De mensen die in de zorg werken, artsen, verplegers, zorgpersoneel, kregen laatst een openbaar applaus vanuit balkons, ramen, met slaan op deksels, wat trompetten of stevige instrumenten. Kerkklokken luidden ook, woensdagavonden een kwartier van 19.00. Bijzonder vond ik het om onderstaande doek te zien hangen bij de moskee aan de noordrand van winkelcentrum Overvecht in Utrecht.
Ik heb zo'n doek aan geen enkele kerk zien hangen. Moskee en kerk zijn gesloten voor vieringen met mensen er bij vanwege de corona-virus. Zo'n maatschappelijk meeleven is hierbij wel apart. Ook bij het bloemenmonument voor de slachtoffers van de moordaanslag vorig jaar bij het 24-oktoberplein was er alleen van de Turkse Sultan Eyub moskee van Kanaaleiland een mooi bloemstuk. Ik zag er niets bij van de kerken. Applaus voor deze moskeeën!
Karel Steenbrink, geboren 1942, heeft een geschiedenis van werk en onderzoek over religie in Indonesië, eerst Islam (dissertatie 1974) later aangevuld met een serie boeken over Christendom in het land. Dit blog is een vervolg op het blog KarelSteenbrink.blogspot.com.
maandag 30 maart 2020
woensdag 25 maart 2020
Nyepi in Bali en de sociale isolatie vanwege corona-virus
Al sinds begint maart dit jaar is onze wereld in de ban van het corona-virus. Er zijn steeds meer zaken die verboden zijn, uitvallen: scholen, musea, kerken en moskeeën zijn dicht. Geen concerten, geen koor-repetities, geen familiefeesten. Echt vasten dus. De moslims beginnen na half april met Ramadan: ook tijd van inkeer, vergeven, gezelligheid ook. Maar dat laaqtste wordt moeilijker.
Op het eiland Bali vieren de Hindoes vandaag Nyepi. Letterlijk betekent dat: alleen-zijn, stil, rustig. En dat is het ook: alle verkeer buitenshuis is verboden, niet spreken zelfs indien niet nodig. Zoals de Trappisten en Karthuizers hun hele leven.
Van Elfa Sarapung uit Yogyakarta kreeg ik onderstaande Nyepi-wens voor de Balinese mensen, en wie dat ter harte kan nemen.
In vrije vertaling staat er:
Op het eiland Bali vieren de Hindoes vandaag Nyepi. Letterlijk betekent dat: alleen-zijn, stil, rustig. En dat is het ook: alle verkeer buitenshuis is verboden, niet spreken zelfs indien niet nodig. Zoals de Trappisten en Karthuizers hun hele leven.
Van Elfa Sarapung uit Yogyakarta kreeg ik onderstaande Nyepi-wens voor de Balinese mensen, en wie dat ter harte kan nemen.
In vrije vertaling staat er:
Het corona virus leert ons ook wel wat om Goede Vrijdag,
Pasen en Ramadan, Suikerfeest zelfs ook Waisak (geboortedag van de Boeddha) te
vieren. Daar hoort (bij alle elementen ook van afsluiting, eenzaamheid) zeker
solidariteit met mensen in je omgeving, met de natuur, met wie, waar en hoe dan
ook. We mogen de hoop uitspreken dat de situatie van het corona-virus waarin
wij nu zitten, ons helpt om onze relatie met zo veel andere mensen te
verdiepen.
Wij wensen alle Hindoes geluk in het nieuwe Saka jaar, van
de oud-Javaanse telling, 1942. Een goed Nyepi voor alles en iedereen.
Wij genoten toch wel van een nogal koude, maar wel heldere voorjaarszon, langs ons Amsterdam-Rijn-kanaal.
zaterdag 21 maart 2020
De late middeleeuwen van Huizinga
Vanwege de corona-virussen is er geen reuring, geen bioscoop, geen restaurants open, zelfs geen kerkdiensten. Zelf-isolatie dus. Bibliotheken, zowel van de universiteit als de gemeente zijn dicht. Onze reis naar Gent en de tentoonstelling over Jan van Eijck is ook afgezegd. Het gaat ons leven behoorlijk veranderen voor enkele maanden.
