In het Catharijne Museum in Utrecht is een kleine tentoonstelling van kerkelijke kunst uit de periode 1150-1300, dus latere middeleeuwen. Er zijn vooral stukken uit Noord-Spanje/Catalonië, en uit Noorwegen. Alles op basis van toeval: een kerkelijk museum uit Vic (Catalonië), en een uit Oslo zijn voornaamste leveranciers. Ook daar zijn ze rond 1880 begonnen met verzamelen, zoals ook bij de voorlopers van het Catharijneconvent. Catalonië en Noorwegen hebben niet zoveel oorlogschade of beeldenstorm meegemaakt. Ook daar ging wel met met de tijd mee en is veel van vroeger als irrelevant verdwenen.
In de inleiding werd vermeld dat Innocentius III, de grootste paus der middeleeuwen (?) in 1215 in het concilie van Lateranen een unificering heeft doorgevoerd van de liturgie. Daarnaast gingen de kunstenaars vaak internationaal werken en is het verbazingwekkend dat er zoveel gelijkenis is. Overigens zie je hetzelfde in de muziek van iets later tijd: Lassus, Josquin en tijdgenoten reisden veel en kwamen zo in goede functies in meerdere landen. Ook de magisters van de kathedraalscholen hadden contact met elkaar: rond 1125 werd het Liber Sententiarum Magistri A., waar Paule's dissertatie over gaat in Rome, Parijs, Laon, München, Canterbury gebruikt.
Drie elementen waren belangrijk in de monumentale kerken: onder het altaarblad een frontaal (vaak een mandala, omgeven door bijfiguren); een beeld of een altaarstuk op het altaar en een baldakijn, boven het altaar. De tentoonstelling eindigde met een fantasiefilmpje waarbij engelen en heligen in een uit vlogen onder het geluid van het Miserere van Allegri. Allemaal hoog-romantisch, alsof je in een fantasy-film zat compleet met vliegende beesten ook.
Helemaal onderaan is hier zo'n baldakijn met Christus als pantokrator; in het midden een kleine schrijn voor relikwieën, met bovenaan links en rechts wat draken zoals ze ook op Vikingschepen te zien zijn: dus toch wat lokaals, als is de basisvorm van de schrijn toch internationaal. Het Maria-beeld is uit de beneden-Rijnstreek, met in het hoofd plaats voor alweer relikwieën. Van rond 1250 dus toch mooi oud uit onze eigen streken.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten