maandag 23 november 2020

Op naar Kerstmis 2020

Bij de Janskerk van Utrecht wordt de dienst van zondagmorgen voorbereid door een kleine groep. Hier mijn huiswerk voor 6 december aanstaande.

Het verhaal van Gabriel’s boodschap aan Maria vinden we in twee parallel-tradities in de Koran: de vroege soera 19 en de latere soera 3. Maria reageert geschokt op de boodschap van de engel dat zij een zoontje zal krijgen: Geen mens heeft mij aangeraakt en ik ben geen zondaar. Maar God heeft besloten. Zij wordt zwanger en vlucht naar een eenzame plaats waar zij het kind baart. Zij klaagt over haar lot in de woestijn, waar ineens een beekje verschijnt en een dadelpalm die vrucht draagt. Een engel troost haar en zegt: als je een mens ziet, zeg dan: ik heb een gelofte aan  de Erbarmer, spreek met niemand vandaag. Dit lijkt op het spreekverbod dat Zacharias ook heeft gekregen na de aankondiging van zijn zoon Johannes. Maria gaat naar haar familie toe met het kind en krijgt verwijten: Hé, Maria, je hebt iets vreselijks gedaan. Maria zwijgt, maar de baby Jezus neemt het woord en komt meteen programmatische aankondiging, alsof hij een nieuw profeetschap aankondigt. Ik dacht nu even aan Joe Biden die zijn presidentschap accepteerde: 30. Hij zei: ‘Ik ben Gods dienaar. Hij heeft mij het boek gegeven; mij tot profeet gemaakt. 31. Hij heeft mij tot zegen gemaakt waar ik ook ben, en heeft mij geboden het gebed en vrijgevigheid,    mijn leven lang. 32. En liefdevol te zijn jegens mijn moeder en geen opstandig geweldenaar. 33. Vrede zij met mij op de dag dat ik geboren werd, op de dag dat ik sterf, en op de dag dat ik weer tot leven ontwaak.

De wonderlijke geboorte van Jezus wordt vergeleken met die van Adam: God sprak een scheppend woord: kun fa yakun: “wees er” en hij was er. Hierop volgt dan in beide soera’s ook een correctie, waarbij wij hier soera 19 weer volgen: 88. En zij zeggen: ‘De Erbarmer heeft zich een kind gemaakt.’ 89. Jullie hebben echt iets afgrijselijks begaan. 90. Bijna zou de hemel ervan barsten, de aarde splijt open, het gebergte valt uit elkaar. 91. dat zij de Erbarmer een kind hebben verschaft. 92. Het past niet bij de Erbarmer dat Hij zich een kind maakt. 93. Ieder die in de hemelen en de aarde is, komt tot de Erbarmer slechts als dienaar. 94. Hij heeft hen opgesomd en geteld, betrouwbaar. 95. Ieder van hen komt tot Hem op de opstandingsdag, eenzaam. 96. Zij die geloven en de goede daden doen, voor hen heeft de Erbarmer liefde beschikbaar. 

Het is duidelijk dat deze teksten een narratieve uitbreiding geven van de Jezusgeboorte volgens Matteus en Lukas. De schrik van de ongewenste zwangerschap wordt nog benadrukt, dat is dus de me-too versie van het verhaal, zoals wij het nu kunnen lezen. Ook het concilie van Efese van 431 waar Maria werd uitgeroepen tot Moeder Gods, Teotokos, wordt als een foutieve ontwikkeling gecorrigeerd. Wij kunnen ons nu natuurlijk ook afvragen wat we met die maagdelijke geboorte aanmoeten, in ieder geval als fysieke gebeurtenis. Die prachtige tekst van het Te Deum wordt volgens mij steeds weer ontluisterd door die rare lofprijzing van Jezus als Zoon Gods, qui non horruisti virginis uterum: Jezus, die daar negen maanden in de baarmoeder heeft moeten wachten, duister, niet meteen een plek om te wachten tot het kan beginnen. In de algemene islamitische opvatting heeft die zwangerschap trouwens niet zo lang geduurd, maar slechts enkele uren. Maria ging de woestijn in, kreeg het kind bij de palmboom en de beek en ging naar de familie toe.

Onze cyclus in de Janskerk heet Hoop en vertrouwen. Voor deze zondag is als thema begenadigd zijn gekozen. Daarover zijn bijbel en koran het wel eens: dat Maria in eerste reactie echt niet dacht aan hoop, vertrouwen, begenadigd zijn, maar dat er afwijzende reactie kwam. Een verkrachtingsverhaal, zo lijkt zij het aanvankelijk te hebben gezien. Tenminste zo kunnen wij het nu ook lezen. De engel Gabriël kan er op de afbeeldingen nog zo mooi uitzien, hij of zij (? Engelen zijn dus wel gender-neutraal!) heeft enige overredingskracht nodig en wat tijd. Maria geeft toe: ‘Nou vooruit dan maar’, ‘de Heer wil ik dienen: laat er met mij gebeuren wat u hebt gezegd’ klinkt het een beetje zuinig in Lukas. In soera 19 wordt kortweg door Gabriël gesteld dat het al door God besloten is. Soera 3:43 roept Maria op om dienstbaar te zijn en zich vooral bij de buigingen en knielen van de biddenden aan te sluiten.