Na Bart Van Loo, kwam er daarom tijd voor Huizinga en zijn Herfsttij der Middeleeuwen. Na de hertogen, hun hoven, oorlogen en feesten, gaat het bij Huizinga vooral over de schilders en schrijvers. Mooie citaten, maar vaak eindigend met strenge oordelen. Allereerst de periode: in Italië begon de renaissance met steden die door stevige adellijke dynastieën werden bestuurd. Zo lijkt het ook met Brugge, Gent en Ieper te zijn in Vlaanderen. Maar op heel wat bladzijden wijst hij dit af: er was onder de hertogen van Bourgondië een vaak zelf decadenten ontaarde riddelijke romantiek en heelw at literatuur noemt hij 'stijlloos' (blz. 272-3). Hij vindt het grote feest van de hertog in 1454 ('Feest van de Fazant', Karel de Stoute trouwt met Isabelle van Bourbon) een lege pronkzucht, notabene ook nog als inleiding voor een dure eed om een kruistocht te beginnen voor de herovering van Constantinopel, waar niets van kwam.
Maar lyrisch wordt hij dan ineens bij de schilderwerken van van Eyck en soortgenoten. 'De kunst der Van Eycks, die wij bewonderen, stond midden in het hofleven, dat ons afstoot.'
Hij stoort zich ook aan het naakt in de kunst en ook aan de naakte godinnen en sirenen die bij feestelijke intochten horen: toutes nues et échevelées comme on les peint (naakt en met loshangende haren, zoals ze ook geschilderd worden). (blz. 343.)
Over dit laatste gaat een uitbundig boek van Herman Pleij die beschrijft hoe rond 1500 een soort van sexuele revolutie uitbrak, als die van 1960-70 in West Europa (gevolgd door weer nieuwe preutsheid, want het gaat op en neer).
Nog genoeg te lezen over die Bourgondiërs dus. En dan is er het zeer zware dikke boek van de Tentoonstelling zelf!
Na Bart Van Loo, kwam er daarom tijd voor Huizinga en zijn Herfsttij der Middeleeuwen. Na de hertogen, hun hoven, oorlogen en feesten, gaat het bij Huizinga vooral over de schilders en schrijvers. Mooie citaten, maar vaak eindigend met strenge oordelen. Allereerst de periode: in Italië begon de renaissance met steden die door stevige adellijke dynastieën werden bestuurd. Zo lijkt het ook met Brugge, Gent en Ieper te zijn in Vlaanderen. Maar op heel wat bladzijden wijst hij dit af: er was onder de hertogen van Bourgondië een vaak zelf decadenten ontaarde riddelijke romantiek en heelw at literatuur noemt hij 'stijlloos' (blz. 272-3). Hij vindt het grote feest van de hertog in 1454 ('Feest van de Fazant', Karel de Stoute trouwt met Isabelle van Bourbon) een lege pronkzucht, notabene ook nog als inleiding voor een dure eed om een kruistocht te beginnen voor de herovering van Constantinopel, waar niets van kwam.
Maar lyrisch wordt hij dan ineens bij de schilderwerken van van Eyck en soortgenoten. 'De kunst der Van Eycks, die wij bewonderen, stond midden in het hofleven, dat ons afstoot.'
Hij stoort zich ook aan het naakt in de kunst en ook aan de naakte godinnen en sirenen die bij feestelijke intochten horen: toutes nues et échevelées comme on les peint (naakt en met loshangende haren, zoals ze ook geschilderd worden). (blz. 343.)
Over dit laatste gaat een uitbundig boek van Herman Pleij die beschrijft hoe rond 1500 een soort van sexuele revolutie uitbrak, als die van 1960-70 in West Europa (gevolgd door weer nieuwe preutsheid, want het gaat op en neer).
Nog genoeg te lezen over die Bourgondiërs dus. En dan is er het zeer zware dikke boek van de Tentoonstelling zelf!
donderdag 19 maart 2020
18 maart in Utrecht
Te midden van de ophef over het corona-virus werden gisteren bij het 24 Oktober-plein (genoemd naar dat vredesinitiatief, de Verenigde Naties!) de 4 moorden herdacht van 18 maart 2019. Intussen is de rechtszaak tegen Gökmen T. aan de gang: de man die spot met de rechters, spuugt naar zijn eigen advocaat, geen enkele reden voor deze zinloze geweldsdaad kan geven.
Er is een sober monumentje gebouwd: in een gebogen lijn zijn drie rijen mooie natuurstenen banken neergezet. Beetje raar: om een elektriciteitshuisje heen, dat kennelijk niet verplaatst kon worden en nu maar dicht moet groeien.
Geen namen van de vier doden. Bij de bloemen viel me wel een tekening van de Domtoren op en de rood-witte kleuren van de stad Utrecht: alsof niet die personen, maar de stad als geheel getroffen is.
Er is een sober monumentje gebouwd: in een gebogen lijn zijn drie rijen mooie natuurstenen banken neergezet. Beetje raar: om een elektriciteitshuisje heen, dat kennelijk niet verplaatst kon worden en nu maar dicht moet groeien.
Geen namen van de vier doden. Bij de bloemen viel me wel een tekening van de Domtoren op en de rood-witte kleuren van de stad Utrecht: alsof niet die personen, maar de stad als geheel getroffen is.
Het was geen terroristische daad in de zin dat deze man anderen angstig wilde maken voor iets als islam of andere idealen. Ook niet meteen een spectaculaire zelfmoordactie waar anderen maar in mee moesten gaan. Ook het gedicht dat werd voorgelezen kon weinig aan de stilte rond zin van zo'n daad toevoegen.
En schreeuwen?
Oh, zeker. Van binnen is er bij velen toen
een schreeuwen begonnen dat niet stoppen kan,
niet stoppen wil, omdat van stoppen vergeten
komt. En niemand wil vergeten.
een schreeuwen begonnen dat niet stoppen kan,
niet stoppen wil, omdat van stoppen vergeten
komt. En niemand wil vergeten.
Die dag, ja, die dag zelf zeker. Maar niet zij
die schreeuwend in die dag zijn blijven steken.
die schreeuwend in die dag zijn blijven steken.
Laten we luisteren naar deze nadrukkelijke
stilte voorbij het schreeuwen
en laten we daarbij niemand vergeten.
stilte voorbij het schreeuwen
en laten we daarbij niemand vergeten.
Iedereen beleeft dit zwijgen
op eigen wijze, maar niemand vergeet. Niemand
op eigen wijze, maar niemand vergeet. Niemand
Ruben van Gogh
Utrechts Stadsdichtersgilde
Utrechts Stadsdichtersgilde
woensdag 4 maart 2020
Allemaal wonderen en verwondering in Utrecht
Er zijn twee nieuwe tentoonstellingen in Utrecht: Allemaal Wonderen in het Catharijneconvent en over Magisch Realisme in het Centraal Museum.
Met Allemaal Wonderen heeft het Catharijne een bijna-populistische aanpak genomen. Er staat ergens dat 60% van de Nederlandse wel 'in wonderen gelooft, ergens 'in een ingreep van iets onbegrijpelijks' dus. Dat heeft met kerkelijk of onkerkelijk niets te maken. De tentoonstelling is wel meer katholiek dan protestants of seculier als het gaat over de afbeeldingen: nogal wat wonderen uit de bijbelverhalen, van de film van Cecil de Mille, over het splijten van de Rode Zee tot wonderen van Jezus. Verder nogal wat uit Gent, het Mirakel van Amsterdam e.d. Het zweven (levitatie heet dat in technische taal) van Teresa van Avila tot Marina Abramovic die ook zoiets in een keuken klaar kreeg, tenminste op een foto.
Boeddhisme, hindoes en ook moslims werden niet vergeten. Over Jona in en uit de walvis was een mooie afbeeldingen uit de islamitische wereld.
Moslim engelen en heiligen, vooral profeten, hebben allemaal zo'n vuurglans om hun hoofd. Hier dus ook boven bij de engel die Jona helpt om uit de walvis te komen. Onder is uit het boek van de Mirakelen van Abdulqadir Jilani, de grote heilige uit Irak, 12e eeuw. Een boot is vergaan, en een vrouw komt bidden bij de heilige voor de opvarenden. Jilani brengt de boot weer naar boven en iedereen leeft nog/weer.
In het Centraalm Museum was een minder uitwaaierende tentoonstelling met de lange titel: De tranen van Eros. Moesman, surrealisme en de seksen. Johan Moesman (1908-1909) is niet alleen Utrechter van geboorte en leven, ook nog de bekendste surrealist. Het lijkt allemaal gewoon echt naar de natuur getekend, maar er gebeuren gekke dingen in. Moerman zelf zei dat je er niet teveel betekenis aan moet hechten, maar dat werd natuurlijk toch stevig gedaan. In deze tentoonstelling krijgt hij er stevig van langs: de surrealisten, Moesman incluis wilden veel mooie lijven, vooral van vrouwen, maar de mannen bleven centraal staan. Wat kun je hiermee nog doen na #Metoo? De Sade, verheerlijkt door sommige surrealisten, kreeg er ook stevig van langs. Naast een twintigtal werken van Moseman is er stevig naar tijdgenoten als Salvador Dali en Magritte gekeken.
