Ik ben bezig om een boek uit 2002 te herschrijven. De korte hoofdstukken van de Koran was een bijproduct van het Islamitisch-Christelijk Leerhuis, dat ik in de jaren 1990 in het tijdschrift Begrip Moslims-Christenen begon. Er kwamen nog drie boeken, bescheiden van omvang: Adam Redivivus, De Jezusverzen van de Koran en een commentaar op soera 2: Een Kleine koran.
Bij de Korte Hoofdstukken (78-114) nam ik oudere vertalingen als basis, maar sommige soera's probeerde ik ook kort en met rijm te vertalen. Het Arabisch van de Koran is heel compact en vertalingen hebben soms wel het dubbele aantal lettergrepen! Er zit ook vrijwel overal eindrijm in die korte, oudste stukken van de Koran. - De Koran wordt voor vroom gebruik in de vastenmaand Ramadan verdeeld in 30 delen: één voor iedere dag. Die delen zijn dus allemaal ongeveer 1/30 van de koran. Het 30e deel wordt het meest van buiten geleerd omdat die hoofdstukken kort zijn (de langste hoofdstukken staan vanaf no 2, dan worden ze korter).
Ik begon nu dus met soera (= hoofdstuk) 78. Sinds ik die eerste versie in 2002 schreef, is er een fantastisch hulpmiddel bijgekomen: het Duitse project Corpus Coranicum, waar allerlei kennis ingestopt wordt: vergelijking van oude handschriften (komt heel weinig nieuws uit: er werd nauwkeurig overgeschreven!), vertalingen en ook TUK: Texte aus der Umwelt des Korans. Voor soera 78 wordt verwezen naar Psalm 104, de scheppingspsalm die hier vers 6-16 als parallel heeft. En vooral stukken uit preken van Efrem de Syrier, die kerkleider van rond 400, dus 200 jaar vóór Mohammed, die veel horror over de hel en lieflijke dingen over het paradijs zei.
78 Het Bericht
In Gods naam, Erbarmer, Barmhartigheid
1. Wat vragen zij elkaar?
2. Over het bericht: zwaar,
3. En zij gissen er maar naar.
4. Nee: het wordt openbaar.
5. Zeker: openbaar!
6. Hebben Wij de aarde niet als een bed gemaakt?
7. En iedere berg een staak?
8. En jullie gemaakt als paar?
9. En voor jullie als rust de slaap?
10. En de nacht als dek gemaakt?
11. En de dag voor etenswaar?
12. En boven jullie bouwden Wij zeven hemelen, laag na laag.
13. Daarin de lamp, als vuur zichtbaar.
14 En Wij stuurden uit de wolken water: onstuitbaar.
15. Zodat Wij daarmee leven brengen, vruchtbaar.
16. En tuinen, ontelbaar.
17. De dag des oordeels staat vast,
18. De dag dat de trompet blaast.
Dan zullen zij worden opgebracht, allemaal.
19. De hemel gaat open, gat na gat
20. bergen smelten, worden vloeibaar.
21. De hel is een hinderlaag.
22. Dé plek van de zondaar;
23. Zij blijven er lang, onafzienbaar.
24. Ze krijgen er verkoeling noch drank.
25. Alleen hitte en stank
26. als bittere dank.
27. Zij hebben naar de afrekening niet getaald,
28. Logen over onze verzen, brutaal.
29. En alles hebben wij in het boek verhaald.
30. Proef maar! Voor jullie alleen maar straf!
31. Maar: voor toegewijden is er toeverlaat
32. Tuin en wijngaard
33. Jonge borsten, van gelijke aard
34. En gevulde bokaal.
35. Zonder ijdel vals gepraat.
36. Loon van je Heer, gift de moeite waard.
37. De Heer van hemel en aarde en wat er tussen ligt;
De Barmhartige, hij kent geen tegenspraak.
38. De dag waarop de geest en de engelen in rijen staan
Niemand spreekt dan behalve wie het door de Barmhartige is toegestaan.
39. Dat is de dag der waarheid. Wie wil neme hun Heer als toeverlaat.
40. Zeker, Wij hebben jullie gewaarschuwd voor de nabije ramp,
De dag waarop de mens tegenkomt wat vóór hem is.
En de ongelovige zal zeggen: ‘Was ik maar tot stof gemaakt!’



