woensdag 26 mei 2021

De Radicale Verlossing van Beatrice de Graaf

 In een stevig boek van 383 blz. geeft Beatrice de Graaf een beeld van de soms eigenaardige zoektocht van 23 jonge mensen die recent voor terrorisme zijn veroordeeld: 18 in Nederland en 5 in Indonesië. In het debat over religie (vooral Islam dus)  en terrorisme wijst zij op blz. 14 alvast twee posities af. De ene zegt dat dat Islam een godsdienst van vrede en harmonie is, zodat echte moslims zeker geen geweld of terrorisme willen plegen. De andere visie verwijt juist dat 'terrorisme wordt veroorzaakt door heilige geschriften; religieuze terroristen willen Gods wil met geweld afdwingen.' Deze meer theologische oordelen vermijdt ze omdat ze niet via de weg van het dogma, maar van de concrete levensgeschiedenissen van de terroristen tot een algemeen inzicht wil komen.

In de hoofdstukken 4-6 wordt de levensweg van de door haar geïnterviewde terroristen in drie fasen beschreven: 'Dromen van de woestijn' (ongelukkig met het eigen bestaan, burgerlijk,  vaak kleine criminelen geen idealen, maar nu ineens naar iets geweldigs op weg) - 'overgave en strijd' en tenslotte in vrijwel alle gevallen frustratie en teleurstelling. Sommige (ex-)terroristen zaten nog in de gevangenis, anderen kwamen weer terug in de maatschappij. Voor de lezer is het best verwarrend, dat de levensgeschiedenis van de 23 personen niet ineens wordt verteld, maar soms deels al in de inleiding, dan nog eens versnipperd over de drie hoofdstukken. Op zich zijn het allemaal herkenbare figuren, omdat de meesten actief waren in Syrië na 2010 en vooral in de IS tussen 2015-9.Een enkele Indonesiër had nog ervaring in Afghanistan, einde jaren 1980.

Verlossing of bevrijding is eerder een term die je in Putten verwacht, waar De Graaf vandaan komt, dan in de islamitische wereld, maar over het algemeen heeft de Graaf zich uitdrukkelijk niet in typisch islamitisch-dogmatisch idioom willen mengen.De sjariea als algemeen geldende leidraad voor een messianistisch soort maatschappij komt wel af en toe voor.

Aanvankelijk had De Graaf ook nog onderzoek willen doen naar al-Syabab in Kenia en Boko Haram in Nigeria, maar vanwege de corona-epidemie isdat er dusniet van gekomen. Daarover gaan bladzijden 214-223. Abubakar Shekau, enkele weken geleden  waarschijnlijk door een rivaliserend bende gedood, wordt er gangster-theoloog genoemd. 

Het boek is nuchter geschreven, feitelijk, bijna zakelijk en geeft wel aan hoe moeilijk het is om hier algemene patronen in te vinden.

dinsdag 18 mei 2021

Een kapel in het Maxima-park

 

 Sinds enige tijd is  het Maximapark in Leidsche Rijn onze geliefde wandelplek geworden. Nu Paule met een rollator loopt is het daar perfect: brede geasfalteerde wandelpaden, geen grote drukte. Gisteren kwamen wij voor het eerst sinds jaren weer bij de Wood Chapel, een van de bijzondere kunstwerken. Na voorbij een oud gereformeerd kerkje te zijn gelopen (nu een mooi woonhuis, dankzij aangebouwde extra woning erachter, zie 1e foto hieronder, Paule rechts), kom je dan bij die houten kapel.


De Wood Chapel is in principe een gefanteseerde loods voor houtopslag. In 2016 hebben hangjongeren inde daar liggende stapels een  fikje gestookt. Maar het ziet er toch weer mooi goed verzorgd uit.

Aan de binnenkant staat een gedicht. Nar enig zoeken bleek het van Rainer Maria Rilke te zijn, uit 1922.

Sonett
O das Neue, Freunde, ist nicht dies,
dass Maschinen uns die Hand verdrängen.
Lasst euch nicht beirrn von Übergängen,
bald wird schweigen, wer das "Neue" pries.

Denn das Ganze ist unendlich neuer,
als ein Kabel und ein hohes Haus.
Seht die Sterne sind ein altes Feuer,
und die neuern Feuer löschen aus.

Glaubt nicht, dass die längsten Transmissionen
schon des Künftigen Räder drehn.
Denn Aeonen reden mit Aeonen.

Mehr, als wir erfuhren, ist geschehen.
Und die Zukunft fasst das Allerfernste
rein in eins mit unserm innern Ernste.

Het lijkt me een gedicht tegen de waan van de tijd, tegen de gedachte dat alles nu pas fantastische en modern wordt. De eeuwenof eigenlijk nog veel langere tijden gaan al rond in het heelal. Ik vroeg me af hoeveel bezoekers zich de moeite geven om achter die tekst te komen. Trouwens, de rest van het plafond is nog veel mooier beschilderd!





zondag 16 mei 2021

Mohammed: Priester-Koning?

 

Marcel Hulspas studeerde sterrenkunde, werd wetenschapsjournalist en heeft de laatste vijf jaar vier boeken geschreven over de opkomst van de islam als opvolger van het in de versukkeling geraakte Romeins-Byzantijnse en het Perzische rijk. Over de opkomst schreef hij twee boeken van een 600 bladzijden. Daarna nog een over de moeite die moslims hebben om de oude leer op een moderne manier te presenteren. Nu is er sinds enkele maanden een soort samenvatting van zijn eerste boek over Mohammed en de komst van de Islam. De titel is wat compacter: Mohammed van profeet tot legerleider.  In nog geen 200 bladzijden is er een hele bibliografie. Niet zo persoonlijk als het kleine werk dat Kader Abdolah schreef over de profeet, maar wel zo handzaam. Als Kader Abdolah (De boodschapper) en zoveel anderen ziet hij een tweedeling: profeet die legerleider werd. De omslag vermeldt hem als: 'Een man die tegen zijn wil legerleider werd en die de grootste moeite had zijn volgelingen bijeen te houden maar desondanks  de wereldgeschiedenis een nieuwe wending gaf.' William Montgomery Watt gaf zijn grote biografie van Mohammed al de titel Muhammad, Prophet and Statesman, In 1880 schreef de 23-jarige Christiaan Snouck Hurgronje op de eerste pagina van zijn dissertatie dat Mohammed van Mekka naar Medina verhuisde en 'zijn profetenmantel' achterliet. In de uitgaven van de Koran worden de 114 soera's of hoofdstukken steeds aangegeven als 'Mekkaans' of 'Uit Medina'. In stijl zijn de twee anders: poëtisch, kort, krachtig in Mekka, uitvoeriger, prozaïsch soms krijgshaftig in Medina. Hoe kunnen die twee stijlen samen gebracht worden in de éne persoon van Mohammed?

De geschiedenis van Mohammed begint laat: pas op 40-jarige leeftijd heeft hij de eerste openbaring gekregen. Daarvoor is er het verhaal van een weeskind, opgevoed en beschermd door een oom, hulpje bij weiden van schapen en geiten, hulpje bij karavaanreizen, die hem tot in  Syrië brachten. Tijdens die reizen kwam hij christenen, ook  monniken, en Joden tegen. Hij had veel belangstelling voor de religieuze verhalen van die volkeren. Hij huwde met een rijke weduwe, bij wie hij ook nog enige kinderen kreeg (ze zou 40 jaar zijn geweest bij het huwelijk, maar dat getal mogen we globaal nemen). De echtgenote Chadidja had een neef die christen was en volgens Kader Abdolah kon zij in de verhalen van Joden en Christenen lezen: Ghadidje was indrukwekkend. Hij had een bepalend boek nodig. Ghadidje bood hem haar hanafietenbijbel aan. Hij had kamelen nodig. Zij gaf hem drieduizend kamelen en een paar honderd arbeiders in dienst. Mohammed was analfabeet, Ghadidje leerde hem lezen. Hulspas schrijft goed, maar niet zo vertellend als Abdolah.

Mohammed houdt er van om in afgelegen grotten te mediteren, krijgt dan goddelijke openbaringen, die aanvankelijk eerst hemzelf betreffen en het godsgeloof, maar al spoedig ook betrekking hebben op het stichten van een eigen Arabische geloofsgemeenschap, en de openbaringen die hij krijgt zijn Arabische versies van wat voor christenen het evangelie en voor Joden de Torah is. In 622, als Mohammed dus een vijftiger is, is er die ommekeer: met een kleine 200 volgelingen, de eerstelingen van de gemeenschap, gaat hij op uitnodiging naar Medina, waar enkele jaren eerder bloedige conflicten waren geweest tussen twee Arabische stammen onderlingen ook met de Joodse stammen die met de een of ander waren verbonden. Medina was zo'n dramatisch verziekte stad, dat Mohammed uitgenodigd wordt om er te komen wonen met 'zijn mensen', de gemeenschap, een kleine nieuwe stam of clan, verenigd rond dit nieuwe Arabische Godsgeloof. Die gemeenschap groeide tot Mohammed tien jaar later de 'priester-koning' van West Arabië was. Dat ging niet zonder strijd, verdedigen, aanvallen, zelfs moorden op dichters die heel dichten over Mohammed schreven. Dat is allemaal te lezen in de biografie van Ibn Ishak die 200 jaar na de dood van de profeet is geschreven. Maar ook de meest gewelddadige soera's van de koran spreken nog over dat geweldige gevoel van Gods leiding, besef van het mysterie van de opdracht die hij ooit kreeg. Dat zijn de soera's 8 en 9. Huidige Korankenners waarschuwen er voor om de Koran niet te lezen naar momenten uit het leven van Mohammed volgens Ibn Ishak (en Hulspas dus), maar dan krijgen we dus uiteindelijk wel die legerleider, die als zodanig niet in de Koran is te lezen. En het woord ben ik in de tekst van het boek van Hulspas niet tegengekomen. Daar wordt die verhuizing van Mekka naar Medina als een breuk gezien, verraad aan profeetschap en omarmen van een politieke kans. Een evenwichtige lezing van dichotomie Mekka-Medina roept de noodzaak om de twee bronnen Koran en Ibn Ishak in een meer harmonieuze eenheid te zien.




zaterdag 15 mei 2021

Kolonialisme als strijd tegen de islam

 

Academia.edu is een website die enkele  miljoenen academische artikelen aanbiedt. Het is gratis, al wordt van academici die er hun artikelen op plaatsen wel gevraagd om een jaarlijkse bijdrage. Het is een goudmijn, al moet je ook wel wat geluk hebben: er staat zoveel op dat het som wel lastig is het goede daar te pakken. Zij hebben ook de gewoonte om je artikelen aan te bevelen die bij je belangstelling passen. Afgelopen weken heb ik het boek gelezen van David Reybroeck, Revolusi. De Belgische ster-auteur schrijft hierover de absurde Nederlandse politiek van 1945-1949, toen geprobeerd werd om met een leger van 200.000 het oude Indië terug te veroveren. Dat lukte van geen kanten: de Indonesische onafhankelijkheidsbeweging en vooral de charismatische Soekarno werden onderschat en de internationale politiek had genoeg van kolonialisme en bezettingen. Reybroeck schrijft verbaasd hoe compromissen die in Indonesië waren gesloten door Haagse politici in de prullemand werden gegooid. Koningin Wilhelmina en die politici van KVP en andere partijen waren nooit in 'hun Indië' geweest, maar wisten zeker dat men daar op ons zat te wachten!

Toen kreeg ik een artikel toegestuurd door academia.edu.Het was geschreven door Ton Kappelhof van het Huygens historisch centrum (in de Koninklijke Bibliotheek, bij het archief in Den Haag), 'The Dutch and radical Islam in 19th century Sumatra. The Padri War (1821-1837), the Aceh War (1873-1903) and their aftermath'. Ik vond het een rare titel. Bij Dutch was geen verdere verklaring. Dus niet zoiets als 'The colonial agression/expansion of the Dutch..' of iets in die trant. Moslems heetten in die tijd ook niet radikaal, wel fanatiek, of orthodox. Radikaal deed me meteen denken aan de 'war of terror' en dat kolonialisme daarom mooi is geweest omdat het toen ook al moslims bestreed. Dat klopte gelukkig niet. Kappelhof is bepaald geen Reybroeck. Maar zeker ook geen anti-koloniaal. Op p. 14 schrijft hij dat de Nederlanders het hooggelegen, rijke en vruchtbare berggebied van West Sumatra wilden onderwerpen: Since the Dutch claimed that Sumatra was within their sphere of influence. Dat hadden ze immers met de Engelsen afgesproken in London, 1820. Zo gaat dat in die eeuw van imperialisme. De andere partij werdniet geconsulteerd Het kwam hen ook nog goed uit, dat de bevolking van de laaggelegen rijstvelden het niet hadden op de koffie en thee plantende mensen van de berggebieden. Die waren rijk, sommigen waren zelfs naar Mekka op bedevaart gegaan en wat fanatieker als moslim teruggekomen. Ze waren als Arabieren gekleed in het wit en werden daarom naar het Portugese woord voor priester Padri genoemd. Het liep slecht met ze af: ze werden verslagen en ook die berglanden werden bij de groeiende kolonie ingelijfd.

Tuanku Imam Bondjol, verslagen door de Nederlanders, maar als verzetsheld geëerd door de moderne Indonesiërs.

Die strategie van tegen elkaar uitspelen van partijen in Indonesië werd ook toegepast in Atjeh, waar de wat steviger moslimgeleerden werden uitgespeeld tegen de koffie verbouwende lokale dorpshoofden en stamleiders. Voordeel was ook dat er in hun gebied juist olie was gevonden en het voeren van een dure oorlog dus de moeite waard was.

Het artikel van Kappelhof vergelijkt die twee oorlogen op een kundige en heldere wijze. Ik kreeg het artikel pas onlangs: het stamt uit november 2011. Is het pas onlangs op academia.edu gezet? Na het lezen van Reybroeck vond ik het wel erg 'koloniaal' geschreven, zonder de mechanismen en motieven van de koloniale expansie verder te beschrijven. Misschien kan Reybroeck ook nog eens verder teruggaan in de tijd. Ewald Vanvugt schreef een boek Roofstaat: dat leest af en toe wel wat erg sensationeel en eenzijdig, maar voor de vroegere koloniale tijd is er dus ook al wel een Nederlands voorbeeld.