woensdag 31 oktober 2018

Vijf maal Indonesië (4)

5. Flores. Hoofddoel hier was de uitreiking van de vertaling van het 3e en laatste deel van mijn geschiedenis van Katholieken in Indonesië. Daarom eerst een foto van die plechtigheid in wellicht het grootste katholieke seminarie ter wereld, Ledalero, in Flores, telt ruim 800 studenten.

Er was wel een eigenaardige achtergrond: een Griekse filosoof, soort Diogenes, die tegen een wereld van ingestorte Gothische kerken zit te kijken. Links op deze foto zit Hendrik Maku, docent Islam en 2e commentator. Rechts op de foto John Prior, oude bekend en ook docent in Ledalero die na mijn  1 uur een eerste vraag formuleerde. De hele plechtigheid duur de drie uur,te beginnen met het Indonesische volkslied, gebed, e.d. Voor de nodige accreditatie heet dit dan ook een internationaal seminar.
Bij aankomst op donderdag 26 oktober, gingen we naar het grote seminarie met bij de ingang de beelden van twee SVD heiligen: Arnold Jansen en China-missionaris Freinademetz (of iets in die richting). Daarna naar de bescheiden maar zeer scherpe vertaler Yosef Maria Florisan. De laatste is niet zo geschikt als docent,maar als schrijver en informant in kleine kring werkelijk fantastisch.

We gingen ook (weer) naar Sikka, waar de kerk van Le Cocq d'Armandville al 100 jaar stevig staat. Nu ging de aandacht ook wel naar de nieuwe kapel, de armida die op Goede Vrijdag dienst doet bij de grote en traditionele processie. In de opstelling staan hier nog het kruis uit de Portugese tijd (rond 1570! Nu in een soort lijkkist met de paarse doek er onder) naast andere oude overblijfselen die de heilige schat van Sikka uitmaken.

Het was allang van tevoren afgesproken, maar de precieze invulling kwam pas daags er voor. Op vrijdagmiddag 27 oktober hield ik ook een 'internationale lezing' bij de lerarenopleding (IKIP) van de Muhammadiyah in Maumere. Ik maakte maar een selfie van tweemaal mezelf, zowel op de banner als in het echt.
Om de hals het kleine doek wat je overal in Zuidoost Indonesië bij aankomst aangeboden krijgt: een ikat-doek.
Er was ook nog tijd aan (alweer) een bedevaartsoord: Nila, zo'n 10 km ten zuiden van Maumere met een 18 meter hoge Maria op een gebouw van zo'n 10 meter hoog. Afijn we begonnen bij een 130meter hoge Wishnu, dus dit is een mooie afsluiting.

Vanuit Nila hadden we een prachtig uitzicht op de baai van Maumere. Stevige wind en hoog, dus koel. Mooi bedacht als plek voor zoiets. Maar de bisschop wilde niet inwijden.Hij was niet gekend in de bouw. Dus maar door de hoogste politicus van het gebied en gezegend door de hulpbisschop.
Zondag 28 hadden wij een bijzondere ervaring: mis in de gevangenis van Maumere, waar John Prior wekelijks de mis celebreert voor zo'n 150 gevangenen. Een van hen (een jongen die op 17 jarige leeftijd lange tijd een relatie had met een meisje van16, haar zwanger maakte en daarvoor 10 jaar 'kreeg'), schilderde een laatste avondmaal achter het altaar. De idee voor deze afbeelding: de open deur als teken van iemand/iedereen mag binnen komen, de heel verschillende gevoelens van de deelnemers (van opstandig tot meelevend) zijn gekomen na het bekijken van zoiets in een Amerikaanse gevangenis. Er was een levendig koor van zo'n  20 gevangenen met een fantastische organist, die heel jazzy speelde. Ook hij een gevangene. Op het einde van de mis vroeg John Prior me om iets te zingen, waarop ik een Salve Regina zong.

En zo wamen we op maandagmorgen 29 oktober weer terug op Schiphol. Helemaal groggy van de lange reis in de vliegtuigen (19 uur vliegen vanaf Maumere en wat rondhangen in Bali en Singapore) maar wel heel blij met de zoon, schoondochter en kleinkinderen die op Schiphol waren.


Vijf maal Indonesië (3)

4. Sumba. Ons vierde eiland tijdens de reis in Indonesië, 7-29 Oktober 2018, was Sumba. We waren er nog nooit geweest en wilden alleen een kleine indruk hebben en vooral traditionele dorpen zien. Dominee Herlina Kenya was ons door Elga Sarapung gesuggereerd als contactpersoon. Zij was geweldig: ging steeds met ons mee en introduceerde ons bij twee hoofden van traditionele dorpen, Prailiu (waar we een langgesprek hadden met de nog jonge radja, vice-voorzitter van de sinds enkele jaren ook door de staat erkende Raad voor Traditionele Marapu-religie) en Rende, juist ten oosten van Melolo. In Renda staan de grootste pronkstenen, een soort hunebedden waarin belangrijke figuren begraven liggen. Enkele dagen na ons bezoek aan Renda zouden er viermensen begraven worden. De oudste was tien jaar geleden overleden. Anderen tee of een jaar geleden. Het waren drie mannen, een vrouw. Ze waren in hun eigen familiehuis opgebaard in foetushouding, in een stevige zak. Een maand geleden waren ze in het adathuis opgebaard, waar bij hen gewaakt werd (dat wil zeggen: op matjes lagen mensen te slapen, roken, kletsen). Er stonden vier paarden die ook bij de begrafenis moesten zijn. De nacht voor de eigenlijk begrafenis zouden kenners van de oude mythen de zangen in de rituele taal gaan brengen, waarna de rituelen verder voortgang zouden vinden.

In de oude dorpen  staat een boom waar vroeger de hoofden van het koppensnellen werden opgehangen. Nu zo te zien vooral botten van andere geofferde dieren. Onder een gesprek met de radja van Prailiu. Herlina had later nog een heel kritisch verhaal over de standenmaatschappij in Sumba, waar de laagste stand vrijwel nog slaaf of onvrije is: ook in haar kerk waren er geen dominees of ouderlingen uit deze kaste omdat onderwijs daarvoor 'onnodig' is. Zij steunde een vrouwengroep die gezamenlijk weefde en daarbij maatschappelijke zaken in bracht. Bij de radja hebben we geprobeerd sirih-pinang te gebruiken. Dat valt niet  want je moet het speeksel lang in je mond houden en het daarna uitspuwen. Dat mislukte dus.
In Rende stonden geen lange banken en moesten we dus op de grond blijven zitten.


Hierboven: de kolossale graven staan midden in het dorp, omgeven door familiewoningen. Midden:  een van de families was tot de Bethelkerk overgegaan, maar wel in het dorp blijven wonen. Hij had aan zijn huis een betuiging van medeleven opgehangen voor de dood van de belangrijkste dode, Umbu Turupaita (vroeger Bupati van Waingapu en radja van het dorp Rende). We hebben het kleine Bethelkerkje vlak bij ook bezocht. De grenzen tussen traditionele Marapu-religie en christendom worden soms wat open en vaag gehouden. Onderaan de vier opgebaarde lijken. Vooral twee punten vielen op tijdens deze bezoeken: de fierheid en vreugde om het feit dat de traditionele Marapu als spirituele beweging erkend is, zodat de mensen op hun identiteitsbewijs niet meer een van de grote 6 hoeven in te vullen; dan ook nog de waardering voor de rituele taal, de schoonheid van hun eigen traditie, maar ook de erkenning dat de kennis er van zwak is geworden. Velen verstaan maar een fractie van de heilige rituele teksten (als je een woord fout uitspreekt moet het wel weer allemaal opnieuw gezegd worden) en het besef dat er geen geschreven of gedrukte teksten bestaan, alles dus inde kwetsbare herinnering van een steeds kleiner wordende groep.
Herlina liet mij ook een interview geven op een idealistische radiozender, Max 96 en een college in de serie godsdienstlessen op de christelijke universiteit.

