maandag 22 april 2019

Het zwarte gat van Pasen

In De Volkskrant schreef Aaf Brandt Corstius een column over Kerstbrood en Paasbrood: volgens haar eigenlijk hetzelfde krentenbrood met amandelspijs er in en wat hartige brokjes van het een en ander. Voor wie niet weten wat een (pre-)christelijke oorsprong is, maakt het dus allemaal niet zoveel uit.
Zelfs voor de godsdienstig meer deskundigen is het som lastig. Kerstfeest is een terugkeer van de Sol Invictus van het laat-romeinse rijk, die tegen eind december een beetje krachtiger wordt en daarom is licht een thema van Kerstfeest, naast die geboorte van dat kind Jezus, waarvan men de datum niet wist en die dus is vastgesteld op de laat-Romeinse viering van de overwinnende zon, Sol Invictus.
Maar ook bij Pasen is licht belangrijk. De paaskaars is er het teken van en ook dan is er in de liturgie een nachtwake, die een hoogtepunt moet hebben bij het hoogtepunt: de komst in de vroege morgen van vrouwen bij het lege graf van Jezus.
Juist voor Pasen las ik het laatste boek uit werk van Stephen Hawkins bijeengebracht: Brief Answers to the Big Questions. Het is een heel leesbaar boek geworden, met veel over het ontstaan van alles in het heelal, vanuit de Big Bang, zo'n 14 miljard jaar geleden. Wat was ervoor? Nou niets, geen tijd, geen materie, alleen een zwart gat, waaruit positieve en negatieve materie is ontstaan. En zwarte gaten zijn er sindsdien ook nog wel meer gekomen.
Eigenlijk is de beschrijving van het pasen in de eerste drie evangeliën ook zo'n zwart gat: wat zien de vrouwen bij het graf van Jezus? Niets dus, een leeg graf, meer niet, ja een beetje kleren en een zakdoen. Sudarium et vestes klinkt dat in het mooie Paaslied Victimae paschali laudes. Daar is in de Paasliederen en paaspreken een triomfantelijk opstaan uit dood, in het Johannes evangelie zelfs een peuteren in het gat in de borst naar de wond van het kruis van gekomen. Maar in het originele einde van Marcus is er zelfs alleen angst en verwarring.
Wij zongen na wat geharrewar toch het Alleluia van Händel. De dirigent was eigenlijk tegen, had het nauwelijks een keer laten doorzingen, helemaal niet echt gerepeteerd. We zongen het toch maar 'maar iedereen mag meezingen'.  Dank zij de mensen van de Janskerk werd het een fantastische uitsmijter, die we er zeker in mogen houden als opwarmer voor de koffie na de dienst. Alleen met het zwarte gat van het lege graf kunnen we het ook niet doen!

Geen opmerkingen:

Een reactie posten