woensdag 31 oktober 2018

Vijf maal Indonesië (2)

3. Kupang. Op onze recente reis was Kupang de 3e stop. We kwamen er voor twee 'internationale conferenties: de 19e bij de Protestantse Universitas Kristen Artha Wacana, de 20e bij de Universitas Katolik Widya Mandira (=UNWIRA), op de 20e. Om de kosten te drukken )alleen binnenlandse vlichten, want de paar buitenlanders worden geacht hun vliegkosten tot Indonesië zelf te betalen.
Wij gingen eerst een dag naar de grot van Bitauni, waarover Nico Schulte Nordholt in mijn Festschrift heeft geschreven en ik zelf ook wel in het 2e deel, 164-5 van Catholics in Indonesia. We zagen vlakbij een prachtige en grte middelbare landbouwschool, 500 leerlingen, waarvan veel in internaat, jongens en meisjes. Twee zeer realistische en praktische zusters regelen dat internaat. Ze woonden zelf ineen zeer eenvoudig en klein huis op het grote complex.
De grot was tegen de top van een heuvel van zo'n 30 mater hoog, met een grootse brede trap er naar toe. Paule haalde het niet vanwege de hele grote stappen die je moest nemen zonder een enkele leuning. Binnen in de grot was het eerlijk gezegd eigenlijk een rotzooitje vanwege de grote aantallen vogels, niet alleen vleermuizen in de donkere delen, maar ook mooi kleine gewone vogels. De ingang is laag maar na een meter of tien wordt de grot hoger, wel een meter of 8-10. Aan de linkerkant zijn er twee openingen waardoor licht naar binnen kan komen. Er is ooit geprobeerd om die via gaas dicht te maken en zo de vogels weg te krijgen, omdat nu de paar banken en een soort altaar waarop de kaarsen kunnen branden onder de vogelpoep zitten. De banken beneden zijn ook zeer simpel. Alles bijeen een nogal pover uitziende bedevaartplaats. Er was wel een kerk bij gebouwd, kort geleden pas ingewijd. De eerste foto hieronder is van bovenaf de trap genomen en laat zien hoe eenvoudig de bankjes hier zijn.
 
 
Dit heiligdom staat in groot contrast met de veel luxer gebouwde en in december 2013 geopende bedevaartplaats vlak bij Kupang in Oebelo. (Ik schreef er toen over de  blog Relindonesia.blogspot).  Ik liet me vertellen dat Mgr. Petrus Turang, afkomstig uit Menado er wel veel geld inheeft gestoken. E wonen in nieuwe huisjes een groot aantal mensen uit Timor Leste vlak bij het heiligdom. Bij hetin brand steken van landbouwgrond onder aan de helling van het centrale kerkgebouw is een paviljoen afgebrand. Niet met opzet gebeurd en er werd veel materiaal aangevoerd om het allemaal toch weer mooier op te gaan bouwen.
Hieronder allereerst een overzicht van het grootse complex, de Taman Doa, gebedstuin. Dan de afgebrande kapel/paviljoen en de hoofdkapel.


Paule is niet zo van 'Het Rijke Roomse Leven' maar verzuchtte toch bij het zien van dit mooie en goed verzorgde geheel: 'dat zijn we in Nederland dus helemaal kwijt geraakt'. Nou ja, kapelaan Roderick laat er nog restanten van zien aar weg is het wel.
We maakten van ons hotel een wandeling naar het Museum NTT. Die wandeling was een aparte ervaring: langs de groots aangelegde zeer brede weg die heel veel regeringsgebouwen heeft. Maar helemaal niet is ingericht op voetgangers. Soms een stukje trottoir dan weer niets. Timor is sterk verdeeld in kleinere gebieden met eigen traditionele heersers, vaak ook eigen taal of dialect. Van echte oude traditionele dorpen hebben we hier weinig gezien  deze keer. In het bekende Boti waren we in 1997 al geweest.
Het museum had een leuke collectie. Van de oude cultuur vooral veel ikat doeken en kleden. Er waren drie gidsen die zeer enthousiast over de zaken konden vertellen en dat om beurten deden. Alleen om die rondleiding was het een mooie belevenis.


Over de twee conferenties schrijf ik op Relindonesia.. In het algemeen: de Protestantse van Fredrik Doeka was een leerschool in dialoog met andere religies, vooral de lokale traditionele. Bij Philipus Tule en de katholieken ging het vooral om het zoeken naar verbinding tussen West en Oost Timor

Geen opmerkingen:

Een reactie posten