Voor het thema vertrouwen herlas  ik laatst een mooi werk van Shafaatun al-Mirzanah, Indonesische studente, gepromoveerd op een vergelijking van de godsbeelden van de Spaans-Arabische Ibn ‘Arabi en de denker van het Rijnland, Meester Eckhart. Zij concentreerde zich op wat Eckhart Gelâzenheit noemt, gelatenheid. Het heeft iets passiefs in zich: gelaten de zaken van het leven over je laten komen. Afwezigheid van spanning, overbelasting, stress, door het leven aan God of het lot toe te vertrouwen. Maar dat is de ‘koude kant’. Er is ook toewending, actief vertrouwen, verlaten van je eigen perspectief en overgave aan het grotere goddelijke plan. In de visie van Shafaatun kan zij de ‘gelatenheid’ ook als Islam lezen. Islam wordt wel vertaald met onderworpenheid aan Gods wil, maar dat is de ‘koude lezing’. In de ‘warme lezing’ wordt het toevertrouwen, zelfs éénwording met God onder andere uitgedrukt in dat gezegde van Ibn ‘Arabi: ‘wie zichzelf kent, kent zijn Heer’. Door je zelf als beeld Gods te zien, kom je tot inzicht in hoe en wie God is. Dit lijkt een beetje op die boude uitspraak van Harry Kluitert op ‘alles wat over God wordt gezegd van de mens komt’.  Het is in feite ook de gerechtvaardigde omdraaiing dat de mens beeld van God is. Dan is God als beeld dus ook bij de mens te vinden. In Maria als tweede figuur in ons Christendom vinden we in haar woord van toestemmingen vertrouwen een begenadigd beeld. Op weg naar het Christuskind van Kerstmis!



 Jozef hoort er in de islamitische traditie nog veel minder bij dan in het christendom. In de Koran wordt hij helemaal niet genoemd, in de commentaren toch een enkele keer en zo ook in afbeeldingen. Zoiets als dat Maria vrij is van erfzonde hoeft bij moslims niet, want evenmin als bij Joden is erg een erfzonde-gedachte aan het Adam verhaal verbonden. Dat Maria in de hemel zou zijn, lichamelijk en wel, komt daar dus ook niet voor.Als kind vond ik dat trouwens erg zielig voor Maria: zij alleen als mens in die kolossaal grote feestzaal die de hemel is, ook wel saai en eenzaam. Joop Smit bezwoer ons bijde voorbereidingsdiscussie om het bijbelverhaal als een mooie tekst tekst te nemen, meer niet. Maar ja, eenmaal met die verhalen opgevoed van maagd vóór, tijdens en na de bevalling, kan ik daar moeilijk aan ontkomen.Misschien helpen de afbeeldingen hier nog sterker dan het geschreven verhaal.

maandag 26 oktober 2020

De verdediging van Utrecht

Zondag 25 November 2020 begon met een sobere dienst in de Janskerk: op grote afstand van elkaar mochten er 30 mensen in. Geen echte viering met brood en wijn, maar we kregen een papieren schaaltje met een stukje matze en een druif: minimalistisch symbool van een symbool. Maar we leven nu in een minimalistische tijd!

In het Centraal Museum van Utrecht zagen we die zondag een mooie tentoonstelling over de verdedigingswerken van Utrecht. Het begon in de Romeinse tijd met een eenvoudig fort, waar rond 200 al een tufstenen muur werd gebouwd. In 1125 kreeg Utrecht stadsrechten en werd aan een veel groter muur van zo'n 5 km gewerkt. In 1345 kon die nieuwe muur een groot leger van de Graaf van Holland zelfs tegen houden. Heel wat momenten uit de Utrechtse geschiedenis zijn aan die muur verbonden. 1577 is wel een zeer gedenkwaardig moment: als het Spaanse garnizoen vertrekt en de bevolking, geleid door vrouwen de vesting Vredenburg afbreekt (die Karel V vanaf 1528 had laten bouwen.

 

Hier zijn ze dus de vrouwen die muren afbreken: bovenaan Paule tussen de wapens en vanwege de corona-tijd ook in het museum nu met zo'n komd-masker. Trijn van Leemput heet ze, de vrouw die leiding gaf aan het afbreken van Vredenburg. 

