4. Sumba. Ons vierde eiland tijdens de reis in Indonesië, 7-29 Oktober 2018, was Sumba. We waren er nog nooit geweest en wilden alleen een kleine indruk hebben en vooral traditionele dorpen zien. Dominee Herlina Kenya was ons door Elga Sarapung gesuggereerd als contactpersoon. Zij was geweldig: ging steeds met ons mee en introduceerde ons bij twee hoofden van traditionele dorpen, Prailiu (waar we een langgesprek hadden met de nog jonge radja, vice-voorzitter van de sinds enkele jaren ook door de staat erkende Raad voor Traditionele Marapu-religie) en Rende, juist ten oosten van Melolo. In Renda staan de grootste pronkstenen, een soort hunebedden waarin belangrijke figuren begraven liggen. Enkele dagen na ons bezoek aan Renda zouden er viermensen begraven worden. De oudste was tien jaar geleden overleden. Anderen tee of een jaar geleden. Het waren drie mannen, een vrouw. Ze waren in hun eigen familiehuis opgebaard in foetushouding, in een stevige zak. Een maand geleden waren ze in het adathuis opgebaard, waar bij hen gewaakt werd (dat wil zeggen: op matjes lagen mensen te slapen, roken, kletsen). Er stonden vier paarden die ook bij de begrafenis moesten zijn. De nacht voor de eigenlijk begrafenis zouden kenners van de oude mythen de zangen in de rituele taal gaan brengen, waarna de rituelen verder voortgang zouden vinden.
In de oude dorpen staat een boom waar vroeger de hoofden van het koppensnellen werden opgehangen. Nu zo te zien vooral botten van andere geofferde dieren. Onder een gesprek met de radja van Prailiu. Herlina had later nog een heel kritisch verhaal over de standenmaatschappij in Sumba, waar de laagste stand vrijwel nog slaaf of onvrije is: ook in haar kerk waren er geen dominees of ouderlingen uit deze kaste omdat onderwijs daarvoor 'onnodig' is. Zij steunde een vrouwengroep die gezamenlijk weefde en daarbij maatschappelijke zaken in bracht. Bij de radja hebben we geprobeerd sirih-pinang te gebruiken. Dat valt niet want je moet het speeksel lang in je mond houden en het daarna uitspuwen. Dat mislukte dus.
In Rende stonden geen lange banken en moesten we dus op de grond blijven zitten.
Hierboven: de kolossale graven staan midden in het dorp, omgeven door familiewoningen. Midden: een van de families was tot de Bethelkerk overgegaan, maar wel in het dorp blijven wonen. Hij had aan zijn huis een betuiging van medeleven opgehangen voor de dood van de belangrijkste dode, Umbu Turupaita (vroeger Bupati van Waingapu en radja van het dorp Rende). We hebben het kleine Bethelkerkje vlak bij ook bezocht. De grenzen tussen traditionele Marapu-religie en christendom worden soms wat open en vaag gehouden. Onderaan de vier opgebaarde lijken. Vooral twee punten vielen op tijdens deze bezoeken: de fierheid en vreugde om het feit dat de traditionele Marapu als spirituele beweging erkend is, zodat de mensen op hun identiteitsbewijs niet meer een van de grote 6 hoeven in te vullen; dan ook nog de waardering voor de rituele taal, de schoonheid van hun eigen traditie, maar ook de erkenning dat de kennis er van zwak is geworden. Velen verstaan maar een fractie van de heilige rituele teksten (als je een woord fout uitspreekt moet het wel weer allemaal opnieuw gezegd worden) en het besef dat er geen geschreven of gedrukte teksten bestaan, alles dus inde kwetsbare herinnering van een steeds kleiner wordende groep.
Herlina liet mij ook een interview geven op een idealistische radiozender, Max 96 en een college in de serie godsdienstlessen op de christelijke universiteit.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten