Al heel lang niets meer van Maarten 't Hart gelezen, nu toch een nieuw boek De nachtstemmer. Het gaat over een iemand die een orgel in Maasssluis moet stemmen: in de Grote of Hervormde Kerk maar tevens wordt gevraagd om bij de Gereformeerden hun orgel ook te stemmen. Hervormd of Gereformeerd dat maakt bij 't Hart weinig uit, alleen Katholieken zijn weer heel anders. Bij Protestanten dient het orgel vooral om de mensen lekker hard te laten zingen, bij katholieken is het voor romantische stille momenten, of triomfantelijk weggaan uit de kerk: meer gevoelsmatig.
Dat zegt hij ergens, maar verder vooral nogal wat informatie over de grote bouwers Schnitger en een leerling. Ook een modern bouwer als Seifert krijgt een positieve bespreking. Eigenlijk nergens wordt vermeld dat er in de huizen vooral harmoniums zijn: daar heeft hij in de vroegere boeken genoeg over geschreven.
De Gereformeerde Dominee is de meest actuele: hij is bezig met een dissertatie over kerkverlating en wil daar zoveel mogelijk feiten over op tafel leggen, zonder dat hij nu ook een stevige of diepe overtuiging erover heeft.
Er is een meisje, dochter van een knappe Braziliaanse weduwe, die misschien geestelijk gehandicapt is, maar wel perfect is om de vingers op de toetsen te leggen, noodzakelijk bij het stemmen.
't Hart laat als elders op luchtige wijze bijbelkritiek naar voren komen: hoe kon die ezel van Bileam spreken? Jezus was toch naakt in het graf gelegd, hoe kon hij dan gekleed eruit verrijzen? Veel spelen met psalmverhalen, liedteksten van Johannes de Heer: de taal van de Statenbijbel, waarover ook Kader Abdolah nog een boek moet schrijven. Het is een uiterst aangenaam boek om nog weer eens de goede oude schrijver tegen te komen. Hij zegt wel dat gelovigen sneller geïrriteerd zijn dan feministen, maar die kennen hem intussen wel en het gaat er allemaal zo lieflijk aan toe dat het vuur er wel af is. Ook het verhaal van de opbloeiende liefde tussen orgelstemmer en Braziliaanse weduwe is niet echt spannend, wel amusant. Niets om je druk over te maken, die tijd is kennelijk voorbij. Eerder een heimwee-boek dan strijdliteratuur.
Karel Steenbrink, geboren 1942, heeft een geschiedenis van werk en onderzoek over religie in Indonesië, eerst Islam (dissertatie 1974) later aangevuld met een serie boeken over Christendom in het land. Dit blog is een vervolg op het blog KarelSteenbrink.blogspot.com.
dinsdag 31 december 2019
Dadels en kersen bij het niet-zo-zoete-Kerstverhaal
Wij waren in het Gelders Oosterhout, bijna een rand-wijk van Nijmegen geworden, tegen Lent aan, aan de noordkant van de Waal. In een klein gereformeerd kerkje (met nauwelijks 100 zitplaatsen) zong het Nijmegen Uitvaartkoor 'Stemmen van Troost' een Kerstprogramma, met ook enkele gedichten erbij. Veel Rutter en David Willcocks (schrijf je dat zo?) daartussendoor ook wel gedichten: van Toon Hermans, en onder meer ook Jan Engelman. Een jongeheer Van Boetzelaer had de eerste steen van het kerkje gelegd rond 1880, nu door een koor gebruikt om te laten zien we ze kunnen. Prachtige stemmen, romantische keuze van liederen. Ze worden zo'n 26 keer per jaar gevraagd, vooral om bij begrafenissen te zingen. Het kerkje vol met gezonde mensen, vooral familie, denk ik, zoals ook in ons geval, bij schoonzus Maria (heel toepasselijk gehuwd met een Joseph).

Engelman's gedichte De Kerseboom bespreekt de problemen van Maria: ongewild zwanger en Jozef: twijfels over de oorsprong van die zwangerschap. Het wordt niet alleen opgelost door een engel die Jozef bijpraat in de nacht, maar door een wonder met een Kersenboom, die ineens vruchten heeft en zelfs de takken naar beneden laat komen omdat Maria dorst heeft en kersen wil eten. In het proto-evangelie van Jacobus wordt dat uitgesteld tot de reis naar Egypte als het jonge gezin door de woestijn moet trekken.
In de islamitische versie, de Koran hier dus, rent Maria angstig weg uit haar omgeving, de woestijn in, vol met haar problemen. In een variant op het Hagar-verhaal, krijgt ook zij daar een beek met water om te drinken en een dadelboom die rijpe vruchten heeft, ook buiten het seizoen.
Rechts van de boom ligt hier de pasgeboren baby Jezus, als een pakketje in doeken, maar wel met vlammen er bij, want die horen bij alle profeten. Bij die dadelboom ontspringt dan een beekje. Maria gaat daarop (weer op advies van de engel) naar 'haar mensen' toe, laat Jezus het woord doen en de spraakzame baby weet haar familie te overtuigen dat hij zal opgroeien tot profeet. Wie zou er dan nog zeggen dat de Islam niet tot de Joods-Christelijke cultuur hoort?
Engelman's gedichte De Kerseboom bespreekt de problemen van Maria: ongewild zwanger en Jozef: twijfels over de oorsprong van die zwangerschap. Het wordt niet alleen opgelost door een engel die Jozef bijpraat in de nacht, maar door een wonder met een Kersenboom, die ineens vruchten heeft en zelfs de takken naar beneden laat komen omdat Maria dorst heeft en kersen wil eten. In het proto-evangelie van Jacobus wordt dat uitgesteld tot de reis naar Egypte als het jonge gezin door de woestijn moet trekken.
In de islamitische versie, de Koran hier dus, rent Maria angstig weg uit haar omgeving, de woestijn in, vol met haar problemen. In een variant op het Hagar-verhaal, krijgt ook zij daar een beek met water om te drinken en een dadelboom die rijpe vruchten heeft, ook buiten het seizoen.
Rechts van de boom ligt hier de pasgeboren baby Jezus, als een pakketje in doeken, maar wel met vlammen er bij, want die horen bij alle profeten. Bij die dadelboom ontspringt dan een beekje. Maria gaat daarop (weer op advies van de engel) naar 'haar mensen' toe, laat Jezus het woord doen en de spraakzame baby weet haar familie te overtuigen dat hij zal opgroeien tot profeet. Wie zou er dan nog zeggen dat de Islam niet tot de Joods-Christelijke cultuur hoort?
Abonneren op:
Reacties (Atom)
