Marcel Hulspas studeerde sterrenkunde, werd wetenschapsjournalist en heeft de laatste vijf jaar vier boeken geschreven over de opkomst van de islam als opvolger van het in de versukkeling geraakte Romeins-Byzantijnse en het Perzische rijk. Over de opkomst schreef hij twee boeken van een 600 bladzijden. Daarna nog een over de moeite die moslims hebben om de oude leer op een moderne manier te presenteren. Nu is er sinds enkele maanden een soort samenvatting van zijn eerste boek over Mohammed en de komst van de Islam. De titel is wat compacter: Mohammed van profeet tot legerleider. In nog geen 200 bladzijden is er een hele bibliografie. Niet zo persoonlijk als het kleine werk dat Kader Abdolah schreef over de profeet, maar wel zo handzaam. Als Kader Abdolah (De boodschapper) en zoveel anderen ziet hij een tweedeling: profeet die legerleider werd. De omslag vermeldt hem als: 'Een man die tegen zijn wil legerleider werd en die de grootste moeite had zijn volgelingen bijeen te houden maar desondanks de wereldgeschiedenis een nieuwe wending gaf.' William Montgomery Watt gaf zijn grote biografie van Mohammed al de titel Muhammad, Prophet and Statesman, In 1880 schreef de 23-jarige Christiaan Snouck Hurgronje op de eerste pagina van zijn dissertatie dat Mohammed van Mekka naar Medina verhuisde en 'zijn profetenmantel' achterliet. In de uitgaven van de Koran worden de 114 soera's of hoofdstukken steeds aangegeven als 'Mekkaans' of 'Uit Medina'. In stijl zijn de twee anders: poëtisch, kort, krachtig in Mekka, uitvoeriger, prozaïsch soms krijgshaftig in Medina. Hoe kunnen die twee stijlen samen gebracht worden in de éne persoon van Mohammed?
De geschiedenis van Mohammed begint laat: pas op 40-jarige leeftijd heeft hij de eerste openbaring gekregen. Daarvoor is er het verhaal van een weeskind, opgevoed en beschermd door een oom, hulpje bij weiden van schapen en geiten, hulpje bij karavaanreizen, die hem tot in Syrië brachten. Tijdens die reizen kwam hij christenen, ook monniken, en Joden tegen. Hij had veel belangstelling voor de religieuze verhalen van die volkeren. Hij huwde met een rijke weduwe, bij wie hij ook nog enige kinderen kreeg (ze zou 40 jaar zijn geweest bij het huwelijk, maar dat getal mogen we globaal nemen). De echtgenote Chadidja had een neef die christen was en volgens Kader Abdolah kon zij in de verhalen van Joden en Christenen lezen: Ghadidje was indrukwekkend. Hij had een bepalend boek nodig. Ghadidje bood hem haar hanafietenbijbel aan. Hij had kamelen nodig. Zij gaf hem drieduizend kamelen en een paar honderd arbeiders in dienst. Mohammed was analfabeet, Ghadidje leerde hem lezen. Hulspas schrijft goed, maar niet zo vertellend als Abdolah.Mohammed
houdt er van om in afgelegen grotten te mediteren, krijgt dan
goddelijke openbaringen, die aanvankelijk eerst hemzelf betreffen en het
godsgeloof, maar al spoedig ook betrekking hebben op het stichten van
een eigen Arabische geloofsgemeenschap, en de openbaringen die hij
krijgt zijn Arabische versies van wat voor christenen het evangelie en
voor Joden de Torah is. In 622, als Mohammed dus een vijftiger is, is er
die ommekeer: met een kleine 200 volgelingen, de eerstelingen van de
gemeenschap, gaat hij op uitnodiging naar Medina, waar enkele jaren
eerder bloedige conflicten waren geweest tussen twee Arabische stammen
onderlingen ook met de Joodse stammen die met de een of ander waren
verbonden. Medina was zo'n dramatisch verziekte stad, dat Mohammed
uitgenodigd wordt om er te komen wonen met 'zijn mensen', de
gemeenschap, een kleine nieuwe stam of clan, verenigd rond dit nieuwe
Arabische Godsgeloof. Die gemeenschap groeide tot Mohammed tien jaar
later de 'priester-koning' van West Arabië was. Dat ging niet zonder
strijd, verdedigen, aanvallen, zelfs moorden op dichters die heel
dichten over Mohammed schreven. Dat is allemaal te lezen in de biografie
van Ibn Ishak die 200 jaar na de dood van de profeet is geschreven.
Maar ook de meest gewelddadige soera's van de koran spreken nog over dat
geweldige gevoel van Gods leiding, besef van het mysterie van de
opdracht die hij ooit kreeg. Dat zijn de soera's 8 en 9. Huidige
Korankenners waarschuwen er voor om de Koran niet te lezen naar momenten
uit het leven van Mohammed volgens Ibn Ishak (en Hulspas dus), maar dan
krijgen we dus uiteindelijk wel die legerleider, die als zodanig niet
in de Koran is te lezen. En het woord ben ik in de tekst van het boek
van Hulspas niet tegengekomen. Daar wordt die verhuizing van Mekka naar
Medina als een breuk gezien, verraad aan profeetschap en omarmen van een
politieke kans. Een evenwichtige lezing van dichotomie Mekka-Medina
roept de noodzaak om de twee bronnen Koran en Ibn Ishak in een meer
harmonieuze eenheid te zien.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten