zondag 28 april 2019

Rijke en sobere paleizen in Valencia (slot)

Er is niet een groot koninklijk paleis zoals in Cordoba, Granada, Madrid, maar wel zijn er stadspaleizen, zoals het pronkzuchtigste, dat van de markiezen van Dos Aguas.
Op de voorgevel van het gebouw staat Maria, met onder haar twee gevaarlijk uitziende heren, die de twee rivieren van de stad voorstellen: de nu afwezige Turia en een andere die wat zuidelijker loopt.

De puti of baby-engeltjes hebben hier al duidelijk de puberteit bereikt. Het is er allemaal druk en zeer gekunsteld, praal en pracht die meer aan kitsch dan aan kunst doet denken. Binnen veel goud en spiegels, veel schilderijen van dames die op banken zitten met mooie jurken en bloemen, gasten ontvangend en daarmee dan weer praten.
In een van de glaszalen hebben we een selfie geprobeerd. Niet echt perfect, maar het geeft de sfeer wel weer.
In de nabijheid van dit Palacio van de markiezen Dos Aguas vonden we ook het vroegere priester-seminarie dat aan alle kanten de nuchtere en sobere contra-reformatie uitstraalde. Het heet El Patriarca omdat de toenmalige aartsbisschop (een De Ribero) ook de titel had van Patriarch van Antiochië ipi: in partis infidelium, nu gelegen in Syrië, land van de ongelovigen en zodoende toen verplaatst naar Valencia, ook een havenplaats en aan dezelfde Middellandse Zee.
Er was een mooie binnenplaats, een museum met schilderijen en een sobere kapel, waar wel een aantal zeer grote Vlaamse tapijten hingen.


Hier bovenaan een schilderij van Augustinus en Hieronymus, zo koel en zakelijk alsof het geen boeiende en gedreven kerkvaders waren, maar ietwat saaie seminarieprofessoren.
In het midden hun mooiste schilderij: Maria en Jozef met kind Jezus, met herders op bezoek, engeltjes in de lucht, een kolossale os. Van El Greco.
Onderaan een allegorie van het mystieke voertuig, de kerk met aan de vlag de leiding, Tu es Petrus.... De roeiriemen zijn de geschriften van de bijbel. Het zeil is Maria die het schip (met de Geest) vooruit blaast. De fondatores van de religie, de apostelen, het staat allemaal in dit schema van het Gesamtkunstwerk, de kerk na het concilie van Trente in volle contrareformatie.

 Misschien is dit toch het mooiste van hun schilderijen: Caravaggio, de Judaskus met een terughoudende, maar niet echt protesterende Jezus.  Er waren nog wat Vlaamse primitieven ook: in sobere uitstalling had het seminarie toch heel wat bieden aan prachtige voorwerpen.
 
Buiten op het plein zagen we deze beeldenrij: in het midden de vrouw die de stad Valencia voorstelt. Rechts (links van haar dus) de twee Katholieke vorsten, Ferdinand en Margaretha van Aragon en Castilië. Rechts van haar de glorie van de stad, de Borgia-paus Alexander VI, uit de stad Valencia afkomstig en politiek zeer actieve kerkbestuurder, die vanwege privé affaires meestal als een schandalig figuur wordt beschreven, maar in Valencia nog op de voorste plaats mag staan.
Ik lees nu Ilja Pfeiffer, Grand hotel Europa en daar wordt de tegenstelling toerist/echte bewoner breed uitgemeten. De toerist is er onder meer een hedonistische escapist. Niet reizen, maar nadenken verruimt de blik (blz. 232). Het was een reuze eind lopen in die steden, want je moet ze te voet bekijken en ervaren. De vluchten waren zeer ongunstig: we kwamen midden in de nacht aan een moesten uiteindelijk ook al om 4.30 in de morgen naar het vliegveld voor de terugreis. Zo hedonistisch was het toch niet. En ieder ziet wat hij wil zien en zo was het dus ook bij ons. Maar wél verrijkend. En mooi, aangenaam voor het oog en de geest.

Opvallende reuzengebouwen in Valencia

In de bedding van de rivier de Turia, die eeuwenlang om de oude stad liep is in de jaren 1980 een park aangelegd van 10 kilometer. Dat wordt aan de zuidkant afgesloten met een serie van 7 exorbitante betonnen kolossen.
Het begint met de grootste, de opera, die een beetje aan die van Sydney doet denken.
De gebouwen rechts staan nog op de oever, maar dragen bij aan het futuristisch ogent complex. In het complex zijn 4 zalen, lees ik, waar in totaal 3400 mensen van kunst kunnen genieten. 80 keer per jaar is er een voorstelling, dus 1 1/2 dag per week. Minder dan in het veel kleinere Vredenburg in Utrecht. Maar het gebouw is wel groter. Er naast staat dan een ook al ei-vormige bioscoop, IMEX en een wetenschapsmuseum voor de jeugd (nu was er ook een Harry Potter tentoonstelling). Langs de twee gebouwen loopt een enorme parkeerplaats, ondergrond, waarop een soort grote serre, L'umbracle geheten. Aan het einde staat een grote brug, als een enorme harp, 125 m hoog, over de rivierbedding heen.

Binnenin de Umbracle is een soort subtropisch tuin aangelegd. Aan het eind daarvan dus eerst die harp en daarachter de blauwgroene Agora, een gebouw waarvoor eigenlijk nog een bestemming wordt gezocht. Eens per jaar is daar een groot tennistournooi, twee keer is er een modeweek en voor de rest worden nog liefhebbers gezocht.


Helemaal hierboven een foto genomen naar de noordkant, begin dus, met 3 gebouwen: van links naar recht de opera, de Imax-bioscoop en het wetenschapsgebouw met de mooie vijver. In het midden de tuin boven de garage en onderaan de harp-brug met daarachter de grote Arena. Wij hebben het laatste gebouw, het grote zee-aquarium gelaten voor wat het was. Het geheel heet CAC, Ciudad de las Artes y las Ciencias. Het laatste gebouw is in 2009 opgeleverd. We zijn benieuwd hoe het er over 30 jaar bij zal staan. Gebouwen die gebruikt worden zijn aan permanente veranderingen, reparaties e.d. onderhevig, dus het leven moet nog gaan beginnen voor CAC.
Alles is reusachtig hier. Hier Paule lopend op een van die prachtige trappen. Organische bouw noemen ze dit, dis geen rechte hoeken maar allemaal als grote walvissen, enorme borstkassen en je voelt je er heel klein bij. Kinderen hadden er ook veel pret.

zaterdag 27 april 2019

Een sixtijnse kapel in Valencia

In ons hotel (Rey Don Jaime) kregen we een kaart van Valencia, omlijst door foto's en tekst over een wondermooie kerk, juist gerestaureerd, de San Nicholas in de volkswijk Barrio del Carmen, aan de Calle Caballeros. Wij verbaasden ons over de verschillen in spelling: Universidad of Universitat? Calle of Carrer? We besloten dat het wel aan het verschil tussen het officiële Spaans en de lokale taal/dialect zal liggen: op heel wat borden staat het trouwens dubbel: Centre Ciutat en Centro Ciudad.. In Barcelona spreek men dan Catalaans, maar hier? We konden maar moeilijk wat maken van Spaans, al is het een Latijnse taal: het staat er toch verder vanaf dan het Italiaans.
De kerk van San Nicholas is voor € 3 te bezoeken, behalve op maandag: mensen doen beloften om drie opeenvolgende maandagen te gaan bidden bij de San Nicholas voor iets bijzonders en daarom dan geen toeristen. De heldere toelichting verklaarde dat allemaal wel voor ons.
De San Nicholas was een 13e eeuw gothische kerk, maar is in de 18e eeuw stevig opgeknapt met 2000m2 scholeringen op het plafond. De toelichting heeft de allemaal verklaard, inclusief de 9 engelensoorten, waar de gewone en de aartsengelen maar de twee laagste soorten zijn. Hoogsten zijn de serafijnen omdat die lichtdragers zijn.
 Hier moet iemand wel een kolossale gebedsverhoring van Sint Nikolaas hebben gekregen, want het is allemaal schitterend wat je te zien krijgt. Het zat tot ca 2000 onder de roet van kaarsen en pas onlangs is de restauratie voltooid en ziet het er weer prachtig uit. Je moet niet allergisch zijn voor de overdaad of het toch dicht bij kitsch vinden. De ruimte is toch aanzienlijk kleiner dan de Sixtijnse kapel van het Vaticaan, maar het is wel dichter te bekijken. Maar het vergt wel enige kennis van christendom en graag de hulp van de toelichting.
Achterin de kerk staat boven de deur deze afbeelding. Wij dachten aanvankelijk dat het een pauselijke figuur is, Pauzin Johanna? Ze heeft immers de drievoudige pauselijke tiara of kroon op. Maar dat klopt niet: in de rechterhand draagt ze een kerkgebouw, dus de kerk en ze is een afbeelding van de ecclesia of kerk en dat woord is nu eenmaal vrouwelijk.
Dit is een afbeelding die gemakkelijk thuis te brengen is: de geboorte van de baby Jezus met een de zijkant twee stevige volwassen engelen, erg vrouwelijk terwijl de engelen vaak mannelijke figuren zijn. In het midden links Jozef, rechts Maria.
Hierboven het 'echte' Sint Nikolaas verhaal: de donkere figuur middenin aan de rechterkant is Nikolaas die een zak geld komt brengen bij een familie die in de schulden zit en de vader heeft als enige oplossing om de meisjes de prostitutie in te sturen. Het geld van Nikolaas zorgt ervoor dat zij aan een nette kan kunnen komen. De tekst eronder is van Matteüs 6:3, 'Laat je rechterhand niet weten wat je linkerhand als cadeau weggeeft'.

Een kathedraal in permanente herbouw

De franse architect Jacques Dumarcay schreef over de Borobudur, gebouw rond 850, dat die tijdens de bouw al van een hindoetempel in een boeddhistische heiligdom werd omgebouwd. En dat bouwwerken iedere 25 jaar wel stevig onderhanden worden genomen, totdat ze niet meer gebruikt worden. Dan kunnen ze monument worden, maar mag er weinig of niets aan veranderen.
De bouw kathedraal van Valencia werd begonnen zo'n 50 jaar na de verovering van de stad door de katholieken uit Aragón, Noord-Spanje dus. Het was aanvankelijk een laat Romeinse en dan vroeg-gothische kerk. Dat is nog te zien aan het oude toegangsportaal, in Romaanse stijl.

Die romaanse ingang staat op de maquette rechtsboven. Voor ons zien we hier een gothische toegang. Maar in de 17e-18e eeuw kwam er een minder sobere, nogal uitbundige barok-ingang, terwijl het hoofdgedeelte van de kerk redelijk rustig romaans-gothisch bleef. Prachtige gebouw. De Michaelsklok hangt in de opbouw boven op de toren.

Dit is dus de M-ingang, uit de baroktijd. Maria staat er zelf alleen met de letter M, er zijn wel engelen bij. Die hebben we in zeer grote getale gezien. We hadden het er al onder elkaar over, dat Spanje niet geleden heeft van de grote oorlogen van de 20e eeuw. Dat is niet helemaal juist. Niet alleen Barcelona en delen van Madrid waren Republikeins-links, ook Valencia was dat. Als je de grote kerk binnenkomt is achteraan rechts de Petrus-kapel, die stevig door een van de 400 bommen is geraakt die Franco op de stad heeft laten gooien in 1936-9. De schilderijen van de Petrus-kapel zijn vervangen door replica's. Links hieronder is te zien dat een fresco daar ook grotendeels verwoest is. Dat heeft men zo gelaten: wonden mogen hun littekens laten zien.
Verder is er in de kathedraal een museum voor kerkelijke kunst, die (nu even) niet meer in gebruik is. Er was zo een kolossaal altaar met een reuzenmonstrans voor de Corpus Christi, sacramentsoptocht. Ene er was ook een gruwelijke tronie van de slechte moordenaar die samen met Jezus werd gekruisigd. En nog veel meer. Ook al straalt zo'n kathedraal een traditioneel katholicisme uit, dat daar kennelijk nog heel wat meer aan hang dan in Nederland het geval is, worden er ook zaken in de oude sacristie, nu museum gezet. Je betaalt wat toegang voor de kerk, maar de service is daarvoor ook prachtig: heel goede apparatuur om een engelstalige toelichting te horen, een mooie lift, toiletten in dat museum.

 Tenslotte nog enkele schatten: hieronder eerst een 'ontslapen' van Maria, de gelovige term voor haar dood, die geen echte dood was want ze verdween floep meteen naar de hemel, waar ze met God en haar zoon Jezus zit te wachten tot het eind der tijden en het daar een beetje voller gaat lopen. Die hemelvaart is mooi plastisch uitgebeeld.
Dan hieronder het hemelse huisorkest, engelen tegen een prachtig blauwe achter grond. Een speelt orgel, de ander tokkelt op een harp, cyther of misschien wel viool, dus als onze nichtjes Tineke en Judith! Dit zijn dan nog maar enkele impressies: niet te topwerken die in een kunstmuseum kunnen komen, maar wel kunst in de originele setting bewaard gebleven.


Valencia: een Moors verleden

Valencia is de 3e stad van Spanje. Madrid en Barcelona hadden we al enkele keren bezocht en nu dus voor een (te) korte trip naar Valencia. Groter en indrukwekkender dan we dachten. Voor de omgeving was helemaal geen tijd of energie over, maar de stad was overweldigend.
Eerst maar op zoek naar romeinse en moorse resten. Romeins viel er eigenlijk niets te zien, van de moorse tijd alleen herhaaldelijk de vermelding dat het in 1238 daarmee afgelopen was. Dat de twee belangrijkste overblijfselen de sianaasappelteelt inclusief de tuinen met oneetbare oranje appeltjes, en daarnaast de irigatie-kanalen waren.

Op een mooi plan een de oostkant van de oude stad zien we een standbeeld van Jaime I van Aragón, die in 1238 de mensen hier librandola del yugo musulman  .. el dia de San Dioniso. Dat moet dus wel betekenen dat deze man de stad 'bevrijdde van het islamitisch juk op de feestdag van de Heilige Dionysius',  wat 9 oktober 1238 was. El Cid was een 'christen' krijgsheer die meestal voor christen én/óf islamitische heersers werkte, maar zich rond 1100 ook al even vorst van Valencia was, maar hij telt dus niet mee.
De sinaasappelbomen zagen we meteen de eerste morgen op de mooie wandeling door de bedding van de Turia-rivier. Die rivier, met een bedding van wel 100 m. breed lag een tijd droog, zorgde midden jaren 1950 voor een fikse stroming en de bedding is toen verlegd. Van de plannen om er, als in de Utrechtse Catharijnesingel een brede snelweg aan te leggen kwam niet terecht en in de jaren 1980 werd het een groots stadspark, van ruim 10 km lang en schitterend aangelegd. Genot om er door te wandelen.


De twee bovenstaande foto's zijn maar enkele van de vele die je zou kunnen maken van dit prachtige park: nog groter dan het Central Park in New York en goed gebruikt. De sinaasappelbomen staan daar ook, maar de foto hier is van de Zijdebeurs, die elders wordt vermeld.


In ons ANWB-bokje stond een eigenaardig zinnetje over de fontein "op het Plaza de la Virgen: de Turiafontein als een allegorie op de verworvenheden van de Moorse tijd". De moslim hebben namelijk de 8 irrigatie-kanalen van de Turia rivier gebouwd waardoor het gebied veel fruit en groente kon kweken, tot nu toe. De grote figuur is de Turia-rivier, de 8 bronzen meisjes zijn de irrigatiekanalen. Die er nu voor aan het dansen waren kronkelen iets teveel voor irrigatiekanalen, die recht lopen, maar waren ook goed om aan te zien.

maandag 22 april 2019

Het zwarte gat van Pasen

In De Volkskrant schreef Aaf Brandt Corstius een column over Kerstbrood en Paasbrood: volgens haar eigenlijk hetzelfde krentenbrood met amandelspijs er in en wat hartige brokjes van het een en ander. Voor wie niet weten wat een (pre-)christelijke oorsprong is, maakt het dus allemaal niet zoveel uit.
Zelfs voor de godsdienstig meer deskundigen is het som lastig. Kerstfeest is een terugkeer van de Sol Invictus van het laat-romeinse rijk, die tegen eind december een beetje krachtiger wordt en daarom is licht een thema van Kerstfeest, naast die geboorte van dat kind Jezus, waarvan men de datum niet wist en die dus is vastgesteld op de laat-Romeinse viering van de overwinnende zon, Sol Invictus.
Maar ook bij Pasen is licht belangrijk. De paaskaars is er het teken van en ook dan is er in de liturgie een nachtwake, die een hoogtepunt moet hebben bij het hoogtepunt: de komst in de vroege morgen van vrouwen bij het lege graf van Jezus.
Juist voor Pasen las ik het laatste boek uit werk van Stephen Hawkins bijeengebracht: Brief Answers to the Big Questions. Het is een heel leesbaar boek geworden, met veel over het ontstaan van alles in het heelal, vanuit de Big Bang, zo'n 14 miljard jaar geleden. Wat was ervoor? Nou niets, geen tijd, geen materie, alleen een zwart gat, waaruit positieve en negatieve materie is ontstaan. En zwarte gaten zijn er sindsdien ook nog wel meer gekomen.
Eigenlijk is de beschrijving van het pasen in de eerste drie evangeliën ook zo'n zwart gat: wat zien de vrouwen bij het graf van Jezus? Niets dus, een leeg graf, meer niet, ja een beetje kleren en een zakdoen. Sudarium et vestes klinkt dat in het mooie Paaslied Victimae paschali laudes. Daar is in de Paasliederen en paaspreken een triomfantelijk opstaan uit dood, in het Johannes evangelie zelfs een peuteren in het gat in de borst naar de wond van het kruis van gekomen. Maar in het originele einde van Marcus is er zelfs alleen angst en verwarring.
Wij zongen na wat geharrewar toch het Alleluia van Händel. De dirigent was eigenlijk tegen, had het nauwelijks een keer laten doorzingen, helemaal niet echt gerepeteerd. We zongen het toch maar 'maar iedereen mag meezingen'.  Dank zij de mensen van de Janskerk werd het een fantastische uitsmijter, die we er zeker in mogen houden als opwarmer voor de koffie na de dienst. Alleen met het zwarte gat van het lege graf kunnen we het ook niet doen!

woensdag 10 april 2019

De liefdes van/volgens Michel Houellebecq

Volgens een item in Wikipedia schijn je de naam uit te moeten spreken als Welbek, goedgebekt dus, al zullen Fransen daar niet zo gauw aan denken.
Soumission vond ik een spannend en intrigerend boek: als de moslims Frankrijk overnemen en daar dus de sjarie'a wordt ingevoerd.
Serotonine was een best wel zinderende roman. Het begint bij een 40-50 jarige die van zijn Japanse vriendin en zijn baan af wil, eigenlijk een sannyasi, een thuisloze wil worden. Niet als de daklozen die wij bij de Albert Heijn, bij de Janskerk en op de stationspleinen zien, maar een bewust gekozen zoektocht naar vrijheid wil maken.
Maar eerst krijgen we nog de verhalen over de huidige vriendin (een Japanse die gedumpt moet worden), de eerste, Deens Kate en dan de vijfjarige relatie met Camille. Dat gaat in treinvaart, met veel aandacht voor de geslachtsdelen en -daden, maar de studie, het werk op een ministerie van landbouw, dat is allemaal niets. Er wordt heel veel gerookt en gedronken, maar Houellebecq is bepaald geen Bourgondiër, integendeel, hij vindt het leven maar zo-zo en ziet zichzelf al aangekomen in de fysieke aftakeling.
Na de vertellingen over de dames wordt een man uit het verleden het centrum van de roman, Aymeric, een medestudent op de landbouwhogeschool. Aymeric is de grond van zijn adellijke gaan beheren. Het is een boerderij met 300 koeien die hij zelf met de hand melkt. Ik heb er geen verstand van, maar het lijkt me een klus die je niet in een dag klaar krijgt en dan schijnt het 's morgens en 's avonds te moeten. Afijn, Aymeric kan er geen droog brood aan verdienen, hij sluit zich aan bij harde betogers. In een actie tegen de ME die de snelwegen weer vrij wil maken, pleegt hij zelfmoord, maar het lijkt alsof hij slachtoffer van de ME is. Dit is een ontroerend deel van het boek waarin de globalisering van de neo-liberale economie via een geval aan de kaak wordt gesteld.
Het laatste deel van de roman is meer filosofisch:Thomas Mann en de dood in Venetië komen aan bod, naast Gogol, Proust, Pascal. Zelfs een twee laatste alinea's met theologische beschouwingen:

In werkelijkheid bekommert God zich om ons, Hij denkt elk moment aan ons en geeft ons aanwijzingen, soms heel nauwkeurige. Die golven van liefde die in onze borst opwellen en ons de adem benemen, die ingevingen en extases, waar onze biologische natuur, onze eenvoudige primatenstatus geen verklaring voor kan bieden, zijn uitzonderlijk heldere tekenen.
En ik begrijp nu het standpunt van Christus, de ergernis die al die ongevoelige harten steeds bij hem wekken: ze hebben alle tekenen en ze trekken zich er niets van aan...
Met dank voor de mooie tekeningen die de recensie in De Volkskrant vergezellen.

dinsdag 2 april 2019

Goden van Egypte sterven ook gewoon

In Leiden heeft het Oudheidkundig Museum een prachtige tentoonstelling over de goden van Egypte met veel eigen bezit, ook leningen uit Parijs, Londen, Turijn en andere musea. Vanaf schepping tot de ordening van hemel en aarde komen allerlei aspecten naar voren. Vanaf een aantal lokale goden is er uiteindelijk een soort systeem van belangrijke en wat minder belangrijke goden gekomen. De 9 toppers heten Enneaden: een theologisch systeem, dat in verschillende plaatsen en groepen mensen weer anders beleefd kan worden.
De uitleg van het museum was dat de Egyptische goden heel anders zijn dan de ene God van Israel en het Christendom. Maar de schepping bleek daar ook met een oer-soep te beginnen waaruit scheiding van aarde en hemel, land en water komt. En ook doden/moord in de vroege familie, als het Kain-Abel verhaal. Beetje indoctrinatie door de Egyptologen die anders willen zijn? Veel gelijke zaken dus in het scheppingsverhaal. Echnaton die een monotheïstische ontwikkeling in gang zette werd overgeslagen. Het is al ingewikkeld genoeg met die goden. Wat wel anders is dan bij de joods-christelijke ontwikkeling is de aandacht voor de dood en wat er na de dood kan gebeuren.
Isis is de echtgenote van Osiris. Die laatste werd door een kwade god in stukjes gehakt en over Egypte verspreid. Dat werd in een tekenfilmpje voor jong en oud zeer plastisch voorgesteld. Hier zien we Isis huilen. Maar ze deed meer: ze zorgde dat alle stukjes weer bij elkaar kwamen en Osiris dus weer tot leven kwam toen zijn hart werd teruggeplaatst. Samen kregen ze Horus, nr. 9 en onderste op de afbeelding bij de Enneade. Die liefde en toverkracht van Isis bracht de legende/mythe als een aparte religieuze stroom in het Romeinse rijk. Maar zulke dodenboeken, verhalen over opstanding e.d. zien we niet in het jodendom, dat eigenlijk een zeer aardse, binnenwereldse religie is. Pas na afsluiting van de joodse bijbel komt er geloof in ziel, overleven na de dood.
In de moderne wereld kan Isis dan ook nog wel een stripheldin worden. Prachtige tentoonstelling die je eigenlijk een aantal keren moet gaan zien.
Leuk plaatje, maar de 'god van Israël' leeft toch langer dan die van Egypte!