Er is zowel onder christenen als moslims eeuwenlang een debat geweest over predestinatie: is het lot van de mens helemaal door God voorbestemd?
Een leuk verhaal hiertegen is te vinden in de oude moslim-tradities over Adam. Die gaan er van uit dat de zielen van de profeten al bestonden vóór de schepping van de echte wereld. Daar zei de ziel van Mozes dus tegen die van Adam: 'Sukkel ben jij, dadelijk als je geboren wordt. Waarom ga je dan in het paradijs van die appel eten? Komen wij er niet meer in, door jouw schuld!' Dan antwoordt Adam: 'Wel, Mozes. Jij bent de schuld hiervan. Want in jouw Tora staat het nu al allemaal geschreven en daar is het dus voorbestemd. Kunnen wij niets meer aan doen.' (In mijn boek Adam Redivivus, blz. 121).
Twee geloofspunten zijn moeilijk in overeenstemming te brengen: eerst dat de mens verantwoordelijk is voor zijn daden. Hij kan door God voor foute keuze worden gestraft. Daar moet dus vrije keuze en vrije wil aan vast zitten. De andere overtuiging is dat God almachtig is en alles weet, van eeuwigheid af. De gelovige kan met beide standpunten leven, maar ze niet harmonisch met elkaar verzoenen. Paradox dus.
Maar kort na 1600 kwam er een strijd tussen Arminius (verdediger van de vrije wil van de mens) en Gomarus (helemaal geobsedeerd door Gods voorbeschikking). In 1610 en 1812 waren die twee uitgekibbeld, want dood. Maar de strijd ging door tussen aanhangers. Maar juist in de periode van het 12-jarig bestand kreeg het debat andere dimensies. Prins Maurits was van de oorlogspartij: als men van het leger wilde hij doorvechten en Nederland groter maken. Daar hoorde een harde lijn tegen katholieken en andere ketters bij.
In 1618 riep hij de synode van Dordrecht bijeen om over de geloofszaken te spreken. Het was tevens de gelegenheid voor Maurits om Oldenbarnevelt, voorstanders van vrede en van de Arminianen kwijt te raken.
In Dordrecht is de synode zes volle maanden gehouden. Er was nu een tentoonstelling over, die de versluierende titel had: Werk, bid en bewonder: een nieuwe kijk op kunst en calvinisme. Eerst dus nog over de synode, waar veel buitenlandse kerkelijke gasten bij waren. Uit Nederland zelf was de helft van de deelnemers wel eerder politiek ambtenaar, een minderheid theoloog en kerkelijk leider. De Arminianen zitten in de tafel in het midden. Zij zijn maar met 14 tegen de ruim 100 anderen en zitten in de verdachte hoek. Na ruime een maand zijn ze in Januari 1619 dan ook al weggestuurd, veroordeeld. Oldenbarnevelt beschuldigd van landverraad, zelf te dood gebracht. Prins Maurits wilde geen machtig bestuurder naast of zelfs boven hemzelf. In feite was die synode dus een soort staatsgreep van Maurits.
Tweede thema van de tentoonstelling was dat de Calvinisten helemaal niet zo tegen naakt, tegen kunst of rijkdom waren: dat zijn ze pas onder Abraham Kuyper (vanaf einde 19e eeuw) geworden. Er werd een aardige poging gedaan om ze tot renaissance-achtige levensgenieters te maken. Er hing zelfs een schilderij over Paris (van Troje) die de appel aan Venus geeft als teken van uitverkiezing als de mooiste der godinnen. Daarop heeft Venus hem geholpen om Helena aan Menelaos te ontfutselen en mee te nemen naar Troje. Daarom die oorlog dus...
Ook bij het onderste schilderij stond geschreven dat in het verhaal van Samson en Delila de dame natuurlijk wel met de borsten bloot mocht, want vanwege het verhaal..
Afijn naast het politieke verhaal, dus ook nog een poging om ons beeld van de Gereformeerden bij te setllen. Alleen na Kuyper, ja toen werd het sober en minimalistisch. Theo van Doesburg zou daar een voorbeeld van zijn. Dat vond ik nu toch een beetje indoctrinatie van een goedwillende museum-figuur!
Curieus was ook wel de video-presentatie waarin onder het motto: Liever Turks dan Paaps werd gesteld dat de moslim in Nederland eigenlijk ook best een beetje 'Calvinistisch' zijn, staan op openbare orde, netjes gekleed zijn en je ook zo voordoen. En dat allemaal voortkomend uit het debat over de menselijke wil van Arminius en Gomarus!
Karel Steenbrink, geboren 1942, heeft een geschiedenis van werk en onderzoek over religie in Indonesië, eerst Islam (dissertatie 1974) later aangevuld met een serie boeken over Christendom in het land. Dit blog is een vervolg op het blog KarelSteenbrink.blogspot.com.
maandag 31 december 2018
zaterdag 29 december 2018
Delft in Oranje of Oranje in Delft?
De Prinsenhof in Delft kenden wij als het minder goede museum over Indonesië: veel spannende dingen konden ze er vaak niet laten zien, maar Nusantara, zoals het toen heette deed zijn best en we kwamen toch trouw kijken.
Sinds enige tijd is Nusantara opgeheven, de collectie over andere instellingen verdeeld en de stad Delft heeft de prinsenhof tot lokaal museum verheven met als toppers het Delfts Blauw, Antonie van Leeuwenhoed en vooral Willem van Oranje. Momenteel is er een rijke tentoonstelling te zien over leven en omgeving (vooral kinderen en kleinkinderen) van de Vader des Vaderlands, zoals hij wat pompeus heet.
Er is al veel voor de orangisten geweest de laatste tijd: de TV-serie over de 80-jarige oorlog, en de tentoonstelling in het Militair Museum van Soesterberg, waar hij vooral als lid van de adellijke stand wordt getoond.
Delft heeft zijn eigen 'toren van Pisa', niet zo scheef als die witte in Italië. Kennelijk zijn ze tijdens de bouw al correctief gaan stapelen, maar toch apart: zo lang zo scheef al!
In 1572 was er nog geen definitieve alteratie geweest: geen definitieve overgang tot de reformatie, maar katholieke kerken konden nog open blijven. Bij de Oude Kerk stond nog het grote en deftige (voor adellijke meisjes/dames) Sint Agatha-klooster. Willem van Oranje 'kreeg' (of nam) een deel van het klooster in gebruik. Rector was daar de geleerde Erasmus-vriend Cornelis Musius, die kort voor de beeldenstorm (waar dit klooster aan kon ontsnappen) nog een altaarstuk had laten schilderen, de kruisafname.
Musius is 72 op dit schilderij. Ouder is hij niet geworden, want in December 1572 werd hij weggevoerd en uiteindelijk omgebracht door of op bevel van Lumey, de bloedgraaf die graag katholieke priesters ombracht en door Oranje werd gehaat, maar niet al te openlijk, want Willem was wel tolerant, liet liefst de godsdienst buiten de politiek en het geweld, maar kon ook weer niet te openlijk de geuzen afvallen. Lumey schijnt toch min of meer verbannen te zijn. Te laat dus voor de Rector Musius in Delft.
Oranje kwam als gast in het klooster, maar er werd wel verordend dat de nonnen mochten blijven maar er verder geen nieuwe leden meer mochten worden aangenomen: het was de tolerantie een moeilijke zaak. De burgemeester weigerde te kiezen voor katholiek én Spanje, dan wel voor de opstand: hij koos wijselijk voor Delft, waar het dus moeizaam verliep.
Een maand voor hij werd vermoord, werd de 3e en laatste zoon van Willem van Oranje geboren. Er kwam een groots doopfeest met veel gasten, muziek en wijn. Daar werd door de dominee stevig tegen gepreekt en ook preek werd gedrukt en lag nu op de tentoonstelling.
Nog vele familiegeschiedenissen: tussen katholiek en protestant (en daarbinnen Luthers versus Calvinistisch) liepen de scheidingen alsmaar door.
Hieronder nog een lijkafname: van kort na 1600 en uit Italië waar Caravaggio het allemaal nog spanneder en fysieker maakt. Nu door het Vaticaan aan het Centraal Museum in Utrecht uitgeleend. Eén groot feest die tentoonstelling met Caravaggisten.
Sinds enige tijd is Nusantara opgeheven, de collectie over andere instellingen verdeeld en de stad Delft heeft de prinsenhof tot lokaal museum verheven met als toppers het Delfts Blauw, Antonie van Leeuwenhoed en vooral Willem van Oranje. Momenteel is er een rijke tentoonstelling te zien over leven en omgeving (vooral kinderen en kleinkinderen) van de Vader des Vaderlands, zoals hij wat pompeus heet.
Er is al veel voor de orangisten geweest de laatste tijd: de TV-serie over de 80-jarige oorlog, en de tentoonstelling in het Militair Museum van Soesterberg, waar hij vooral als lid van de adellijke stand wordt getoond.
Delft heeft zijn eigen 'toren van Pisa', niet zo scheef als die witte in Italië. Kennelijk zijn ze tijdens de bouw al correctief gaan stapelen, maar toch apart: zo lang zo scheef al!
In 1572 was er nog geen definitieve alteratie geweest: geen definitieve overgang tot de reformatie, maar katholieke kerken konden nog open blijven. Bij de Oude Kerk stond nog het grote en deftige (voor adellijke meisjes/dames) Sint Agatha-klooster. Willem van Oranje 'kreeg' (of nam) een deel van het klooster in gebruik. Rector was daar de geleerde Erasmus-vriend Cornelis Musius, die kort voor de beeldenstorm (waar dit klooster aan kon ontsnappen) nog een altaarstuk had laten schilderen, de kruisafname.
Musius is 72 op dit schilderij. Ouder is hij niet geworden, want in December 1572 werd hij weggevoerd en uiteindelijk omgebracht door of op bevel van Lumey, de bloedgraaf die graag katholieke priesters ombracht en door Oranje werd gehaat, maar niet al te openlijk, want Willem was wel tolerant, liet liefst de godsdienst buiten de politiek en het geweld, maar kon ook weer niet te openlijk de geuzen afvallen. Lumey schijnt toch min of meer verbannen te zijn. Te laat dus voor de Rector Musius in Delft.
Oranje kwam als gast in het klooster, maar er werd wel verordend dat de nonnen mochten blijven maar er verder geen nieuwe leden meer mochten worden aangenomen: het was de tolerantie een moeilijke zaak. De burgemeester weigerde te kiezen voor katholiek én Spanje, dan wel voor de opstand: hij koos wijselijk voor Delft, waar het dus moeizaam verliep.
Een maand voor hij werd vermoord, werd de 3e en laatste zoon van Willem van Oranje geboren. Er kwam een groots doopfeest met veel gasten, muziek en wijn. Daar werd door de dominee stevig tegen gepreekt en ook preek werd gedrukt en lag nu op de tentoonstelling.
Nog vele familiegeschiedenissen: tussen katholiek en protestant (en daarbinnen Luthers versus Calvinistisch) liepen de scheidingen alsmaar door.
Hieronder nog een lijkafname: van kort na 1600 en uit Italië waar Caravaggio het allemaal nog spanneder en fysieker maakt. Nu door het Vaticaan aan het Centraal Museum in Utrecht uitgeleend. Eén groot feest die tentoonstelling met Caravaggisten.
zaterdag 22 december 2018
Kerstliederen in Rheyngaerde
Sinds bijna een half jaar woon ik u in het gebouw Rheyngaerde. Het is een gebouw met ruim 100 appartementen. Je moet 50 zijn om er te komen wonen. Er is een receptie tijdens werkuren, die allerlei praktische zaken kan regelen, er zijn gezamenlijke ruimtes (fitness, biljard, koffieruimtes, ook voor de verhuur van feesten, schilder- en beeldhouwcursus, een bibliotheek-leeskamer).
Er is ook een eigen huiskoor, geleid door Martine Visser, claveciniste en tot voor kort docent aan het Utrechts Conservatorium.
Ik heb het gebouw wel eens vergeleken met zo'n clan-huis of longhouse, rumah gede, zoals we dat van de Dayaks in Kalimantan zagen: apartementen, iedere familie kookt apart en doet een aantal zaken apart. Maar er zijn ook gezamenlijke ruimtes, als ontmoetingsruimten (zoals op het kantoor de koffie- en copieermachine als ontmoetingsplek).
Voor het kerstconcert had Martine gekozen voor een grote keuze uit traditionele kerstliederen met één klassieke topper: het bekendste van de versies van het Gloria van Antonio Vivaldi. Het eerste deel in een toon lager gezet.
Er was muziek van Corelli, met de blokfluit en een spinet. Viool: barokmuziek want die hoort bij kerst.
Enkele opvallende zaken bij de liederen: het hobbelt snel tussen uitersten: de koning, Gods zoon, in een zeer arme kribbe, de nadruk op de nacht (komt ook in de analyses van Stille Nacht naar voren: Kerstmis blijft toch vooral een Germaans Midwinterfeest), en soms een snelle overgang van de geboorte naar de dood. Dat is net zoals in de geloofsbelijdenis: daar wordt het prekend leven van Jezus ook overgeslagen en gaan we na geboorte meteen naar de passie. Onze ster-tenor, oud-lid van het Groot Omroepkoor Rob Sturkenboom deed dad in een kerstlied van Schubert: Schlaf wohl du Himmelsknabe gaat als snel over in Bald wirst du gross, dann fliesst dein Blut..
Enkele leden hebben al helemaal geen affiniteit met religie, christelijk geloof, maar kerstmuziek is iets aparts: ligt lekker in het gehoor, 3/4 of 6/8, wiegende muziek.
Hieronder de sopranen, alten (niet volledig helaas!), tenoren en bassen in de juist volgorde.
Iedereen een mooie kerst en een goed 2019 toegewenst!
Er is ook een eigen huiskoor, geleid door Martine Visser, claveciniste en tot voor kort docent aan het Utrechts Conservatorium.
Ik heb het gebouw wel eens vergeleken met zo'n clan-huis of longhouse, rumah gede, zoals we dat van de Dayaks in Kalimantan zagen: apartementen, iedere familie kookt apart en doet een aantal zaken apart. Maar er zijn ook gezamenlijke ruimtes, als ontmoetingsruimten (zoals op het kantoor de koffie- en copieermachine als ontmoetingsplek).
Voor het kerstconcert had Martine gekozen voor een grote keuze uit traditionele kerstliederen met één klassieke topper: het bekendste van de versies van het Gloria van Antonio Vivaldi. Het eerste deel in een toon lager gezet.
Er was muziek van Corelli, met de blokfluit en een spinet. Viool: barokmuziek want die hoort bij kerst.
Enkele opvallende zaken bij de liederen: het hobbelt snel tussen uitersten: de koning, Gods zoon, in een zeer arme kribbe, de nadruk op de nacht (komt ook in de analyses van Stille Nacht naar voren: Kerstmis blijft toch vooral een Germaans Midwinterfeest), en soms een snelle overgang van de geboorte naar de dood. Dat is net zoals in de geloofsbelijdenis: daar wordt het prekend leven van Jezus ook overgeslagen en gaan we na geboorte meteen naar de passie. Onze ster-tenor, oud-lid van het Groot Omroepkoor Rob Sturkenboom deed dad in een kerstlied van Schubert: Schlaf wohl du Himmelsknabe gaat als snel over in Bald wirst du gross, dann fliesst dein Blut..
Enkele leden hebben al helemaal geen affiniteit met religie, christelijk geloof, maar kerstmuziek is iets aparts: ligt lekker in het gehoor, 3/4 of 6/8, wiegende muziek.
Hieronder de sopranen, alten (niet volledig helaas!), tenoren en bassen in de juist volgorde.
Iedereen een mooie kerst en een goed 2019 toegewenst!
dinsdag 18 december 2018
Goedmoedige krijgsmanstaal: Willem van Rees
Voor het project Christian-Muslim Relations, a Bibliographical History schrijf ik nog enkele artikelen over de 19e eeuw. Het laatste ging over de strijd in Banjar, het zuidelijke deel van Kalimantan, vroeger Borneo. Daar haalden de Nederlanders sinds 1840 kolen en de Duitsers waren er met kerstening van de Dajaks in het binnenland begonnen. De oude sultan stierf in 1857 en dit was gelegenheid voor familieruzie, gekonkel, waar de kolonialen profijt bij haalden door de drie belangrijkste kandidaten te verbannen en het gezag rechtstreeks over te nemen. Er kwam wel verzet, dat deels sterk religieus was geïnspireerd door eigenaardige zieners, een mengeling van traditionele religie en Moslim elementen. Probleem bij het schrijven van de bijdrage was wel dat de twee contemporaine lokale bronnen in het Maleis geschreven waren door mensen die door de Nederlanders werden betaald, voor hen streden, maar vooral hun eigen rol als bemiddelaars naar voren haalden en religieuze componenten helemaal verdoezelden.
Curieuze auteur was hier wel een oud-legerman, Willem Adriaan van Rees, die van zijn 20e tot 40e in het leger zat, toen tien jaar van alles schreef, en van zijn 50e tot zijn dood op zijn 80e lid van de Algemene Rekenkamer was.
In die tien jaar schrijverswerk heeft hij ruw geschat zo'n 1500 bladzijden gepubliceerd met veel smeuïge verhalen. Hij heeft het zelfs gebracht tot 5 bladzijden (193-7) in de Oost-Indische Spiegel van Rob Nieuwenhuys, een korte vermelding bij Beekman. Maar niets in de Oost-Indische Inkt van Alfred Birney.
Van Rees was een stevige militair en op de foto hierboven zien we de Willemskerk op het Koningsplein van Batavia (nu Gereja Immanuel). Van Rees besteedt een bladzijde aan de parade op de koninklijke verjaardag. Zal de Gouverneur-generaal in burger of militair tenue komen? Gelukkig als militair want 'het zou vreselijk zijn om als militair voor een burgerpakje te moeten salueren'.
In zijn boek Herinneringen van een Indisch officier, heeft Van Rees een aantal hoofdstukjes van zo'n 5-6 bladzijden over de 'verheffing' van de inlander. In zending en bekeringspogingen ziet hij niets, maar ook van de niet-religieuze aanpassingen ziet hij alleen maar kwade gevolgen: de aangepaste inlander doet immers niets anders dan alcohol inslaan en zelfs dansavonden met gewillige vrouwen eindigen in een van die verhalen in mannen die dronken op de vloer liggen en tot niets verder in staat.
De verhalen van de krijgers die zich eerst moed hebben ingezongen via het reciteren van heilige spreuken als la ilaha illa Allah onkwetsbaar achtten, lopen helemaal verkerd: "In Amandit trachtte hadji Lamoan een bende orang beamaäl te organiseren, doch werd met een volgeling door een nachtelijke patrouille onder Gehne afgemaakt".
Ook hier zoekt de koloniale partij steun te krijgen bij 'gematigde moslims': "Verspijck had reeds den mufti en de drie voornaamste penghoeloe’s van Martapura naar Amuntai gezonden met last door hun invloed het ratib beamal te doen ophouden als zondig en strijdig met de wet van de Profeet; en daar in de omtrek van Kaloewa een geestdrijver was opgestaan, die den profeet Mohamed geloochend, den Koran bespot en in de rivier geworpen had, en met kracht van wapenen een nieuwe godsdienst wilde invoeren (waarvan uitroeien der blanken een der hoofdleerstellingen uitmaakte), was de Islamsche bevolking verontwaardigd en geneigd aan de hooge priesters het oor te leenen…".
In een aantal scenes kom je dan beschrijvingen tegen die wel lijken op hoe de huidige Nederlanders tegen IS aankijken. Verandert er dan toch niet zo veel?
Curieuze auteur was hier wel een oud-legerman, Willem Adriaan van Rees, die van zijn 20e tot 40e in het leger zat, toen tien jaar van alles schreef, en van zijn 50e tot zijn dood op zijn 80e lid van de Algemene Rekenkamer was.
In die tien jaar schrijverswerk heeft hij ruw geschat zo'n 1500 bladzijden gepubliceerd met veel smeuïge verhalen. Hij heeft het zelfs gebracht tot 5 bladzijden (193-7) in de Oost-Indische Spiegel van Rob Nieuwenhuys, een korte vermelding bij Beekman. Maar niets in de Oost-Indische Inkt van Alfred Birney.
Van Rees was een stevige militair en op de foto hierboven zien we de Willemskerk op het Koningsplein van Batavia (nu Gereja Immanuel). Van Rees besteedt een bladzijde aan de parade op de koninklijke verjaardag. Zal de Gouverneur-generaal in burger of militair tenue komen? Gelukkig als militair want 'het zou vreselijk zijn om als militair voor een burgerpakje te moeten salueren'.
In zijn boek Herinneringen van een Indisch officier, heeft Van Rees een aantal hoofdstukjes van zo'n 5-6 bladzijden over de 'verheffing' van de inlander. In zending en bekeringspogingen ziet hij niets, maar ook van de niet-religieuze aanpassingen ziet hij alleen maar kwade gevolgen: de aangepaste inlander doet immers niets anders dan alcohol inslaan en zelfs dansavonden met gewillige vrouwen eindigen in een van die verhalen in mannen die dronken op de vloer liggen en tot niets verder in staat.
De verhalen van de krijgers die zich eerst moed hebben ingezongen via het reciteren van heilige spreuken als la ilaha illa Allah onkwetsbaar achtten, lopen helemaal verkerd: "In Amandit trachtte hadji Lamoan een bende orang beamaäl te organiseren, doch werd met een volgeling door een nachtelijke patrouille onder Gehne afgemaakt".
Ook hier zoekt de koloniale partij steun te krijgen bij 'gematigde moslims': "Verspijck had reeds den mufti en de drie voornaamste penghoeloe’s van Martapura naar Amuntai gezonden met last door hun invloed het ratib beamal te doen ophouden als zondig en strijdig met de wet van de Profeet; en daar in de omtrek van Kaloewa een geestdrijver was opgestaan, die den profeet Mohamed geloochend, den Koran bespot en in de rivier geworpen had, en met kracht van wapenen een nieuwe godsdienst wilde invoeren (waarvan uitroeien der blanken een der hoofdleerstellingen uitmaakte), was de Islamsche bevolking verontwaardigd en geneigd aan de hooge priesters het oor te leenen…".
In een aantal scenes kom je dan beschrijvingen tegen die wel lijken op hoe de huidige Nederlanders tegen IS aankijken. Verandert er dan toch niet zo veel?
maandag 3 december 2018
Op zoek naar sterke mannen? Nieuw eerbetoon aan Willibrord
Al sinds een jaar of 15 wordt de Domkerk steeds meer verbonden met Martinus van Tours. De relieken zijn verdwenen, maar toch, de naam is weer teruggehaald. De laatste tentoonstelling in het Catharijneconvent kon van die relieken niets meer tonen. Een recente tentoonstelling in de Domkerk vertelde dat er in 1519 nog was geïnvesteerd in de aankoop van een hele arm vanMartinus door drie kerken, waaronder Kleef en Utrecht. De zilveren relikwieschrijn voor Kleef was ook vervaardigd in Utrecht en bestaat daar nu nog steeds, maar die in Utrecht is verdwenen. Wel wordt er rond 11 November stevig Martinus gevierd rond de Domkerk, zoals de blog van vorig jaar laat zien.
7 November is het jaarfeest van Willibrord en daarom werd ook dit jaar een oecumenisch feest rond hem gevierd, met drie kerken prominent aanwezig: PKN, de Oud-Katholieken en de Roomsen. Eerst met een vespers in de Domkerk, daarna bij de Oud-Katholieken met een boekpresentatie.
Bij de Vespers bleek dat de Oud-Katholieken er stevig werk van hebben gemaakt. Veel was ontleend aan hun Breviarium Ecclesiasticum van 1744: hymnen, antifonen, nu wel in het Nederlands, maar nog steeds gregoriaans gezongen.
Aartsbisschop Willem Eijk deed niet mee, dus was het oecumenisch nu op plaatselijk niveau. Het bijgaande boek vertelt ook dat Eijk de jaarlijkse processie (sinds 2002 vanaf Janskerkhof en zijn beeld naar de Roomse Kathedraal) toch vooral ziet als een Rooms-Katholiek gebeuren (blz.139). Maar nu dus wel plaatselijke oecumene.
Bij de boekpresentatie in de romantisch beschilderde oude Gertrudis ging het vooral over de tegenstelling tussen Bonifacius en Willibrord, mede naar aanleiding van de film Redbad. Alex van Galen was de scenarioschrijver van die min of meer geflopte film. Het was zomer, erg heet en voetbal op TV, dus kwam er weinig volk. Ik heb de film ook niet gezien. Tussen de drie topmensen van de film, scenario-schrijver, producer en regisseur, bleek ook onenigheid te zijn. De tendens was dat Bonifacius de harde jongen was, er stevig tegenaan wilde, terwijl Willibrord wordt afgeschilderd als iemand van de lange termijn. Liever een kleine groep jongeren goed opleiden in een kloosterschool en die later via onderwijs het werk laten doen, dan meteen de koning of de politieke leiding definitief bekeren.
Sven Meeder had een mooi verhaal over Alcuin, die een heiligenleven, Vita, van Wllibrord schreef en daarin een ondersteuning van deze langzame strategie gaf. Alcuin schreef wel naar aanleiding van het debat, bijna een eeuw ná Wilibrord, over de juiste strategie voor Saksen en Avaren. Maar het kwam hem wel goed uit om zo'n langzame maar degelijke strategie te onderstrepen: 'een groeiend aantal eilandjes van geletterdheid en christendom in een zee van heidendom en analfabetisme. Langzaam zouden deze inktvlekjes in elkaar overlopen, door de overredende kracht van goede voorbeelden en solide religieuze argumenten.' (blz. 28) Of was er uiteindelijk toch ook een politieke dwang mede aanleiding voor een sterke positie van de christelijke kerk?
7 November is het jaarfeest van Willibrord en daarom werd ook dit jaar een oecumenisch feest rond hem gevierd, met drie kerken prominent aanwezig: PKN, de Oud-Katholieken en de Roomsen. Eerst met een vespers in de Domkerk, daarna bij de Oud-Katholieken met een boekpresentatie.
Bij de Vespers bleek dat de Oud-Katholieken er stevig werk van hebben gemaakt. Veel was ontleend aan hun Breviarium Ecclesiasticum van 1744: hymnen, antifonen, nu wel in het Nederlands, maar nog steeds gregoriaans gezongen.
Aartsbisschop Willem Eijk deed niet mee, dus was het oecumenisch nu op plaatselijk niveau. Het bijgaande boek vertelt ook dat Eijk de jaarlijkse processie (sinds 2002 vanaf Janskerkhof en zijn beeld naar de Roomse Kathedraal) toch vooral ziet als een Rooms-Katholiek gebeuren (blz.139). Maar nu dus wel plaatselijke oecumene.
Bij de boekpresentatie in de romantisch beschilderde oude Gertrudis ging het vooral over de tegenstelling tussen Bonifacius en Willibrord, mede naar aanleiding van de film Redbad. Alex van Galen was de scenarioschrijver van die min of meer geflopte film. Het was zomer, erg heet en voetbal op TV, dus kwam er weinig volk. Ik heb de film ook niet gezien. Tussen de drie topmensen van de film, scenario-schrijver, producer en regisseur, bleek ook onenigheid te zijn. De tendens was dat Bonifacius de harde jongen was, er stevig tegenaan wilde, terwijl Willibrord wordt afgeschilderd als iemand van de lange termijn. Liever een kleine groep jongeren goed opleiden in een kloosterschool en die later via onderwijs het werk laten doen, dan meteen de koning of de politieke leiding definitief bekeren.
Sven Meeder had een mooi verhaal over Alcuin, die een heiligenleven, Vita, van Wllibrord schreef en daarin een ondersteuning van deze langzame strategie gaf. Alcuin schreef wel naar aanleiding van het debat, bijna een eeuw ná Wilibrord, over de juiste strategie voor Saksen en Avaren. Maar het kwam hem wel goed uit om zo'n langzame maar degelijke strategie te onderstrepen: 'een groeiend aantal eilandjes van geletterdheid en christendom in een zee van heidendom en analfabetisme. Langzaam zouden deze inktvlekjes in elkaar overlopen, door de overredende kracht van goede voorbeelden en solide religieuze argumenten.' (blz. 28) Of was er uiteindelijk toch ook een politieke dwang mede aanleiding voor een sterke positie van de christelijke kerk?
zondag 2 december 2018
Bidden met allerlei bijbedoelingen
In de Bethelkerk in Den Haag, aan een zijstraat van de o zo lange Laan van Meerdervoort, staat de in 1921 gebouwde Bethelkerk. Van de kerkruimte zijn beneden wat zaaltjes afgenomen voor toiletten, koffieruimten, vergaderingen. Een sfeervolle kerkruimte
is overgebleven. Boven is een kosterwoning, wat zaaltjes voor verhuur (onder andere voor een niet zo bekende Regering van Papua in Ballingschap). Nu is sinds eind oktober boven de verblijfplaats van een Armeens gezin, 3 kinderen van ca. 12, 19, 21, die negen jaar in Nederlandzijn. Drie keer wonnen ze een rechtszaak voor asiel, maar IND ging steeds in beroep en won de laatste zaak. Nu zijn ze op de lijst van terugstuurders gekomen, maar hebben ze onderdak gevonden in Den Haag.De politie valt niet in als er een kerkdienst is, dus wordt er 7 dagen lang, 24 uur dienst gehouden.

Vrijdag 30 november gingen we vanuit het Janskoor van 17.00-18.00 een dienst houden. Met zes zangers en wat anderen waren we met 15. Veel diensten worden er gehouden met maar één of twee mensen. Maar dit estafette-bidden loopt wel door.
Marieke van Zeijlen en Thea Peereboom hadden mooie teksten en liederen uitgekozen. Ruimte (uit deHenny Vrienten mis),Wonen over, nergens thuis. De Armeniërs zagen we niet. De kinderen waren een dag later wel op het TV journaal om hun verhaal te vertellen. Ik zag nog een oud-student, nu dominee Derk Stegeman, beroepsmatig en persoonlijk zeer betrokken. Voor de Haagse binnenstadkerken zag hij dit als een mooie gelegenheid om zich eens sociaal anders te tonen. CNN, BBC, hij kreeg wel 20 verzoeken voor reportages per week,doet er maar twee, anders wordt heteen gekkenhuis.
Ik speelde piano,eerste deel van Mondscheinsonate van Beethoven tussen de vele woorden in.
Je vraagt je ook wel tot wie al die woorden en gezangen gericht worden: tot elkaar, tot God die zich hier ook niet mee kan bemoeien? En dan de keuze die deze mensen gemaakt hebben om zich in dit land te willen vestigen, omdat het politieke project van de vader spaak liep in het huidige Armenië? We gingen maar niet al te diep op die politieke keuzes in. Het kinderasiel mag zeker soepeler worden uitgevoerd, maar bij grote volksverhuizingen is ook niemand gebaat!
Vrijdag 30 november gingen we vanuit het Janskoor van 17.00-18.00 een dienst houden. Met zes zangers en wat anderen waren we met 15. Veel diensten worden er gehouden met maar één of twee mensen. Maar dit estafette-bidden loopt wel door.
Marieke van Zeijlen en Thea Peereboom hadden mooie teksten en liederen uitgekozen. Ruimte (uit deHenny Vrienten mis),Wonen over, nergens thuis. De Armeniërs zagen we niet. De kinderen waren een dag later wel op het TV journaal om hun verhaal te vertellen. Ik zag nog een oud-student, nu dominee Derk Stegeman, beroepsmatig en persoonlijk zeer betrokken. Voor de Haagse binnenstadkerken zag hij dit als een mooie gelegenheid om zich eens sociaal anders te tonen. CNN, BBC, hij kreeg wel 20 verzoeken voor reportages per week,doet er maar twee, anders wordt heteen gekkenhuis.
Ik speelde piano,eerste deel van Mondscheinsonate van Beethoven tussen de vele woorden in.
Je vraagt je ook wel tot wie al die woorden en gezangen gericht worden: tot elkaar, tot God die zich hier ook niet mee kan bemoeien? En dan de keuze die deze mensen gemaakt hebben om zich in dit land te willen vestigen, omdat het politieke project van de vader spaak liep in het huidige Armenië? We gingen maar niet al te diep op die politieke keuzes in. Het kinderasiel mag zeker soepeler worden uitgevoerd, maar bij grote volksverhuizingen is ook niemand gebaat!
donderdag 15 november 2018
Rubens in Rotterdam en Maria in de Janskerk
en Het museum Boymans van Beuningen in Rotterdam gaat zo'n zeven jaar langdicht, maar pakt nu nog even mooi uit met een tentoonstelling over de werkwijze van PP Rubens. Rubens was dé schilder van de contrareformatie. In 1585 had in Antwerpen de beeldenstorm vreselijk huisgehouden. De contrareformatie was tegen 1620 goed op stoom gekomen. Rubens (1577-1640) was goed in groot werk: de Nachtwacht is een supergroot werk van Rembrandt (1606-1669), maar Rubens deed gemakkelijk hele plafonds van 100m2 of meer. Zijn eerste grote opdracht waren werken voor het plafond van een Jezuïetenkerk in 1620. Daarna zat hij nooit zonder werk voor een atelier waar een 20-30 mensen werkten.
Rubens maakte soms getekende, maar meestal in olieverf geschilderde ontwerpen. Die konden klein zijn, maar ook wel enkele vierkante meters groot. Hij bewaarde ze zorgvuldig. Na zijn dood kwamen ze wel in de handel, maar er zijn er nog zo'n 250 van bewaard. Een zestigtal hangen nu in het Boymans van Beuningen.
De Reformatie was vanwege het 2e gebod tegen beelden en ook wel tegen schilderijen. Dat komt vanwege het gevaar van afgoderij. Wellicht ook wel gevaar van afleiding, of een opgedrongeninterpretatie. Sola scripture en zo is de Dom, Janskerk en de Protestante kerken van Utrecht kaal wit. De afbeeldingen zijn niet alleen de 'Bijbel van de armen', zij zijn ook dé interpretatie van hun tijd. Een krachtige én menselijke god komen we tegen bij Rubens, vurige heiligen, vol emoties en beweging.
Bij de besnijdenis van Jezus (boven) kijkende vrouwen angstig weg, terwijl de rabbijn toegewijd en nauwkeurig zijn werk doet en Jezus een vrolijke baby lijkt. Nicodemus is bij de graflegging van Jezus een praktisch man: een hek van de lijkwade houdt hij in de mond vast omdat hij de handen aan beide kanten nodig heeft om Jezus netjes in het graf te leggen. Jozef van Arimethea is boven ook goed bezig, terwijl de anderen door emotie te veel getroffen zijn om effectief te werken, De annuntiatie (onder) is ook een dramatisch spel met een angstige Maria eneen glorievolle Gabriël, diekomt aanvliegen.
In het museum werd een en ander nog opgeleukt door ballet van Scapino.
In de kale Janskerk is momenteel een Maria-project aan de gang. Teunis Hol maakt foto's van mensen die daar bij de kerkgangers horen en een aantal van die prachtige foto's worden opgehangen in het priesterkoor. Toch een beetje contra-reformatie inde Janskerk, eeuwen na de alteratie van 1579. De hele serie zal uit ruim 50 foto's bestaan, allemaal ter illustratie en interpretatie van de Maria-litanie.
Rubens maakte soms getekende, maar meestal in olieverf geschilderde ontwerpen. Die konden klein zijn, maar ook wel enkele vierkante meters groot. Hij bewaarde ze zorgvuldig. Na zijn dood kwamen ze wel in de handel, maar er zijn er nog zo'n 250 van bewaard. Een zestigtal hangen nu in het Boymans van Beuningen.
De Reformatie was vanwege het 2e gebod tegen beelden en ook wel tegen schilderijen. Dat komt vanwege het gevaar van afgoderij. Wellicht ook wel gevaar van afleiding, of een opgedrongeninterpretatie. Sola scripture en zo is de Dom, Janskerk en de Protestante kerken van Utrecht kaal wit. De afbeeldingen zijn niet alleen de 'Bijbel van de armen', zij zijn ook dé interpretatie van hun tijd. Een krachtige én menselijke god komen we tegen bij Rubens, vurige heiligen, vol emoties en beweging.
Bij de besnijdenis van Jezus (boven) kijkende vrouwen angstig weg, terwijl de rabbijn toegewijd en nauwkeurig zijn werk doet en Jezus een vrolijke baby lijkt. Nicodemus is bij de graflegging van Jezus een praktisch man: een hek van de lijkwade houdt hij in de mond vast omdat hij de handen aan beide kanten nodig heeft om Jezus netjes in het graf te leggen. Jozef van Arimethea is boven ook goed bezig, terwijl de anderen door emotie te veel getroffen zijn om effectief te werken, De annuntiatie (onder) is ook een dramatisch spel met een angstige Maria eneen glorievolle Gabriël, diekomt aanvliegen.
In het museum werd een en ander nog opgeleukt door ballet van Scapino.
In de kale Janskerk is momenteel een Maria-project aan de gang. Teunis Hol maakt foto's van mensen die daar bij de kerkgangers horen en een aantal van die prachtige foto's worden opgehangen in het priesterkoor. Toch een beetje contra-reformatie inde Janskerk, eeuwen na de alteratie van 1579. De hele serie zal uit ruim 50 foto's bestaan, allemaal ter illustratie en interpretatie van de Maria-litanie.
Nobelprijs literatuur voor Kader Abdolah?
Kader Abdolah heeft na het kleine pareltje, Het Gordijn, nu weer een groot episch verhaal aan zijn oeuvre toegevoegd: Het pad van de gele slippers. Het is grotendeels het verhaal van de oom, filmmaker, die ook al figureert in Het Huis van de Moskee. In een serie korte hoofdstukken komt een ik-persoon voor die papiertjes van snoepjes spaart, 5000 in totaal en daarvoor een camera krijgt en zich zo ontwikkelt tot fotograaf, later via de kunstacademie in Teheran zelfs tot cameraman en regisseur van filmen. Dit speelt zich af tegen de achtergrond van de tijd van de Sjah die werkt aan zijn kroning, en zo het pre-islamitische wereldrijk van Cyrus opnieuw op de wereldkaart wil zetten. De filmmaker heeft via een van zijn sterren een contact met linkse tegenstanders van de Sjah, maar ook een ontmoeting met zijn vrouw Farah Dibah. Uiteindelijk loopt dit uit op zijn medewerking aan de ontvoering van Farah Dibah om zo zeven linkse activisten vrij te krijgen. Maar de filmmaker wordt toch gepakt, zit tien jaar in de gevangenis tot Ayatollah Khomeini komt om de erfenis van de Sjah te vervangen voor een islamistische terreur. Alle film wordt dan verboden (al mag hij nog wel een documentaire over de Ayatollah en de Iraaks-Iraanse oorlog maken. Uiteindelijk komt hij in Nederland terecht.
De gele slippers worden door de filmmaker gemaakt voor drie vrouwen: een filmster, waar hij zijn eerste seks mee heeft, een jonge vrouw waarmee hij wil trouwen, maar die in een gearrangeerd huwelijk met een imam verdwijnt, tenslotte voor Farah Dibah tijdens de aanvankelijk geslaagde gijzelingsactie.
Het boek vermeldt de politieke en sociale omwentelingen op de achtergrond, fleurt het verhaal vooral in het begin op met djinn (een soort kabouters; hulp-engelen), fragmenten van de Koran, van Perzische dichters. Maar de Nederlandse achtergrond (hardlopen rond het Delftse Hout, Nootdorp, Pijnacker) is ook steeds wel ergens aanwezig, want daar is het verhaal uiteindelijk geschreven.
Op blz. 246 komt soera 100 in de tekst binnen. Ik neem hier mijn eigen vertaling, die het rijmschema van het Arabisch volgt:
Bij de snuivende paarden
hun vonken slaande op de aarde
bij dageraad opgejaagd
de aarde in stof vervaagd
breken zij door het kordon der zwaarden
De mens is God vergeten
en hij wil het zelf ook nog weten
hij is van bezit bezeten
Denkt hij er niet aan hoe de graven worden opengeploegd?
En ieders geweten wordt geproefd?
Hun Heer laat het die dag zeker niet afweten!
Abdolah gebruikt hier vooral de beelden van de eerste regels om de afschrikwekkende situatie van de politieke omwentelingen van zijn verhaal en vooral de aanval van Saddam Hoesein op Iran te illustreren. De aanklacht tegen de rijken van de regels 6-9 en de apocalyptische dreiging van 10-12 laat hij achterwege.
Naast de boeken over de 19e eeuwse reizen van de Sjah en de schildering van het Iran van de 20e eeuw vooral in Het Huis van de Moskee en dit nieuwe prachtige boek, schreef Abdolah over Iran wat Pramoedya Ananta Toer voor Indonesië deed: eenliterair monument van eenland over meer dan een eeuw schrijven.
Met boeken als dit heeft Abdolah een oeuvre van gelijke omvang en belang geschreven als dat van José Saramago, de Portugees die de Nobelprijs kreeg. Er is geprobeerd om dat voor Pramoedya ook zo te bereiken, maar zonder succes. Wie weet lukt het nog voor Abdolah wel, ooit.
De gele slippers worden door de filmmaker gemaakt voor drie vrouwen: een filmster, waar hij zijn eerste seks mee heeft, een jonge vrouw waarmee hij wil trouwen, maar die in een gearrangeerd huwelijk met een imam verdwijnt, tenslotte voor Farah Dibah tijdens de aanvankelijk geslaagde gijzelingsactie.
Het boek vermeldt de politieke en sociale omwentelingen op de achtergrond, fleurt het verhaal vooral in het begin op met djinn (een soort kabouters; hulp-engelen), fragmenten van de Koran, van Perzische dichters. Maar de Nederlandse achtergrond (hardlopen rond het Delftse Hout, Nootdorp, Pijnacker) is ook steeds wel ergens aanwezig, want daar is het verhaal uiteindelijk geschreven.
Op blz. 246 komt soera 100 in de tekst binnen. Ik neem hier mijn eigen vertaling, die het rijmschema van het Arabisch volgt:
Bij de snuivende paarden
hun vonken slaande op de aarde
bij dageraad opgejaagd
de aarde in stof vervaagd
breken zij door het kordon der zwaarden
De mens is God vergeten
en hij wil het zelf ook nog weten
hij is van bezit bezeten
Denkt hij er niet aan hoe de graven worden opengeploegd?
En ieders geweten wordt geproefd?
Hun Heer laat het die dag zeker niet afweten!
Abdolah gebruikt hier vooral de beelden van de eerste regels om de afschrikwekkende situatie van de politieke omwentelingen van zijn verhaal en vooral de aanval van Saddam Hoesein op Iran te illustreren. De aanklacht tegen de rijken van de regels 6-9 en de apocalyptische dreiging van 10-12 laat hij achterwege.
Naast de boeken over de 19e eeuwse reizen van de Sjah en de schildering van het Iran van de 20e eeuw vooral in Het Huis van de Moskee en dit nieuwe prachtige boek, schreef Abdolah over Iran wat Pramoedya Ananta Toer voor Indonesië deed: eenliterair monument van eenland over meer dan een eeuw schrijven.
Met boeken als dit heeft Abdolah een oeuvre van gelijke omvang en belang geschreven als dat van José Saramago, de Portugees die de Nobelprijs kreeg. Er is geprobeerd om dat voor Pramoedya ook zo te bereiken, maar zonder succes. Wie weet lukt het nog voor Abdolah wel, ooit.
woensdag 31 oktober 2018
Vijf maal Indonesië (4)
5. Flores. Hoofddoel hier was de uitreiking van de vertaling van het 3e en laatste deel van mijn geschiedenis van Katholieken in Indonesië. Daarom eerst een foto van die plechtigheid in wellicht het grootste katholieke seminarie ter wereld, Ledalero, in Flores, telt ruim 800 studenten.
Er was wel een eigenaardige achtergrond: een Griekse filosoof, soort Diogenes, die tegen een wereld van ingestorte Gothische kerken zit te kijken. Links op deze foto zit Hendrik Maku, docent Islam en 2e commentator. Rechts op de foto John Prior, oude bekend en ook docent in Ledalero die na mijn 1 uur een eerste vraag formuleerde. De hele plechtigheid duur de drie uur,te beginnen met het Indonesische volkslied, gebed, e.d. Voor de nodige accreditatie heet dit dan ook een internationaal seminar.
Bij aankomst op donderdag 26 oktober, gingen we naar het grote seminarie met bij de ingang de beelden van twee SVD heiligen: Arnold Jansen en China-missionaris Freinademetz (of iets in die richting). Daarna naar de bescheiden maar zeer scherpe vertaler Yosef Maria Florisan. De laatste is niet zo geschikt als docent,maar als schrijver en informant in kleine kring werkelijk fantastisch.
We gingen ook (weer) naar Sikka, waar de kerk van Le Cocq d'Armandville al 100 jaar stevig staat. Nu ging de aandacht ook wel naar de nieuwe kapel, de armida die op Goede Vrijdag dienst doet bij de grote en traditionele processie. In de opstelling staan hier nog het kruis uit de Portugese tijd (rond 1570! Nu in een soort lijkkist met de paarse doek er onder) naast andere oude overblijfselen die de heilige schat van Sikka uitmaken.
Het was allang van tevoren afgesproken, maar de precieze invulling kwam pas daags er voor. Op vrijdagmiddag 27 oktober hield ik ook een 'internationale lezing' bij de lerarenopleding (IKIP) van de Muhammadiyah in Maumere. Ik maakte maar een selfie van tweemaal mezelf, zowel op de banner als in het echt.
Om de hals het kleine doek wat je overal in Zuidoost Indonesië bij aankomst aangeboden krijgt: een ikat-doek.
Er was ook nog tijd aan (alweer) een bedevaartsoord: Nila, zo'n 10 km ten zuiden van Maumere met een 18 meter hoge Maria op een gebouw van zo'n 10 meter hoog. Afijn we begonnen bij een 130meter hoge Wishnu, dus dit is een mooie afsluiting.
Vanuit Nila hadden we een prachtig uitzicht op de baai van Maumere. Stevige wind en hoog, dus koel. Mooi bedacht als plek voor zoiets. Maar de bisschop wilde niet inwijden.Hij was niet gekend in de bouw. Dus maar door de hoogste politicus van het gebied en gezegend door de hulpbisschop.
Zondag 28 hadden wij een bijzondere ervaring: mis in de gevangenis van Maumere, waar John Prior wekelijks de mis celebreert voor zo'n 150 gevangenen. Een van hen (een jongen die op 17 jarige leeftijd lange tijd een relatie had met een meisje van16, haar zwanger maakte en daarvoor 10 jaar 'kreeg'), schilderde een laatste avondmaal achter het altaar. De idee voor deze afbeelding: de open deur als teken van iemand/iedereen mag binnen komen, de heel verschillende gevoelens van de deelnemers (van opstandig tot meelevend) zijn gekomen na het bekijken van zoiets in een Amerikaanse gevangenis. Er was een levendig koor van zo'n 20 gevangenen met een fantastische organist, die heel jazzy speelde. Ook hij een gevangene. Op het einde van de mis vroeg John Prior me om iets te zingen, waarop ik een Salve Regina zong.
En zo wamen we op maandagmorgen 29 oktober weer terug op Schiphol. Helemaal groggy van de lange reis in de vliegtuigen (19 uur vliegen vanaf Maumere en wat rondhangen in Bali en Singapore) maar wel heel blij met de zoon, schoondochter en kleinkinderen die op Schiphol waren.
Er was wel een eigenaardige achtergrond: een Griekse filosoof, soort Diogenes, die tegen een wereld van ingestorte Gothische kerken zit te kijken. Links op deze foto zit Hendrik Maku, docent Islam en 2e commentator. Rechts op de foto John Prior, oude bekend en ook docent in Ledalero die na mijn 1 uur een eerste vraag formuleerde. De hele plechtigheid duur de drie uur,te beginnen met het Indonesische volkslied, gebed, e.d. Voor de nodige accreditatie heet dit dan ook een internationaal seminar.
Bij aankomst op donderdag 26 oktober, gingen we naar het grote seminarie met bij de ingang de beelden van twee SVD heiligen: Arnold Jansen en China-missionaris Freinademetz (of iets in die richting). Daarna naar de bescheiden maar zeer scherpe vertaler Yosef Maria Florisan. De laatste is niet zo geschikt als docent,maar als schrijver en informant in kleine kring werkelijk fantastisch.
We gingen ook (weer) naar Sikka, waar de kerk van Le Cocq d'Armandville al 100 jaar stevig staat. Nu ging de aandacht ook wel naar de nieuwe kapel, de armida die op Goede Vrijdag dienst doet bij de grote en traditionele processie. In de opstelling staan hier nog het kruis uit de Portugese tijd (rond 1570! Nu in een soort lijkkist met de paarse doek er onder) naast andere oude overblijfselen die de heilige schat van Sikka uitmaken.
Het was allang van tevoren afgesproken, maar de precieze invulling kwam pas daags er voor. Op vrijdagmiddag 27 oktober hield ik ook een 'internationale lezing' bij de lerarenopleding (IKIP) van de Muhammadiyah in Maumere. Ik maakte maar een selfie van tweemaal mezelf, zowel op de banner als in het echt.
Om de hals het kleine doek wat je overal in Zuidoost Indonesië bij aankomst aangeboden krijgt: een ikat-doek.
Er was ook nog tijd aan (alweer) een bedevaartsoord: Nila, zo'n 10 km ten zuiden van Maumere met een 18 meter hoge Maria op een gebouw van zo'n 10 meter hoog. Afijn we begonnen bij een 130meter hoge Wishnu, dus dit is een mooie afsluiting.
Vanuit Nila hadden we een prachtig uitzicht op de baai van Maumere. Stevige wind en hoog, dus koel. Mooi bedacht als plek voor zoiets. Maar de bisschop wilde niet inwijden.Hij was niet gekend in de bouw. Dus maar door de hoogste politicus van het gebied en gezegend door de hulpbisschop.
Zondag 28 hadden wij een bijzondere ervaring: mis in de gevangenis van Maumere, waar John Prior wekelijks de mis celebreert voor zo'n 150 gevangenen. Een van hen (een jongen die op 17 jarige leeftijd lange tijd een relatie had met een meisje van16, haar zwanger maakte en daarvoor 10 jaar 'kreeg'), schilderde een laatste avondmaal achter het altaar. De idee voor deze afbeelding: de open deur als teken van iemand/iedereen mag binnen komen, de heel verschillende gevoelens van de deelnemers (van opstandig tot meelevend) zijn gekomen na het bekijken van zoiets in een Amerikaanse gevangenis. Er was een levendig koor van zo'n 20 gevangenen met een fantastische organist, die heel jazzy speelde. Ook hij een gevangene. Op het einde van de mis vroeg John Prior me om iets te zingen, waarop ik een Salve Regina zong.
En zo wamen we op maandagmorgen 29 oktober weer terug op Schiphol. Helemaal groggy van de lange reis in de vliegtuigen (19 uur vliegen vanaf Maumere en wat rondhangen in Bali en Singapore) maar wel heel blij met de zoon, schoondochter en kleinkinderen die op Schiphol waren.
Vijf maal Indonesië (3)
4. Sumba. Ons vierde eiland tijdens de reis in Indonesië, 7-29 Oktober 2018, was Sumba. We waren er nog nooit geweest en wilden alleen een kleine indruk hebben en vooral traditionele dorpen zien. Dominee Herlina Kenya was ons door Elga Sarapung gesuggereerd als contactpersoon. Zij was geweldig: ging steeds met ons mee en introduceerde ons bij twee hoofden van traditionele dorpen, Prailiu (waar we een langgesprek hadden met de nog jonge radja, vice-voorzitter van de sinds enkele jaren ook door de staat erkende Raad voor Traditionele Marapu-religie) en Rende, juist ten oosten van Melolo. In Renda staan de grootste pronkstenen, een soort hunebedden waarin belangrijke figuren begraven liggen. Enkele dagen na ons bezoek aan Renda zouden er viermensen begraven worden. De oudste was tien jaar geleden overleden. Anderen tee of een jaar geleden. Het waren drie mannen, een vrouw. Ze waren in hun eigen familiehuis opgebaard in foetushouding, in een stevige zak. Een maand geleden waren ze in het adathuis opgebaard, waar bij hen gewaakt werd (dat wil zeggen: op matjes lagen mensen te slapen, roken, kletsen). Er stonden vier paarden die ook bij de begrafenis moesten zijn. De nacht voor de eigenlijk begrafenis zouden kenners van de oude mythen de zangen in de rituele taal gaan brengen, waarna de rituelen verder voortgang zouden vinden.
In de oude dorpen staat een boom waar vroeger de hoofden van het koppensnellen werden opgehangen. Nu zo te zien vooral botten van andere geofferde dieren. Onder een gesprek met de radja van Prailiu. Herlina had later nog een heel kritisch verhaal over de standenmaatschappij in Sumba, waar de laagste stand vrijwel nog slaaf of onvrije is: ook in haar kerk waren er geen dominees of ouderlingen uit deze kaste omdat onderwijs daarvoor 'onnodig' is. Zij steunde een vrouwengroep die gezamenlijk weefde en daarbij maatschappelijke zaken in bracht. Bij de radja hebben we geprobeerd sirih-pinang te gebruiken. Dat valt niet want je moet het speeksel lang in je mond houden en het daarna uitspuwen. Dat mislukte dus.
In Rende stonden geen lange banken en moesten we dus op de grond blijven zitten.
Hierboven: de kolossale graven staan midden in het dorp, omgeven door familiewoningen. Midden: een van de families was tot de Bethelkerk overgegaan, maar wel in het dorp blijven wonen. Hij had aan zijn huis een betuiging van medeleven opgehangen voor de dood van de belangrijkste dode, Umbu Turupaita (vroeger Bupati van Waingapu en radja van het dorp Rende). We hebben het kleine Bethelkerkje vlak bij ook bezocht. De grenzen tussen traditionele Marapu-religie en christendom worden soms wat open en vaag gehouden. Onderaan de vier opgebaarde lijken. Vooral twee punten vielen op tijdens deze bezoeken: de fierheid en vreugde om het feit dat de traditionele Marapu als spirituele beweging erkend is, zodat de mensen op hun identiteitsbewijs niet meer een van de grote 6 hoeven in te vullen; dan ook nog de waardering voor de rituele taal, de schoonheid van hun eigen traditie, maar ook de erkenning dat de kennis er van zwak is geworden. Velen verstaan maar een fractie van de heilige rituele teksten (als je een woord fout uitspreekt moet het wel weer allemaal opnieuw gezegd worden) en het besef dat er geen geschreven of gedrukte teksten bestaan, alles dus inde kwetsbare herinnering van een steeds kleiner wordende groep.
Herlina liet mij ook een interview geven op een idealistische radiozender, Max 96 en een college in de serie godsdienstlessen op de christelijke universiteit.
In de oude dorpen staat een boom waar vroeger de hoofden van het koppensnellen werden opgehangen. Nu zo te zien vooral botten van andere geofferde dieren. Onder een gesprek met de radja van Prailiu. Herlina had later nog een heel kritisch verhaal over de standenmaatschappij in Sumba, waar de laagste stand vrijwel nog slaaf of onvrije is: ook in haar kerk waren er geen dominees of ouderlingen uit deze kaste omdat onderwijs daarvoor 'onnodig' is. Zij steunde een vrouwengroep die gezamenlijk weefde en daarbij maatschappelijke zaken in bracht. Bij de radja hebben we geprobeerd sirih-pinang te gebruiken. Dat valt niet want je moet het speeksel lang in je mond houden en het daarna uitspuwen. Dat mislukte dus.
In Rende stonden geen lange banken en moesten we dus op de grond blijven zitten.
Hierboven: de kolossale graven staan midden in het dorp, omgeven door familiewoningen. Midden: een van de families was tot de Bethelkerk overgegaan, maar wel in het dorp blijven wonen. Hij had aan zijn huis een betuiging van medeleven opgehangen voor de dood van de belangrijkste dode, Umbu Turupaita (vroeger Bupati van Waingapu en radja van het dorp Rende). We hebben het kleine Bethelkerkje vlak bij ook bezocht. De grenzen tussen traditionele Marapu-religie en christendom worden soms wat open en vaag gehouden. Onderaan de vier opgebaarde lijken. Vooral twee punten vielen op tijdens deze bezoeken: de fierheid en vreugde om het feit dat de traditionele Marapu als spirituele beweging erkend is, zodat de mensen op hun identiteitsbewijs niet meer een van de grote 6 hoeven in te vullen; dan ook nog de waardering voor de rituele taal, de schoonheid van hun eigen traditie, maar ook de erkenning dat de kennis er van zwak is geworden. Velen verstaan maar een fractie van de heilige rituele teksten (als je een woord fout uitspreekt moet het wel weer allemaal opnieuw gezegd worden) en het besef dat er geen geschreven of gedrukte teksten bestaan, alles dus inde kwetsbare herinnering van een steeds kleiner wordende groep.
Herlina liet mij ook een interview geven op een idealistische radiozender, Max 96 en een college in de serie godsdienstlessen op de christelijke universiteit.
Vijf maal Indonesië (2)
3. Kupang. Op onze recente reis was Kupang de 3e stop. We kwamen er voor twee 'internationale conferenties: de 19e bij de Protestantse Universitas Kristen Artha Wacana, de 20e bij de Universitas Katolik Widya Mandira (=UNWIRA), op de 20e. Om de kosten te drukken )alleen binnenlandse vlichten, want de paar buitenlanders worden geacht hun vliegkosten tot Indonesië zelf te betalen.
Wij gingen eerst een dag naar de grot van Bitauni, waarover Nico Schulte Nordholt in mijn Festschrift heeft geschreven en ik zelf ook wel in het 2e deel, 164-5 van Catholics in Indonesia. We zagen vlakbij een prachtige en grte middelbare landbouwschool, 500 leerlingen, waarvan veel in internaat, jongens en meisjes. Twee zeer realistische en praktische zusters regelen dat internaat. Ze woonden zelf ineen zeer eenvoudig en klein huis op het grote complex.
De grot was tegen de top van een heuvel van zo'n 30 mater hoog, met een grootse brede trap er naar toe. Paule haalde het niet vanwege de hele grote stappen die je moest nemen zonder een enkele leuning. Binnen in de grot was het eerlijk gezegd eigenlijk een rotzooitje vanwege de grote aantallen vogels, niet alleen vleermuizen in de donkere delen, maar ook mooi kleine gewone vogels. De ingang is laag maar na een meter of tien wordt de grot hoger, wel een meter of 8-10. Aan de linkerkant zijn er twee openingen waardoor licht naar binnen kan komen. Er is ooit geprobeerd om die via gaas dicht te maken en zo de vogels weg te krijgen, omdat nu de paar banken en een soort altaar waarop de kaarsen kunnen branden onder de vogelpoep zitten. De banken beneden zijn ook zeer simpel. Alles bijeen een nogal pover uitziende bedevaartplaats. Er was wel een kerk bij gebouwd, kort geleden pas ingewijd. De eerste foto hieronder is van bovenaf de trap genomen en laat zien hoe eenvoudig de bankjes hier zijn.


Dit heiligdom staat in groot contrast met de veel luxer gebouwde en in december 2013 geopende bedevaartplaats vlak bij Kupang in Oebelo. (Ik schreef er toen over de blog Relindonesia.blogspot). Ik liet me vertellen dat Mgr. Petrus Turang, afkomstig uit Menado er wel veel geld inheeft gestoken. E wonen in nieuwe huisjes een groot aantal mensen uit Timor Leste vlak bij het heiligdom. Bij hetin brand steken van landbouwgrond onder aan de helling van het centrale kerkgebouw is een paviljoen afgebrand. Niet met opzet gebeurd en er werd veel materiaal aangevoerd om het allemaal toch weer mooier op te gaan bouwen.
Hieronder allereerst een overzicht van het grootse complex, de Taman Doa, gebedstuin. Dan de afgebrande kapel/paviljoen en de hoofdkapel.
Paule is niet zo van 'Het Rijke Roomse Leven' maar verzuchtte toch bij het zien van dit mooie en goed verzorgde geheel: 'dat zijn we in Nederland dus helemaal kwijt geraakt'. Nou ja, kapelaan Roderick laat er nog restanten van zien aar weg is het wel.
We maakten van ons hotel een wandeling naar het Museum NTT. Die wandeling was een aparte ervaring: langs de groots aangelegde zeer brede weg die heel veel regeringsgebouwen heeft. Maar helemaal niet is ingericht op voetgangers. Soms een stukje trottoir dan weer niets. Timor is sterk verdeeld in kleinere gebieden met eigen traditionele heersers, vaak ook eigen taal of dialect. Van echte oude traditionele dorpen hebben we hier weinig gezien deze keer. In het bekende Boti waren we in 1997 al geweest.
Het museum had een leuke collectie. Van de oude cultuur vooral veel ikat doeken en kleden. Er waren drie gidsen die zeer enthousiast over de zaken konden vertellen en dat om beurten deden. Alleen om die rondleiding was het een mooie belevenis.
Over de twee conferenties schrijf ik op Relindonesia.. In het algemeen: de Protestantse van Fredrik Doeka was een leerschool in dialoog met andere religies, vooral de lokale traditionele. Bij Philipus Tule en de katholieken ging het vooral om het zoeken naar verbinding tussen West en Oost Timor
Wij gingen eerst een dag naar de grot van Bitauni, waarover Nico Schulte Nordholt in mijn Festschrift heeft geschreven en ik zelf ook wel in het 2e deel, 164-5 van Catholics in Indonesia. We zagen vlakbij een prachtige en grte middelbare landbouwschool, 500 leerlingen, waarvan veel in internaat, jongens en meisjes. Twee zeer realistische en praktische zusters regelen dat internaat. Ze woonden zelf ineen zeer eenvoudig en klein huis op het grote complex.
De grot was tegen de top van een heuvel van zo'n 30 mater hoog, met een grootse brede trap er naar toe. Paule haalde het niet vanwege de hele grote stappen die je moest nemen zonder een enkele leuning. Binnen in de grot was het eerlijk gezegd eigenlijk een rotzooitje vanwege de grote aantallen vogels, niet alleen vleermuizen in de donkere delen, maar ook mooi kleine gewone vogels. De ingang is laag maar na een meter of tien wordt de grot hoger, wel een meter of 8-10. Aan de linkerkant zijn er twee openingen waardoor licht naar binnen kan komen. Er is ooit geprobeerd om die via gaas dicht te maken en zo de vogels weg te krijgen, omdat nu de paar banken en een soort altaar waarop de kaarsen kunnen branden onder de vogelpoep zitten. De banken beneden zijn ook zeer simpel. Alles bijeen een nogal pover uitziende bedevaartplaats. Er was wel een kerk bij gebouwd, kort geleden pas ingewijd. De eerste foto hieronder is van bovenaf de trap genomen en laat zien hoe eenvoudig de bankjes hier zijn.
Dit heiligdom staat in groot contrast met de veel luxer gebouwde en in december 2013 geopende bedevaartplaats vlak bij Kupang in Oebelo. (Ik schreef er toen over de blog Relindonesia.blogspot). Ik liet me vertellen dat Mgr. Petrus Turang, afkomstig uit Menado er wel veel geld inheeft gestoken. E wonen in nieuwe huisjes een groot aantal mensen uit Timor Leste vlak bij het heiligdom. Bij hetin brand steken van landbouwgrond onder aan de helling van het centrale kerkgebouw is een paviljoen afgebrand. Niet met opzet gebeurd en er werd veel materiaal aangevoerd om het allemaal toch weer mooier op te gaan bouwen.
Hieronder allereerst een overzicht van het grootse complex, de Taman Doa, gebedstuin. Dan de afgebrande kapel/paviljoen en de hoofdkapel.
Paule is niet zo van 'Het Rijke Roomse Leven' maar verzuchtte toch bij het zien van dit mooie en goed verzorgde geheel: 'dat zijn we in Nederland dus helemaal kwijt geraakt'. Nou ja, kapelaan Roderick laat er nog restanten van zien aar weg is het wel.
We maakten van ons hotel een wandeling naar het Museum NTT. Die wandeling was een aparte ervaring: langs de groots aangelegde zeer brede weg die heel veel regeringsgebouwen heeft. Maar helemaal niet is ingericht op voetgangers. Soms een stukje trottoir dan weer niets. Timor is sterk verdeeld in kleinere gebieden met eigen traditionele heersers, vaak ook eigen taal of dialect. Van echte oude traditionele dorpen hebben we hier weinig gezien deze keer. In het bekende Boti waren we in 1997 al geweest.
Het museum had een leuke collectie. Van de oude cultuur vooral veel ikat doeken en kleden. Er waren drie gidsen die zeer enthousiast over de zaken konden vertellen en dat om beurten deden. Alleen om die rondleiding was het een mooie belevenis.
Over de twee conferenties schrijf ik op Relindonesia.. In het algemeen: de Protestantse van Fredrik Doeka was een leerschool in dialoog met andere religies, vooral de lokale traditionele. Bij Philipus Tule en de katholieken ging het vooral om het zoeken naar verbinding tussen West en Oost Timor
Abonneren op:
Reacties (Atom)