Vijf maal Indonesië (2)

3. Kupang. Op onze recente reis was Kupang de 3e stop. We kwamen er voor twee 'internationale conferenties: de 19e bij de Protestantse Universitas Kristen Artha Wacana, de 20e bij de Universitas Katolik Widya Mandira (=UNWIRA), op de 20e. Om de kosten te drukken )alleen binnenlandse vlichten, want de paar buitenlanders worden geacht hun vliegkosten tot Indonesië zelf te betalen.
Wij gingen eerst een dag naar de grot van Bitauni, waarover Nico Schulte Nordholt in mijn Festschrift heeft geschreven en ik zelf ook wel in het 2e deel, 164-5 van Catholics in Indonesia. We zagen vlakbij een prachtige en grte middelbare landbouwschool, 500 leerlingen, waarvan veel in internaat, jongens en meisjes. Twee zeer realistische en praktische zusters regelen dat internaat. Ze woonden zelf ineen zeer eenvoudig en klein huis op het grote complex.
De grot was tegen de top van een heuvel van zo'n 30 mater hoog, met een grootse brede trap er naar toe. Paule haalde het niet vanwege de hele grote stappen die je moest nemen zonder een enkele leuning. Binnen in de grot was het eerlijk gezegd eigenlijk een rotzooitje vanwege de grote aantallen vogels, niet alleen vleermuizen in de donkere delen, maar ook mooi kleine gewone vogels. De ingang is laag maar na een meter of tien wordt de grot hoger, wel een meter of 8-10. Aan de linkerkant zijn er twee openingen waardoor licht naar binnen kan komen. Er is ooit geprobeerd om die via gaas dicht te maken en zo de vogels weg te krijgen, omdat nu de paar banken en een soort altaar waarop de kaarsen kunnen branden onder de vogelpoep zitten. De banken beneden zijn ook zeer simpel. Alles bijeen een nogal pover uitziende bedevaartplaats. Er was wel een kerk bij gebouwd, kort geleden pas ingewijd. De eerste foto hieronder is van bovenaf de trap genomen en laat zien hoe eenvoudig de bankjes hier zijn.
 
 
Dit heiligdom staat in groot contrast met de veel luxer gebouwde en in december 2013 geopende bedevaartplaats vlak bij Kupang in Oebelo. (Ik schreef er toen over de  blog Relindonesia.blogspot).  Ik liet me vertellen dat Mgr. Petrus Turang, afkomstig uit Menado er wel veel geld inheeft gestoken. E wonen in nieuwe huisjes een groot aantal mensen uit Timor Leste vlak bij het heiligdom. Bij hetin brand steken van landbouwgrond onder aan de helling van het centrale kerkgebouw is een paviljoen afgebrand. Niet met opzet gebeurd en er werd veel materiaal aangevoerd om het allemaal toch weer mooier op te gaan bouwen.
Hieronder allereerst een overzicht van het grootse complex, de Taman Doa, gebedstuin. Dan de afgebrande kapel/paviljoen en de hoofdkapel.


Paule is niet zo van 'Het Rijke Roomse Leven' maar verzuchtte toch bij het zien van dit mooie en goed verzorgde geheel: 'dat zijn we in Nederland dus helemaal kwijt geraakt'. Nou ja, kapelaan Roderick laat er nog restanten van zien aar weg is het wel.
We maakten van ons hotel een wandeling naar het Museum NTT. Die wandeling was een aparte ervaring: langs de groots aangelegde zeer brede weg die heel veel regeringsgebouwen heeft. Maar helemaal niet is ingericht op voetgangers. Soms een stukje trottoir dan weer niets. Timor is sterk verdeeld in kleinere gebieden met eigen traditionele heersers, vaak ook eigen taal of dialect. Van echte oude traditionele dorpen hebben we hier weinig gezien  deze keer. In het bekende Boti waren we in 1997 al geweest.
Het museum had een leuke collectie. Van de oude cultuur vooral veel ikat doeken en kleden. Er waren drie gidsen die zeer enthousiast over de zaken konden vertellen en dat om beurten deden. Alleen om die rondleiding was het een mooie belevenis.


Over de twee conferenties schrijf ik op Relindonesia.. In het algemeen: de Protestantse van Fredrik Doeka was een leerschool in dialoog met andere religies, vooral de lokale traditionele. Bij Philipus Tule en de katholieken ging het vooral om het zoeken naar verbinding tussen West en Oost Timor

dinsdag 30 oktober 2018

Vijf maal Indonesië (1)

Met Paule was ik deze maand van 7-29 op een reis in Indonesië. Mijn engelstalige blog (relindonesia2.blogspot.nl) is uitvoeriger., maar hier alvast de  highlights van de vijf eilanden die we bezochten.
1. Bali. We bezochten eerst het nieuwe park van 60 hectare waarin de beelden van Wishnu gezeten op de Garuda-vogel centraal staan. Soms helemaal pretpark-achtig, dan weer groots van opzet en visie: de godheid die de wereld bestuurt en leidt, gedragen door de mensheid. De vogel ziet er net als de godheid uit als een dansende figuur. Je zou van deze foto niet zeggen dat het beeld nog 130 meter hoog is vanaf de top van de heuvel waar het op staat. Wishnu heeft wel enigszins een macho-snor. Verder helemaal OK als beschermer, met die geweldenaar Garuda. Hij staat vooraan in de naam GWK: Garuda Wishnu Kencana.
We waren ook 3 nachten in Ubud. Heel anders dan Kuta: zelfs koken wordt hier als spiritueel een worden met de natuur gezien en allerlei soorten massage als een heling van lichaam en ziel.  Zelfs de Boeddha heeft er zijn goedkeuring aan gegeven. Ook cursussen schilderen, batik tekenen, stevige wandelingen door de sawah gebieden.

2. Banjarmasin Hier kwamen wij terecht vanwege de Utrechtse promovendus Mujiburrahman, nu rector van de UIN, Islamitische Staatsuniversiteit. Naast theologie en religie worden daar ook vakken als techniek, economie, rechten, geneeskunde gegeven.' Zo veel mogelijk vanuit de Islam'. Zegrepen de kans aan voor een 'internationaal gastcollege',  wat punten oplevert bij de accreditatiecommissie. Daarom die mooie banner, waarop ik dan zelf ook moet staan, als bewijs voor die commissie. Mijn lezing ging over wijze waarop westerlingen aankijken tegen moslim terrorisme. Het eindigde uiteraard met de noodzaak  van contacten en harmonie. Koran 49:13  God heeft de mensen niet allemaal gelijk geschapen, maar man en vrouw, volken en stammen, ook verschillende religies opdat zij elkaar leren begrijpen en wedstrijd houden in goed doen.
We gingen ook zondagmorgen vroeg (05:00 uur) ruim een half uur per boot naar de 'drijvende markt' pasar terapung, (stroomopwaarts de Martapura rivier) waar een 30 kleine bootjes met groenten, fruit en wat toeristische spullen, aan veel meer en  grotere boten verkopen.  Daarna was er de wandeling langs de boulevard langs die rivier, die tien jaar geleden als wandelgebied is ingericht. In de iets grotere steden kun je helemaal niet lopen. Dit is als uitzondering een enorm succes.
Verder bezochten we de overkant waar een stadpark in aanleg is, met veel plek voor traditionele spelen, onder meer iets als een Banjarese jeu de boules. En natuurlijk de enorm grote moskee, genoemd naar het grote werk van de Banjarese geleerde Arsyad al-Banjari, Sabilul Muhtadin, "De Weg van die Leiding hebben Ontvangen".
Er was ook tijd voor een bezoek aannogmeermoskeeën, zoals de nog weer grotere van Martapura. Het graf van de 5e generatie nazaat van Arsyad al-Banjari in de pesantren-stad Martapura, en vooral het museum van Banjar Baru. Dat was vooral interessant omdat de vrouw van Mujiburrahman zelf alles uivoerig en geduldig uitlegde en wij zo de geschiedenis van de koloniale bezetting nog eens met gevoel uitgelegd kregen.
Maar een enkel plaatje van moskeeën en museum. Hier de preekstoel van de grote moskee van Martapura. Net zoals bij graven worden hier aan de voet van de mimbar offers van bloemen en voedsel(in plastic zakjes) neergelegd. Het water dat je bij een wasbeurt kunt gebruiken voor de vervulling van je wensen kun je verderop krijgen. Ze zijn hier van het traditionele soort.

Ook bij de protestante theologische hogeschool gaf ik een lezing en dus ook hier weer een banier. Op de foto staat ook Uwe Hummel met zijn vrouw. We kregen ook een rondleiding door de bibliotheek, waar de overgrote meerderheid van mijn privé bibliotheek naar toe is gegaan. Was het toeval dat deze man juist de9-delige Katholieke Encyclopedie van  Adolf Heuken aan het uitpakken is? Ze zijn daar dus goed aangekomen. Er wordt stevig gewerkt aan een veel groter gebouw voor de bibliotheek.
De Protestante Kerk heeft maar 2 kerken en een 17.000 leden in Banjarmasin. Het centrum ligt in Dayak-gebied, rond Palangka Raya, waar ook de christelijke universiteit is. Maar hier is de theologische school.

zaterdag 6 oktober 2018

Pegida bij de Ulu moskee in Utrecht

Gisteren was er een Pegida demonstratie bij de centraal gelegen  Turkse Diyanet moskee in Utrecht, aan de kop van de wijk Lombok, vlak bij het centraal station van Utrecht.
In de moskee was een aantal mannen klaar met groengele vestjes om buiten te gaan helpen bij hetuit elkaar houden van de Pegida-mensen (op een smalle strook aan de westkant, tussen moskee en het verkeersplein)  en de jongeren van Lombok, die meer richting oostkant van het daar ruimere plein stonden.
Er was een oproep gedaan voor een "solidariteitspresentie" en daar had een 15 personen zich voor aangemeld, op initiatief van José Höhne. Wij waren vooral binnen, met uitzicht op die smalle strook waar de Pegida-mensen hun grote scherm hadden opgesteld en probeerden die aan de praat te krijgen. Dat bleek helemaal niet te lukken. Een hele tijd niets en dan was er iemand die aan een speech begon maar na enkele zinnen bleef hetscherm steken.

Dit kregen wij dus te zien. Op het onderste beeld bleef het hangen en een grapjes had met de hand een soort pistool op het hoofd van die man. Maar daar bleef het bij. Na een minuut of tien zetten ze deapparatuur uit, pakten in en rond 20:30 gingen de 15 Pegida-mensen in een klaarstaande bus. Hetscherm en overige apparatuur op een aanhangwagen achter een grote auto en onder politiebegeleiding gingen ze allemaal weg.
Op de doorgang tussen west- en oostkant van het moskeeplein stond een afsluiting van een zevental politiemensen. In de gele hesjes liepen ook mensen namens het moskeebestuur om de groepen uit elkaar te halen.
Pas na de aftocht van de Pegida-mensen waren er nog rellen, waarbij de  bereden politie indrukwekkende charges om iedereen van het moskeeplein af te jagen. Mooi gezicht om dat van boven, van de 1e verdieping van de moskee te zien.
Later bleek dat ik er bij kon zijn, maar het toch nog maar deels had meegemaakt. Het Utrechtse nieuws meldde dat een voorman van Pegida een toespraak had gehouden, waarin hij de profeet had beledigd, waarop eieren, tomaten, uiteindelijk ook vuurwerk (rotjes)  werden gegooid. José Höhne schreef dat de eieren van de appartementen waren gegooid  die daar naast de moskee staan. Afijn, dus toch de heibel en onrust die kennelijk bij een echte demonstratie hoorden.
Voor ons vanuit de moskee was het toch wel een demonstratie van slechte voorbereiding en technische onkunde bij de Pegida-mensen die de beloofde film met gruwelijke onthoofdingen en bloedige besnijdenissen zouden laten zien. Dat dus allemaal niet. FC Utrecht won van NAC en daar hoefde de politie helemaal niet in actie te komen. Hoe religie toch nog even een spannende avond kan opleveren.

