Op de voorgevel van het gebouw staat Maria, met onder haar twee gevaarlijk uitziende heren, die de twee rivieren van de stad voorstellen: de nu afwezige Turia en een andere die wat zuidelijker loopt.
De puti of baby-engeltjes hebben hier al duidelijk de puberteit bereikt. Het is er allemaal druk en zeer gekunsteld, praal en pracht die meer aan kitsch dan aan kunst doet denken. Binnen veel goud en spiegels, veel schilderijen van dames die op banken zitten met mooie jurken en bloemen, gasten ontvangend en daarmee dan weer praten.
In een van de glaszalen hebben we een selfie geprobeerd. Niet echt perfect, maar het geeft de sfeer wel weer.
In de nabijheid van dit Palacio van de markiezen Dos Aguas vonden we ook het vroegere priester-seminarie dat aan alle kanten de nuchtere en sobere contra-reformatie uitstraalde. Het heet El Patriarca omdat de toenmalige aartsbisschop (een De Ribero) ook de titel had van Patriarch van Antiochië ipi: in partis infidelium, nu gelegen in Syrië, land van de ongelovigen en zodoende toen verplaatst naar Valencia, ook een havenplaats en aan dezelfde Middellandse Zee.
Er was een mooie binnenplaats, een museum met schilderijen en een sobere kapel, waar wel een aantal zeer grote Vlaamse tapijten hingen.
Hier bovenaan een schilderij van Augustinus en Hieronymus, zo koel en zakelijk alsof het geen boeiende en gedreven kerkvaders waren, maar ietwat saaie seminarieprofessoren.
In het midden hun mooiste schilderij: Maria en Jozef met kind Jezus, met herders op bezoek, engeltjes in de lucht, een kolossale os. Van El Greco.
Onderaan een allegorie van het mystieke voertuig, de kerk met aan de vlag de leiding, Tu es Petrus.... De roeiriemen zijn de geschriften van de bijbel. Het zeil is Maria die het schip (met de Geest) vooruit blaast. De fondatores van de religie, de apostelen, het staat allemaal in dit schema van het Gesamtkunstwerk, de kerk na het concilie van Trente in volle contrareformatie.
Misschien is dit toch het mooiste van hun schilderijen: Caravaggio, de Judaskus met een terughoudende, maar niet echt protesterende Jezus. Er waren nog wat Vlaamse primitieven ook: in sobere uitstalling had het seminarie toch heel wat bieden aan prachtige voorwerpen.
Buiten op het plein zagen we deze beeldenrij: in het midden de vrouw die de stad Valencia voorstelt. Rechts (links van haar dus) de twee Katholieke vorsten, Ferdinand en Margaretha van Aragon en Castilië. Rechts van haar de glorie van de stad, de Borgia-paus Alexander VI, uit de stad Valencia afkomstig en politiek zeer actieve kerkbestuurder, die vanwege privé affaires meestal als een schandalig figuur wordt beschreven, maar in Valencia nog op de voorste plaats mag staan.
Ik lees nu Ilja Pfeiffer, Grand hotel Europa en daar wordt de tegenstelling toerist/echte bewoner breed uitgemeten. De toerist is er onder meer een hedonistische escapist. Niet reizen, maar nadenken verruimt de blik (blz. 232). Het was een reuze eind lopen in die steden, want je moet ze te voet bekijken en ervaren. De vluchten waren zeer ongunstig: we kwamen midden in de nacht aan een moesten uiteindelijk ook al om 4.30 in de morgen naar het vliegveld voor de terugreis. Zo hedonistisch was het toch niet. En ieder ziet wat hij wil zien en zo was het dus ook bij ons. Maar wél verrijkend. En mooi, aangenaam voor het oog en de geest.