Een vroeg werk van rond 1935 gaat over een vrouw die niet verder met hem om mocht gaan, dus dood en afgebeten werd geschilderd. Op haar linkerborst staat de schilder, werkend. Zoals heeft Van Eijck dat ook ooit gedaan bij een portret van Arnolfini.
Moesman schilderde ook portretten. Hieronder een van de kritische katholieke dichter en schrijver Gabriel Smit. Er was ook een portret van de nette musicoloog Wouter Paap. Heel mooie tentoonstelling. Voor mij heel wat spannender dan de veel van het Catharijneconvent.
Met Allemaal Wonderen heeft het Catharijne een bijna-populistische aanpak genomen. Er staat ergens dat 60% van de Nederlandse wel 'in wonderen gelooft, ergens 'in een ingreep van iets onbegrijpelijks' dus. Dat heeft met kerkelijk of onkerkelijk niets te maken. De tentoonstelling is wel meer katholiek dan protestants of seculier als het gaat over de afbeeldingen: nogal wat wonderen uit de bijbelverhalen, van de film van Cecil de Mille, over het splijten van de Rode Zee tot wonderen van Jezus. Verder nogal wat uit Gent, het Mirakel van Amsterdam e.d. Het zweven (levitatie heet dat in technische taal) van Teresa van Avila tot Marina Abramovic die ook zoiets in een keuken klaar kreeg, tenminste op een foto.
Boeddhisme, hindoes en ook moslims werden niet vergeten. Over Jona in en uit de walvis was een mooie afbeeldingen uit de islamitische wereld.
Moslim engelen en heiligen, vooral profeten, hebben allemaal zo'n vuurglans om hun hoofd. Hier dus ook boven bij de engel die Jona helpt om uit de walvis te komen. Onder is uit het boek van de Mirakelen van Abdulqadir Jilani, de grote heilige uit Irak, 12e eeuw. Een boot is vergaan, en een vrouw komt bidden bij de heilige voor de opvarenden. Jilani brengt de boot weer naar boven en iedereen leeft nog/weer.
In het Centraalm Museum was een minder uitwaaierende tentoonstelling met de lange titel: De tranen van Eros. Moesman, surrealisme en de seksen. Johan Moesman (1908-1909) is niet alleen Utrechter van geboorte en leven, ook nog de bekendste surrealist. Het lijkt allemaal gewoon echt naar de natuur getekend, maar er gebeuren gekke dingen in. Moerman zelf zei dat je er niet teveel betekenis aan moet hechten, maar dat werd natuurlijk toch stevig gedaan. In deze tentoonstelling krijgt hij er stevig van langs: de surrealisten, Moesman incluis wilden veel mooie lijven, vooral van vrouwen, maar de mannen bleven centraal staan. Wat kun je hiermee nog doen na #Metoo? De Sade, verheerlijkt door sommige surrealisten, kreeg er ook stevig van langs. Naast een twintigtal werken van Moseman is er stevig naar tijdgenoten als Salvador Dali en Magritte gekeken.
Een vroeg werk van rond 1935 gaat over een vrouw die niet verder met hem om mocht gaan, dus dood en afgebeten werd geschilderd. Op haar linkerborst staat de schilder, werkend. Zoals heeft Van Eijck dat ook ooit gedaan bij een portret van Arnolfini.
Moesman schilderde ook portretten. Hieronder een van de kritische katholieke dichter en schrijver Gabriel Smit. Er was ook een portret van de nette musicoloog Wouter Paap. Heel mooie tentoonstelling. Voor mij heel wat spannender dan de veel van het Catharijneconvent.
maandag 2 maart 2020
Het uitdijend universum van Wil van den Bercken
Oud-collega bij de theologische faculteit Utrecht, Wil van den Bercken, is lange tijd vooral Rusland-kenner geweest. Met liefde voor de oude Russische iconen en een grote hekel aan de moderne combinatie van Poetin-dictatuur en vermenging van nationalistisme en a-politieke religie. Maar sinds zijn pensionering heeft hij de meeste boeken over Rusland weggedaan (en daar zelfs een klein boekje over geschreven), maar kocht hij een mooie verrekijker om op zijn balkon aan het Merwedekanaal in Utrecht de hemel te bekijken. Nu is daar een boek over verschenen. Allereerst wil hij een pleidooi houden voor een kosmologisch bewustzijn, dat hij zelfs een soort 'kosmische spiritualiteit' (blz. 90) noemt, een besef dat er heel veel universum is buiten onze aarde, buiten ons zonnestelsel. Ja zelfs die immense hoeveel sterren die in de Melkweg zitten worden omgeven door miljarden andere systemen: allemaal immens. ooit begonnen en het zal ooit ophouden, maar dat maken wij niet meer mee.
Ook al is thuis de boekenplank beperkt gehouden, hij heeft er veel voor gelezen, samengevat en verwerkt. In heldere taal, zonder al te veel technische details, bespreekt hij eerst vijf natuurkundigen die schreven in een wereld waarin in Eruropa religie nog behoorlijk dominant was. Copernicus, Galilei, zij hadden last van katholieke censuur. Giordano Bruno moest het met de brandstapel bekopen. De vrome Kepler en de zakelijke Isaac Newton leefden in landen waar Lutheranisme dan wel anglicanisme dominant was en konden zo werken aan een wereldbeeld waarin de aarde om de zon ging draaien.
Vanaf einde 18e eeuw gaat de ontwikkeling door: ons zonnestelsel krijgt een bescheiden plaats in eens steeds verder uitdijend heelal via Laplace, Herschel, een Jezuïet Georges Lemaître die met een beeld van een oerknal kwam in 1931, Stephen Hawking, Lawrence Krauss. De rode draad hier is steeds hoe in de marge van de natuurkundige ontwikkelingen steeds een gesprek met de oude religieuze gedachten plaats vindt: van atheïstische afwijzing, tot voorstellen als die van een Intelligent Design en een soort van natuur-pantheïsme. Spinoza was niet de eerste die natuur=God definieerde. Dat vinden ook al bij Giordano Bruno (55).
Van den Bercken heeft in zijn lange carrière als Ruslandkenner veel te maken gehad met staatspropaganda voor atheïsme. Daar heeft hij veel weerstand tegen gebouwd. Hier spreekt een scherp lezen en bescheiden waarderen. Als we dit boek over kosmologisch bewustzijn leggen naast vorig werk blijkt er een dominerend besef te zijn van kleinheid, betrekkelijkheid der dingen.Nu heeft hij vanuit grootse vergezichten van de ontwikkeling van ons universum, een aangenaam, helder en voor de leek begrijpelijk en verrassend boek geschreven. Ga nog vele jaren zo door!
Ook al is thuis de boekenplank beperkt gehouden, hij heeft er veel voor gelezen, samengevat en verwerkt. In heldere taal, zonder al te veel technische details, bespreekt hij eerst vijf natuurkundigen die schreven in een wereld waarin in Eruropa religie nog behoorlijk dominant was. Copernicus, Galilei, zij hadden last van katholieke censuur. Giordano Bruno moest het met de brandstapel bekopen. De vrome Kepler en de zakelijke Isaac Newton leefden in landen waar Lutheranisme dan wel anglicanisme dominant was en konden zo werken aan een wereldbeeld waarin de aarde om de zon ging draaien.
Vanaf einde 18e eeuw gaat de ontwikkeling door: ons zonnestelsel krijgt een bescheiden plaats in eens steeds verder uitdijend heelal via Laplace, Herschel, een Jezuïet Georges Lemaître die met een beeld van een oerknal kwam in 1931, Stephen Hawking, Lawrence Krauss. De rode draad hier is steeds hoe in de marge van de natuurkundige ontwikkelingen steeds een gesprek met de oude religieuze gedachten plaats vindt: van atheïstische afwijzing, tot voorstellen als die van een Intelligent Design en een soort van natuur-pantheïsme. Spinoza was niet de eerste die natuur=God definieerde. Dat vinden ook al bij Giordano Bruno (55).
Van den Bercken heeft in zijn lange carrière als Ruslandkenner veel te maken gehad met staatspropaganda voor atheïsme. Daar heeft hij veel weerstand tegen gebouwd. Hier spreekt een scherp lezen en bescheiden waarderen. Als we dit boek over kosmologisch bewustzijn leggen naast vorig werk blijkt er een dominerend besef te zijn van kleinheid, betrekkelijkheid der dingen.Nu heeft hij vanuit grootse vergezichten van de ontwikkeling van ons universum, een aangenaam, helder en voor de leek begrijpelijk en verrassend boek geschreven. Ga nog vele jaren zo door!
Abonneren op:
Reacties (Atom)