Saftleven is de tekenaar en schilder die vooral bekend is van zijn afbeeldingen van de vestingwerken. Na 1800 zijn ze afgebroken (alle 50 torens die tussen de muren stonden ook!) Er was nog een bijzonder schilderij elders in het museum: de Domtoren is boos omdat hij/zij zo ver van het restant van de kerk afstaat en zoekt toenadering tot het schip van de kerk. Een groot imposant werk.

Huis van Vrede in Utrecht, Kanaleneiland

In de Utrechtse wijk Kanaleneiland is enige tijd geleden de bibliotheek verhuisd. In het oude gebouw kon een wijkcentrum komen, dat de naam kreeg Huis van Vrede. De eerste gedachte is dan ook wel aan salam of sjalom. Maar de sociaal werker is ook een pastoraal werker, aan de bevindelijke of evangelikale kant, zodat er op zondag kerkdiensten worden gehouden. Er zijn meerdere asielzoekers uit Iran actief, die in het proces van de tocht naar het westen stevig christelijk zijn geworden. Het 'kerkmeubilair' ziet er uit als een allegaartje van krijgers, ket oude kerkbanken, links een liturgisch of zeker muzikaal centrum met de piano/synthesizer en de microfoons.

Sinds afgelopen maart is er een speciaal project: een stevige betonnen bank, vredesbank, die uiteindelijk vlak bij ons huis langs het Amsterdam-Rijn kanaal gezet moet worden. Een zestal personen, deels uit de wijken in de buurt, deels asielzoekers, heeft aan de bank gewerkt. Een Syrische kunstenaar heeft het ontwerp gemaakt. Aan de ene kant (de voorkant van de leuning) is een serie gebedshuizen neergezet: van links af de Matteuskerk van Oog in Al, de domtoren, de Ulu moskee en zo nog wat.

De achterkant laat allerlei soort mensen dansen: natuurlijk de derwisj dans van de soefi's, maar ook gewone ontspannen dansen en ballet. 

Er is een Perzisch restaurant in het gebouw (nu vanwege corona alleen afhalen) en een naai-hoek waar 8 machines staan en dames aan mondkapjes werken, tassen, ook wel op bestelling verstelwerkzaamheden doen. De asielzoekers uit de wijk Oog in Al met hun AZC en de vaak allochtone van Kanaleneiland vormen, samen met autochtone bewoners een aardige mix.

woensdag 21 oktober 2020

Corpus Christi: een ongewone 'pastor' in Polen

 De morgen na ons bezoek aan Catharijneconvent gingen we naar een mogelijk nog wat heftiger religieus kunstwerk: de Poolse film Corpus Christi over een jonge misdadiger, die in de gevangenis stevig wordt gepest en mishandeld door medegevangen, een goede relatie met de gevangenispastor onderhoudt. hij wordt voorwaardelijk vrijgelaten en moet van de staf maar in een houtzagerij gaan werken. Dat doet hij niet maar gaat zo wat kletsen in een nabijgelegen dorp. Hij maakt de huishoudster van de priester wijs dat hij een pastor is die even onderdak nodig heeft. De pastoor moet weg (even, voor ziekenhuiszaken). De jonge man, Thomasz, werpt zich op als een bezield en inspirerende pastor. Hij komt terecht in een probleem van een auto-ongeluk waarbij zeven doden waren. Een dode man wordt aangezien voor schuldige en krijgt geen begrafenis in gewijde grond. We zien een aantal mooie toespraken en plechtigheden van Thomasz, die er ook nog in slaagt om de begrafenis te regelen.



In de eerste gesprekken met de pastoor, die er aan het begin nog even is, komt de slappe sfeer van seminaries naar voren: studenten willen 's nachts nogal eens bij een vriendin verblijven. De pastoor komt terug. Uiteindelijk wordt Thomasz dan ontmaskerd door de gevangenispastor. Thomasz wil niet mee naar de bisschop, maar toont zich aan de parochie in zijn gewone postuur: getaand lichaam met tatoes. Hij gaat terug naar de gevangenis waar hij in een groot gevecht komt met de leider van de criminelen daar en hevig bebloed raakt, waarna de film, toch ietwat raar, eindigt. Vooral het middendeel, waar de priester eerlijk over levenservaringen en gevoelens spreekt is sterk: tegen hebzicht, zoveel mogelijk willen hebben, voor aandacvht voor mensen om je heen. Klacht over de strakke kerkelijke organisatie in Polen en onderdanigheid aan politieke leiders.

zondag 18 oktober 2020

Body Language in het Catharijneconvent: visuele heftigheid

 De titel van de nieuwe tentoonstelling in het Catharijneconvent, museum voor kerkelijk/religieuze kunst in Utrecht klinkt neutraal Body Language: Het lichaam in de middeleeuwse kunst. Het gaat over de late Middeleeuwen, 1300-1500 en alleen eigenlijk over de religieuze kunst. Veel bloed van Christus en martelaren, moedermelk van Maria. Religieuze christelijke symbolen kunnen in de beeld- en schilderkunst nog weer veel intenser doorkomen dan in teksten.

De lijdende Christus hier uitgebeeld als staande in een wijnpers. Hij bloedt vreselijk, en vooral stroomt er uit zijn zijde bloed. Dat wordt dan snel omgezet naar de wijn van de mis waar zijn bloed gedronken wordt. Allemaal stevig realistisch uitgebeeld.

Dit is de Heilige Ontcommer, een christen vrouw die tegen wil met een ongelovige moest trouwen. Zij bad de avond voor het huwelijk om een uitweg en werd de volgende morgen met een grote baard wakker. Huwelijk ging niet door. Zijn wordt vereerd voor mensen met liefdesverdriet of een ongelukkig huwelijk.

Van de 13e eeuwse porno-roman over seks met nonnen, de Roman de la Rose, lag er een bladzijde te zien: veel tekst en onderaan kleine afbeeldingen van nauwelijks 3 cm hoog. Maar ze werden heel erg uitvergroot ook in de tentoonstelling getoond: enorme penissen. Ook in die Middeleeuwen waren er dus al fantasieën als de Religieuse van Diderot.

Boven staat Maria die in haar borst knijpt om moedermelk te geven. Zij zou dat onder andere bij Bernardus van Clairvaux hebben gedaan, die immers bad: nostra te esse matrem (=Toon dat gij onze moeder zijt) en zijn lippen tot barsten liet bidden, maar dus getroost werd door de modermelk. Daarnaast Jezus met de bloedwonde. Onderaan wordt uitgebeeld hoe bloed van Jezus en melk van Maria in een fontein terecht komt, waar de twee vloeistoffen mengen en voor de gelovigen bron van leven worden. Niet verder aangevallen of verdedigd, alleen het zeer plastisch geloof dat hier achter zit beschreven.

Een en ander werd prachtig uitgebeeld: kleine portretten mooi vergroot, een boekje met alles goed uitgelegd. Toch was er een soort Dood in Venetië sfeer in het museum: allemaal stil, iedereen mondkapjes op, wat minder publiek omdat we gedoseerd binnen moesten komen, iedere kwartier een beparkt aantal. Ons viel op hoeveel jonge mensen, twintigers en dertigers, er in de tentoonstelling waren

donderdag 8 oktober 2020

Science fiction van Ineke Malsch

Ineke Malsch is een natuurkundige, die zich bezig houdt met ethische kwesties. Om dat op een populariserende manier te doen schreef ze een boek De vooruitkijkspiegel: techno-ethische toekomstverhalen. In 8 hoofdstukken schetst ze 8 technische ontwikkelingen die voor morele problemen kunnen zorgen. Het laatste hoofdstuk gaat over beïnvloeding van mensen doordat hersenstimulators de rol van de individuele hersenen overnemen. Het loopt via een apparaat dat je als een muts op je hoofd zet en dan via je smartphone instructies geeft. Je kunt zo je religie kiezen: moslim, katholiek, hindoe en zo verder. In haar beschrijving kun je dan eventueel de Koran in het Arabisch reciteren, maak je automatisch kruistekens of vliegen de Ave Maria's zo je mond uit. je kunt met het apparaat ook wel agnost worden, maar het gaat dan wel om heel gescheiden circuits. Het verhaal (184-201 in het boek) leest wel lekker weg, maar komt bij mij toch wel erg simpel over.

Een tweede hoofdstuk waarin religie ter sprake komt is het 4e: 'Mijn 3D geprinte hart klopt in eeuwigheid' (58-79), waarin gesuggereerd wordt dat niemand meer hoeft te sterven, want alle organen kunnen hersteld worden of door nieuwe vervangen.  Daar komt een Samantha Spiegel tegen op, die zegt dat de toekomst van mensen in een hemel, het hiernamaals ligt en dat mensen daarnaar moeten verlangen. Een instelling als een hospice, waar mensen stervensbegeleiding krijgen hoeft dus niet ondergronds te zijn en 'het recht op gezondheid mag niet verworden tot een gezondheidsplicht.' (72) Er wordt zelfs gepleit voor het recht op een natuurlijk levenseinde.' (78). Ik vond eerlijk gezegd de beschrijving van dat 'andere leven' nogal traditioneel, zoals Malsch het  traditionele katholicisme wel sterk probeert te beschrijven en daar weinig creatief mee omgaat.

Malsch hield 5 Oktober 2020 een presentatie van haar boek in de Antoniuskerk (nu Stadsklooster geheten) in Utrecht. De katholieke hoofdpastor van Utrecht, Hans Boogers en leke-pastor Gerard Martens waren aanwezih, actief in het rollenspel, waarmee de presentatie begon. In een stijl die het midden houdt van Jules Verne en 1984 komen hier een aantal moderne ontwikkelingen aardig naar voren. De verhalen spelen zich af zo tussen 2040-2050: ik ben benieuwd of ik tegen die tijd nog eens de realiteitswaarde kan bekijken!

Het boek is uitgegeven bij Boekscout in Soest, die het voor een prijs van nauwelijks € 20.00 bij je thuis levert.

zondag 20 september 2020

Burg Eltz: een familiekasteel als dorp

 Van 14-18 September waren Paule en ik in Moezelgebied. Tussen chemo1 en 2 in, dank zij weinig bijverschijnselen van de eerste chemo. Een rivier als een vakantiegebied: met brede fietspaden, waar veel gewandeld wordt. Het landschap is er altijd mooi. Wij hadden als Ferienhaus een huis uit 1450 (begane grond) en vakwerkdeel uit 1659 (vooraan rechts naast de grootse Moseldom in het dorpje Karden: minstens zes Weinstuben, maar geen Bäckerei. Voor het laatste moesten we naar het grotere dorp aan de overkant, Treiss.

Ingesloten door wijngaarden en bos aan de ene kant, de Mosel aan de andere, lijkt het een dorp van bijna historische dimensies, zoals de meeste plaatsjes hier. Speciaal aan Karden was de geschiedenis van de Stiftherren, die de liturgie in de Moseldom verzorgden en een belangrijke functie in het dorp hadden. Ook zij leefden natuurlijk van de prachtige wijngaarden op de hellingen.

Het was een steile weg omhoog van dit dal naar het hoger gelegen  wandelpad, maar wel de moeite waard om het zo ook eens te bekijken.

Een van de fraaiste bezienswaaridigheden is wel de Burg Eltz, vanaf 1150 in bezit van dezelfde familie. Die kreeg in de 13e eeuw drie vertakkingen, maar weer onderverdelingen. Zodoende bestaat de burcht eigenlijk uit zeven torens van ca. 8 verdiepingen: 80 kamers, meestal niet echt groot, met eindeloos veel trapjes. Paule liep niet alleen van de parkeerplaats naar het slot (om ondertussen te genieten van een zicht als vanuit een drone), maar ook alle trappen binnen. De familie had goede smaak, kocht schilderijen van Dürer de oudere, Brusselse gobelins en het lag uiteindelijk op zo'n onpraktische plek in een smal dal, op grote afstand lopens van de Moezel, dat het niet werd aangevallen. Ja, nu wel door toeristen: wij kwamen eerst te laat, toen de wachttijd om 12.00 al meer dan een uur in de felle zon was. Later dus op tijd, al vóór de opening in de rij.


De zeven torens staan rond een klein binnenplein, waar de 1,5 of zelfs 2 meter afstand die gehouden moest worden echt niet kon. Afijn we hebben het allemaal overleefd zonder corona te krijgen! Paule staat hier even te wachten op het binnenplein: we hebben buiten verachting heel veel binnen het kasteel kunnen zien, maar mochten dan geen foto's maken.


Nicolaus Cusanus, filosoof/theologisch en praktisch bestuurder

Naast Meister Eckhart die met de term van negatieve theologie kwam (over God weten we vooral hoe Hij/Zij niet is), wordt Nicolaus Cusanus (1401-1464) wel met die idee gerelateerd. Een bekend werk van hem heet Docta Ignorantia, die uitvoerig schrijven over wat je niet weet. God schiep uit niets, maar wordt dus zelf ook beschreven als de Ganz Andere (Karl Barth) of Niets, de negatieve kant van de zijnde dingen. Je zou bijna aan een zwart gat denken, maar dan een waarin de dingen niet wegduiken ne verdwalen, maar opstijgen.

Hij is geboren in het kleine stadje Kues (paar straten maar), tegenover het iets grotere Bernkastel aan de Moezel. Hij maakte carriere in de kerk: verbinder op het concilie van Florence (1439), pauselijk gezant naar Constantinopel, voordat het onder de voet gelopen werd door de Turken. Hij bracht in 1438 zelf in persoon de Byzantijnse gezant voor het concilie naar Florence, en terug ook. Op diem terugweg kreeg hij ingevingen, visioenen aan boord van het schip en schreef toen zijn Docta Ignorantia. Uiteindelijk Keurvorst-Bisschop van Brixen, nu in Noord-Italië maar toen hoofdstad van Tirol, zowel het Oostenrijkse als Italiaanse deel, en zelf algemeen procurator voor de Pauselijke Staat. Groot bestuurder dus, naast theoloog en filosoof.

In zijn geboortestad is een Cusanus-museum. Het is gevestigd in een rijke stichting, opgericht door Cusanus, zijn broer en een zus: voor 33 'afgeleefde mannen van boven de 50'. Dan denk je aan een bescheiden behuizing voor arme bejaarden, maar het is een prachtig en groots complex, dat nu nog steeds een aantal bejaarden (zij heten in Duitsland senioren) huisvest. Maar er zat bij de schenking ook een aantal stukken grond, vooral wijngaarden. Je kunt er een heel goed glad Heiliger Geist Wein) drinken, het Cusanus Museum is zelfs vooral een wijnmuseum. De bovcenverdieping, waarin de bibliotheek van de man, handgeschreven teksten van hem e.d., was 'vanwege de corona gesloten'. De grote theoloog heeft dus ook zijn praktische kant zelfs na zijn dood ook nog ruimschoots laten werken.


 

Zowel het gebouw-met-kapel als het achterliggende is onderdeel van het Cusanusstift!



 

zaterdag 19 september 2020

De Karelsdom in Aken

Op weg naar een midweek Moezelland, maakten we een stop in Aken om de Karelsdom eens wat rustiger te bekijken. Achteraf vroeg ik me af waarom mijn ouders me Karel Adrianus noemden. Adrianus is een heilige die op 16 januari wordt gevierd. Maar de eerste naam: er is geen Karel in de familie, en eigenlijk is hij ook geen universele kerkelijke heilige. Ja, die contra-reformatie Carolus Borromeus. Maar nu dus toch de Grote. Of: bij nader inzien blijkt mij moeder gehoopt te hebben op nog een meisje (na 6 jongens en 3 meisjes) als no 10, die zou naar haar zelf, Carolien genoemd moeten worden. Een jongetje werd het, en dus Karel.



Op het eerste gezicht is de Dom een verwarrende, in ieder geval een zeer atypische kerk. Bijna tegen elkaar opgepropt gebouwd staan er wel 6 of 7 gebouwen. De grote 8-hoek in het midden, met daarboven de koepel is het indrukwekkendste: de westerse versie van de Aya Sofia. Bovenin met schitterend gouden mozaïek een impressie van de hemel, met de vier evangelisten. Dan nog twee rijen tussenkapellen voordat je op de bodem komt, de plek om dat allemaal te bekijken. Daar staat nog steeds de troon waarop Karel zat omringd door staf, onderdanen, gasten. Zelfs uit het verre Baghdad was er een delegatie van Kalief Harun as-Rashid. Dan is er een priesterkoor, rechts en een grote toren aangebouwd, links. En aan deze zijde nog twee aanbouwsels.



Aan de andere kant staat er een grote Nicolaaskapel, ook al weer een trekpleister voor pelgrims. Karel staat hierboven links, rechts Nicolaas, met Maria in het midden want het schijnt toch een aan Maria gewijde kerk te zijn. Als sacrale en politieke ruimte is het middendeel meer een audiëntiezaal, dan een kerk voor veel mensen. Een pronkzaal, met heel veel goud, edelstenen: de latere middeleeuwen hadden geen gouden munten meer, weinig zilver, omdat volgens Pirenne met Mohammed de verbinding tussen de Middellandse Zee en noordelijk Europa was afgesneden. Maar bij Karel is het een en al pracht: de 24 ouderlingen zingen hier Gods lof. Het schijnt dat Karel vooral van de jacht hield, maar de verbinding tussen de monniken van Ierland en York enerzijds en Byzantium aan de andere kant werd hier wel gemaakt!
Dat gotische koor met de hoge ramen vonden wij wel lijken op de Sainte Chapelle van Parijs, meer bedevaartsoord dan liturgische ruimte. Mooiste is toch de schrijn met de heilige Karel, op wie ik dan toch een beetje trots mag zijn!

zaterdag 5 september 2020

De vaste overtuigingen van Kardinaal en Aartsbisschop Simonis

Deze week stierf Adrianus Simonis op 88-jarige leeftijd. Na zijn 'pensionering'  was hij eerste een aantal jaren in het complex van de Italiaanse Focolare-groep in Kerkdriel bij Den Bosch, maar daarna in een verzorgingstehuis in Voorhout.

Mijn moeder zijn altijd dat 'hij zo mooi kon bidden'. In commentaren werd ook gezegd dat hij liever dorpspastoor was geweest, maar hij werd in de roerige tijd na Vaticanum II aan de top van de katholieke kerk in Nederland gezet, die op zoek was naar een nieuwe visie, nieuwe vormen en een nieuw élan. Hij kon de oude vormen en formuleringen niet echt vernieuwen, en geen eenheid brengen in een sprong voorwaarts, maar bleef oude formuleringen trouw en zag de grote Romana in Nederland verkruimelen. Het enige wat hij kon zeggen was dat de kerk wel meer zware stormen had ondergaan en die had overleefd.

