dinsdag 18 augustus 2020

Osnabrück en Bad Iburg

Ons reisboek vertelde het met precisie: in 1945bleek 87% van de stad Osnabrück grondig verwoest te zijn door het oorlogsgeweld. Temidden van de straten nieuwbouw zijn er eigenlijk alleen maar wat grote kerken weer opgebouwd. Maar op grote (loop)afstand van elkaar. Wij hielden het dus maar op de herbouwde Marienkirche. Van buiten ziet hij er nog lekker oud en authentiek uit, binnenin blijkt het een mengsel van herbouw te zijn. Het deed me denken aan die archeoloog die Europa tegen Thailand plaatste: in Europa mag je een gebouw binnen helemaal ombouwen, als de buitenkant maar hetzelfde blijft. In Thailand wordt de buitenkant ieder jaar opnieuw opgeschilderd en als er geld is extra verfraaid, terwijl het verblijf van de godheid binnenin hetzelfde moet blijven.

Ook in andere grote steden, zoals in Paderborn, zagen we modern beeldhouwwerk op ,centrale punten in mooi brons uitgevoerd met een mengeling van oude en nieuwe vormen.

Zoals ook in Utrecht, was er in de middeleeuwen (en hier tot einde 17e eeuw, toen de lutheranen gingen overheersen) een Fürstbischof die in conflict was met de burgerij en daarom op zo'n 10-15 km van de stad een groot paleis inrichtte. Voor Osnabrück was dat het paleis van Bad Iburg: deels voor de bisschop, deels voor een grote Benedictijnerabdij. Het was een gigantisch  gebouw, nu deels rechtbank, deels museum. Pronkstuk hier is een ridderzaal, Rittersaal, waar de bisschoppen, geheel in de Duits-feodale traditie als heersers worden vergeleken met Hercules. Zeus siert dus het centrale schilderij in die ridderzaal terwijl er aan de rand allerlei werken van de stoere Hercules worden getoond.

Hercules is duidelijk met een leeuw aan het vechten. Daaronder staan wellicht toch de oud-romeinse profetessen, sibyllen, die ook de komst van de Christus hebben voorspeld. Naast de cyclus met vooral schilderingen van de Hercules-verhalen waren er vooral afbeeldingen van bisschoppen en hun adellijke familie. En dan een enkel bijbelverhaal, tenminste hieronder is volgens mij het verhaal van Daniel in de vuuroven te zien: de drie jonge mannen zijn een lofzang aan het zingen. Links twee oosterse vorsten met tulband op hun hoofd, terwijl de gevangenbewakers door de uitslaande brand uit de vuuroven vernietigd worden. Er waren geen rondleidingen vanwege corona, de geschreven toelichting was vooral een verdediging van het restauratiebeleid, waarbij aan de beschrijving van de afbeeldingen weinig aandacht werd gegeven.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten