zondag 8 december 2019

Kader Abdolah verdrinkt een beetje in De Vliet

Een nieuw boek van Kader Abdolah: de grote schrijver blijft nieuwe boeken leveren. In de bekende kleine hoofdstukken krijgen we een vertelling over de Nederlandse Egyptoloog, Herman Raven, die oud is, dementeert en sterft. Ja, dat kan: Kader is ook al 65 en kent de mensen om zich heen. Af en toe zie ik hier in Utrecht de Arabist Wim Raven, vooral bekend van zijn vertalingen van het leven van Mohammed en van de hadith-teksten. Mijn eerste gedachte was: het is toch niet naar Wim Raven beschreven?
Nee, want de Egyptoloog Herman Raven heeft zich wel een Arabische naam aangemeten (Zayed Hawass) en een Arabisch/Egyptische vriend, Abdelkarim Ghassan, maar woont nu in Den Haag bij de Vliet (Rijn-Schie-kanaal?). Ghasem woont in Zoetermeer. Zijn vader was in Egypte een schilder, verkoper van 'antiek' en waarschijnlijk ook wel maker. Raven heeft een gesmokkelde mummie van een oud-Egyptische vorstin in de grote kelder van zijn huis opgeslagen, Ghasem heeft er een hele grafkelder omheen geschilderd. Dat is het geheim, maar ze weten nog niet hoe ze die mummie in Egypte moeten terugkrijgen, waar die oude vorstin weer naar toe terug wil/moet. Uiteindelijk lukt dat toch via de Egyptische ambassadeur.
Over zijn moeder schreef Abdolah ook al een boek met veel dementie-verhalen. Nu dus weer. Kennelijk een thema om het mysterieuze, een schimmenwereld, in zijn boeken te laten komen. Er waren twee passages die me bijzonder troffen. Allereerst op blz. 45 over de herkomst van dadels en daaraan verbonden zijn problemen met de islamitische landen: Die uit Saudio-Arabië en Egypte zijn heerlijk, maar de laatste niet te krijgen in Nederland en de Saudi-vorsten daar houdt Abdolah niet van. 'De dadels uit Tunesië waren goed .. maar de Tunesische dadelhandelaren waren corrupt. De bovenste laag in hun dozen waren vers en groot, maar de onderste allemaal oud en versuikerd. De dadels uit Israël waren eigenlijk heel goed, maar hij kocht ze niet. Hij vond het verraad tegenover de Arabieren als hij er eentje in zijn mond stopte. De Marokkaanse dadels vond hij lekker, maar daar zat vaak zand in, woestijnzand dat de wind tegen de dadelbomen blies. Hij vond het niet erg, het hoorde erbij, maar er zat soms te veel zand in een doosje..' Beetje gezeur maar wel erg mooi.

Op blz. 187 past Abdolah een Koranvers (uit soera 93, in zijn vertaling blz. 30-1) niet op Mohammed toe, maar op Merie, dochter van Herman Raven, 'wees' geworden na de dood van haar vader, als hij zegt:
Bij de stralende dag
Bij de nacht waarin men rust.
De Schepper heeft je niet verlaten
en hij is je niet vergeten.
Altijd toch iets moois van de Koran er bij. Maar verder vond ik het toch een beetje een langzaam gaand, quasi-mysterieus boek, waarbij hij niet altijd goed over de Vliet heen komt.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten