel, en zelf algemeen procurator voor de Pauselijke Staat. Groot bestuurder dus, naast theoloog en filosoof.

In zijn geboortestad is een Cusanus-museum. Het is gevestigd in een rijke stichting, opgericht door Cusanus, zijn broer en een zus: voor 33 'afgeleefde mannen van boven de 50'. Dan denk je aan een bescheiden behuizing voor arme bejaarden, maar het is een prachtig en groots complex, dat nu nog steeds een aantal bejaarden (zij heten in Duitsland senioren) huisvest. Maar er zat bij de schenking ook een aantal stukken grond, vooral wijngaarden. Je kunt er een heel goed glad Heiliger Geist Wein) drinken, het Cusanus Museum is zelfs vooral een wijnmuseum. De bovcenverdieping, waarin de bibliotheek van de man, handgeschreven teksten van hem e.d., was 'vanwege de corona gesloten'. De grote theoloog heeft dus ook zijn praktische kant zelfs na zijn dood ook nog ruimschoots laten werken.


 

Zowel het gebouw-met-kapel als het achterliggende is onderdeel van het Cusanusstift!



 

zaterdag 19 september 2020

De Karelsdom in Aken

Op weg naar een midweek Moezelland, maakten we een stop in Aken om de Karelsdom eens wat rustiger te bekijken. Achteraf vroeg ik me af waarom mijn ouders me Karel Adrianus noemden. Adrianus is een heilige die op 16 januari wordt gevierd. Maar de eerste naam: er is geen Karel in de familie, en eigenlijk is hij ook geen universele kerkelijke heilige. Ja, die contra-reformatie Carolus Borromeus. Maar nu dus toch de Grote. Of: bij nader inzien blijkt mij moeder gehoopt te hebben op nog een meisje (na 6 jongens en 3 meisjes) als no 10, die zou naar haar zelf, Carolien genoemd moeten worden. Een jongetje werd het, en dus Karel.



Op het eerste gezicht is de Dom een verwarrende, in ieder geval een zeer atypische kerk. Bijna tegen elkaar opgepropt gebouwd staan er wel 6 of 7 gebouwen. De grote 8-hoek in het midden, met daarboven de koepel is het indrukwekkendste: de westerse versie van de Aya Sofia. Bovenin met schitterend gouden mozaïek een impressie van de hemel, met de vier evangelisten. Dan nog twee rijen tussenkapellen voordat je op de bodem komt, de plek om dat allemaal te bekijken. Daar staat nog steeds de troon waarop Karel zat omringd door staf, onderdanen, gasten. Zelfs uit het verre Baghdad was er een delegatie van Kalief Harun as-Rashid. Dan is er een priesterkoor, rechts en een grote toren aangebouwd, links. En aan deze zijde nog twee aanbouwsels.



Aan de andere kant staat er een grote Nicolaaskapel, ook al weer een trekpleister voor pelgrims. Karel staat hierboven links, rechts Nicolaas, met Maria in het midden want het schijnt toch een aan Maria gewijde kerk te zijn. Als sacrale en politieke ruimte is het middendeel meer een audiëntiezaal, dan een kerk voor veel mensen. Een pronkzaal, met heel veel goud, edelstenen: de latere middeleeuwen hadden geen gouden munten meer, weinig zilver, omdat volgens Pirenne met Mohammed de verbinding tussen de Middellandse Zee en noordelijk Europa was afgesneden. Maar bij Karel is het een en al pracht: de 24 ouderlingen zingen hier Gods lof. Het schijnt dat Karel vooral van de jacht hield, maar de verbinding tussen de monniken van Ierland en York enerzijds en Byzantium aan de andere kant werd hier wel gemaakt!
Dat gotische koor met de hoge ramen vonden wij wel lijken op de Sainte Chapelle van Parijs, meer bedevaartsoord dan liturgische ruimte. Mooiste is toch de schrijn met de heilige Karel, op wie ik dan toch een beetje trots mag zijn!

zaterdag 5 september 2020

De vaste overtuigingen van Kardinaal en Aartsbisschop Simonis

Deze week stierf Adrianus Simonis op 88-jarige leeftijd. Na zijn 'pensionering'  was hij eerste een aantal jaren in het complex van de Italiaanse Focolare-groep in Kerkdriel bij Den Bosch, maar daarna in een verzorgingstehuis in Voorhout.

Mijn moeder zijn altijd dat 'hij zo mooi kon bidden'. In commentaren werd ook gezegd dat hij liever dorpspastoor was geweest, maar hij werd in de roerige tijd na Vaticanum II aan de top van de katholieke kerk in Nederland gezet, die op zoek was naar een nieuwe visie, nieuwe vormen en een nieuw élan. Hij kon de oude vormen en formuleringen niet echt vernieuwen, en geen eenheid brengen in een sprong voorwaarts, maar bleef oude formuleringen trouw en zag de grote Romana in Nederland verkruimelen. Het enige wat hij kon zeggen was dat de kerk wel meer zware stormen had ondergaan en die had overleefd.

Een twintig jaar geleden werd ik gevraagd een bijeenkomst van pastoraal-werkers in Apeldoorn toe te spreken over pastorale houding ten opzichte van moslim-migranten. Ik benadrukte dat de wortels van de islam in de Joods-Christelijke traditie liggen. Niet voor niets spreekt de moderne islamkunde van een groei vanuit de laat-antieke wereld, niet aan de grens, eigenlijk in het hart het het christendom, dat rond 600 vooral in het oostelijk deel van de Middellandse Zee was gaan bloeien met Antiochië (nu in Turkije/Syrie) en Alexandrië in Egypte als centra. Veel bijbelse verhalen, maar ook ideeën over God als schepper en motor van de geschiedenis delen wij met Moslims. Zijn reactie was bedroevend: "ik moet de professor helaas tegenspreken. De islam is absoluut tegengesteld aan het christendom en kan zich niet aan onze cultuur aanpassen.' Hij citeerde een apologetisch christelijke islamoloog uit de jaren 1930, zonder rechtstreekse kennis van de moslims rond ons heen.


 Vandaag stond er in het tijdschrift van de vroegere Gülen-mensen, DeKanttekening  een bijdrage van Taifun Balcik van diezelfde strekking. In contacten met de kardinaal had hij dezelfde starre mening gehoord. Ondanks het feit dat de Focolare per se een open groep zijn, ook voor andersdenkenden, ook voor moslims, met wie zijn vooral op sociaal en politieke vredes-gebied willen samenwerken, kwam er toch altijd weer die herhaling van achterhaalde standpunten naar voren. Balcik wilde dat toch wel even kwijt, ondanks het gezegde 'dat je over doden eigenlijk niets dan goeds mag zeggen'.