dinsdag 2 oktober 2018

Kamel Daoud: Zabor

Over het eerste boek van Kamel Daoud, Moussa of de dood van een Arabier, schreef ik op eerste sectie van deze blog. Dat boek was geschreven in de stijl van Camus, filosofisch en vetrtellend, soms heel kalm en dan weer in versnelling. Met veel aandacht voor de laat-koloniale tijd en de revolutie die de Fransen radikaal heeft weggejaagd.

Al lezend in zijn nieuwe boek dacht ik dat Daoud nu Camus heeft ingeruild voor Murakami. Het gaat hier over een man van bijna dertig, die Ismaël heet maar de naam Zabor draagt, naar de Arabische term voor de psalmen van David. In 1984 sterft zijn opa in zijn armen. Toen was hij ongeveer 14 jaar, dus kan hij geboren zijn in 1970, net als Kamel Daoud.
Het boek beschrijft de 'huidige tijd' van de ik-persoon, naast fragmenten uit zijn jonge leven, vooral puberteit.
Naar een vrouw taalt hij niet, al is er een 'tweede keus' een verstoten, dus gescheiden vrouw, ongewild, waar hij wellicht nog wat mee gaat beginnen maar dat wordt steeds uitgesteld.
Hij ontdekte al op jonge leeftijd dat hij moet schrijven (zoals de profeet stemmen hoorde en moest spreken, zoals Sheherazade moest vertellen om in leven te blijven). Door schriften aan te leggen over de bevolking van het kleine dorp waar hij woonde kan hij de levens van de bewoners verlengen en hen vrijwaren van de dood. Zijn eigen vader ligt op sterven, maar die toestand blijft zo het hele boek door. Hij heeft honderden schriften vol geschreven. In kleine flarden krijg je zo allerlei kleine geschiedenissen van de mensen van het dorp.
Zijn eigen vroege levensfasen komen er ook in naar voren. Hij heeft naast op een gewone lagere school ook op een madrasa, een Koranschool geleerd. Kende de helft van de Koran vanbuiten, maar hield er toen mee op toen hij voelde dat het van buiten leren van de Koran zonder aandacht voor de betekenis de dood van zijn gave zou hebben betekend (197) De nacht dat hij dat ontdekte noemt hij 'de nacht van het noodlot' (lailatul qadr, de nacht waarin Mohammed ook zijn eerste openbaring kreeg en waarin de Koran neerdaalde op aarde).Hij kreeg een reputatie van afvallige, maar zijn boek heeft toch heel wat verwijzingen naar koranpassages, vooral de verhalen over de grote profeten, Jonah (Yunus), Noah, Jozef (in Egypte, Yusuf), maar ook de veroordeling van de dichters (gevolgde door dwalenden, blz. 22, Koran 26:224) of de paradijsbeschrijvingen van sura 55.
Het was geen gemakkelijk lezen: er gebeurt heel weinig, de vader is nog niet dood, al loopt de ruzie over de verdeling van de erfenis al even. Even ben je deel van een heel apart soort van leven in visioenen, geschrijf, stilstand eerder dan ontwikkeling ergens naar toe.