Een twintig jaar geleden werd ik gevraagd een bijeenkomst van pastoraal-werkers in Apeldoorn toe te spreken over pastorale houding ten opzichte van moslim-migranten. Ik benadrukte dat de wortels van de islam in de Joods-Christelijke traditie liggen. Niet voor niets spreekt de moderne islamkunde van een groei vanuit de laat-antieke wereld, niet aan de grens, eigenlijk in het hart het het christendom, dat rond 600 vooral in het oostelijk deel van de Middellandse Zee was gaan bloeien met Antiochië (nu in Turkije/Syrie) en Alexandrië in Egypte als centra. Veel bijbelse verhalen, maar ook ideeën over God als schepper en motor van de geschiedenis delen wij met Moslims. Zijn reactie was bedroevend: "ik moet de professor helaas tegenspreken. De islam is absoluut tegengesteld aan het christendom en kan zich niet aan onze cultuur aanpassen.' Hij citeerde een apologetisch christelijke islamoloog uit de jaren 1930, zonder rechtstreekse kennis van de moslims rond ons heen.


 Vandaag stond er in het tijdschrift van de vroegere Gülen-mensen, DeKanttekening  een bijdrage van Taifun Balcik van diezelfde strekking. In contacten met de kardinaal had hij dezelfde starre mening gehoord. Ondanks het feit dat de Focolare per se een open groep zijn, ook voor andersdenkenden, ook voor moslims, met wie zijn vooral op sociaal en politieke vredes-gebied willen samenwerken, kwam er toch altijd weer die herhaling van achterhaalde standpunten naar voren. Balcik wilde dat toch wel even kwijt, ondanks het gezegde 'dat je over doden eigenlijk niets dan goeds mag zeggen'.

donderdag 27 augustus 2020

TUK

Ik ben bezig om een boek uit 2002 te herschrijven. De korte hoofdstukken van de Koran was een bijproduct van het Islamitisch-Christelijk Leerhuis, dat ik in de jaren 1990 in het tijdschrift Begrip Moslims-Christenen begon. Er kwamen nog drie boeken, bescheiden van omvang: Adam Redivivus, De Jezusverzen van de Koran en een commentaar op soera 2: Een Kleine koran.

Bij de Korte Hoofdstukken (78-114) nam ik oudere vertalingen als basis, maar sommige soera's probeerde ik ook kort en met rijm te vertalen. Het Arabisch van de Koran is heel compact en vertalingen hebben soms wel het dubbele aantal lettergrepen! Er zit ook vrijwel overal eindrijm in die korte, oudste stukken van de Koran. - De Koran wordt voor vroom gebruik in de vastenmaand Ramadan verdeeld in 30 delen: één voor iedere dag. Die delen zijn dus allemaal ongeveer 1/30 van de koran. Het 30e deel wordt het meest van buiten geleerd omdat die hoofdstukken kort zijn (de langste hoofdstukken staan vanaf no 2, dan worden ze korter).

Ik begon nu dus met soera (= hoofdstuk) 78. Sinds ik die eerste versie in 2002 schreef, is er een fantastisch hulpmiddel bijgekomen: het Duitse project Corpus Coranicum, waar allerlei kennis ingestopt wordt: vergelijking van oude handschriften (komt heel weinig nieuws uit: er werd nauwkeurig overgeschreven!), vertalingen en ook TUK: Texte aus der Umwelt des Korans. Voor soera 78 wordt verwezen naar Psalm 104, de scheppingspsalm die hier vers 6-16 als parallel heeft. En vooral stukken uit preken van Efrem de Syrier, die kerkleider van rond 400, dus 200 jaar vóór Mohammed, die veel horror over de hel en lieflijke dingen over het paradijs zei.

78  Het Bericht

 In Gods naam, Erbarmer, Barmhartigheid

 1. Wat vragen zij elkaar?

2. Over het bericht: zwaar,

3. En zij gissen er maar naar.

4. Nee: het wordt openbaar.

5. Zeker: openbaar!

 

6.  Hebben Wij de aarde niet als een bed gemaakt?

7. En iedere berg een staak?

8. En jullie gemaakt als paar?

9. En voor jullie als rust de slaap?

10. En de nacht als dek gemaakt?

11. En de dag voor etenswaar?

12. En boven jullie bouwden Wij zeven hemelen, laag na laag.

13. Daarin de lamp, als vuur zichtbaar.

14 En Wij stuurden uit de wolken water: onstuitbaar.

15. Zodat Wij daarmee leven brengen, vruchtbaar.

16. En tuinen, ontelbaar.

 

17. De dag des oordeels staat vast,

18. De dag dat de trompet blaast.

Dan zullen zij worden opgebracht, allemaal.

19. De hemel gaat open, gat na gat

20. bergen smelten, worden vloeibaar.

 

21. De hel is een hinderlaag.

22. Dé plek van de zondaar;

23. Zij blijven er lang, onafzienbaar.

24. Ze krijgen er verkoeling noch drank.

25. Alleen hitte en stank

26. als bittere dank.

27. Zij hebben naar de afrekening niet getaald,

28. Logen over onze verzen, brutaal.

29. En alles hebben wij in het boek verhaald.

30. Proef maar! Voor jullie alleen  maar straf!

 

31. Maar: voor toegewijden is er toeverlaat

32. Tuin en wijngaard

33. Jonge borsten, van gelijke aard

34. En gevulde bokaal.

35. Zonder ijdel vals gepraat.

36. Loon van je Heer, gift de moeite waard.

 

37. De Heer van hemel en aarde en wat er tussen ligt;

De Barmhartige, hij kent geen tegenspraak.

38. De dag waarop de geest en de engelen in rijen staan

Niemand spreekt dan behalve wie het door de Barmhartige is toegestaan.

39. Dat is de dag der waarheid. Wie wil neme hun Heer als toeverlaat.

40. Zeker, Wij hebben jullie gewaarschuwd voor de nabije ramp,

De dag waarop de mens tegenkomt wat vóór hem is.

En de ongelovige zal zeggen: ‘Was ik maar tot stof gemaakt!’


Op zoek naar de (leer van de) echte Mohammed

 Reculer pour mieux sauter of wel: een stapje terug doen om beter naar voren te kunnen springen, is volgens Clifford Geertz ook de normale manier van religieuze vernieuwing. Salafisme of 'de leer van de ouderen' is daar een voorbeeld van. Weg met de vier rechtscholen uit de 9e eeuw, weg met de Griekse filosofie die in de Godsleer van moslims is binnengekomen (en zo via Thomas Aquinas ook in de katholieke leer), maar alleen de Koran en de echte uitspraken van Mohammed.

Twee onderzoekers van NTA (ik dacht: Najib Tuzani Advies, maar het blijkt te zijn Nuance Training en Advies) kregen opdracht van het Ministerie van Sociale Zaken een rapport te schrijven. Het verscheen deze week: Moskeeën in Verandering. 135 blz. op internet te lezen. Alles volledig anoniem: geen namen van personen of moskeeën. Net zoals in christelijke kerken (ook de Utrechtse Janskerk) is de liberale vernieuwing gestokt (en kaatt plaats voor de bevindelijkheid van Taizé of de Alfa-cursus), zo gaan jongeren in Nederlandse moskeeën ook op zoek naar iets stevigs, vertrouwd, met een radikaler klank. Ik verbaasde me over sommige aanbevelingen. Zo zou de Nederlandse staat weer een imamopleiding moeten gaan opstarten. Net zoals in Leiden en aan de VU vergeefs is geprobeerd om samen met wat moskeeën een opleiding te beginnen. Dat is allemaal opgehouden. De enige die nog draait is de IUR, Islamitische Universiteit in Rotterdam, maar die wordt niet genoemd. Mag dat niet van de ambtenaren?

De nadruk ligt hier op de moskee, waarin jongeren af en toe wat salafistische kopstukken uitnodigen om leven in de brouwerij te krijgen, soms tegen de zin en bedoeling van het moskeebestuur. Ik vraag me af hoe dat zal gaan: nu zijn de moskeeën al zes maanden dicht. Gaat dat nog wel weer lopen volgend jaar? Het woord corona komt hier niet in voor!

Ik herlas afgelopen week de biografie van Mohammed door Kader Abdolah: fantastisch leesgenot. Er staan heel veel mooie zinnen in over de Koran, dat vooral. Blz. 193: 'Van de ene op de andere dag hadden de Arabieren een boodschapper gekregen met een Boek dat mooier en krachtiger was dan het Boek van de Joden. Want de mensen hadden geen enkele kennis van de Tora, maar de Koranteksten die in Balal met zijn heerlijke stem voordroeg, waren zo opwindend, zo geheimzinnig dat geen andere tekst de schoonheid ervan kon overtreffen.' 

Sommige vage mogelijkheden worden aangedikt in dit verhaal. Zo hoofdstuk 15 (van de 91: meestal 2-4 bladzijden!), over de eerste echtgenote van Mohammed: Ghadidje leest de bijbel voor. Mohammed kon niet lezen, zijn vrouw wel en had een 'bijbel', waaruit zij Mohammed voorlas: 'Hij las heel traag, bleef lang bij de woorden hangen. Hij las geen zinnen of woorden, maar letters. Hij was geen lezer, maar een redenaar.'

Maar 1/3 van het boek gaat over de Medinatijd. 198: 'De Mohammed van Medina was niet meer te vergelijken met de Mohammed van Mekka'. Als Snouck Hurgronje die schreef dat Mohammed zijn profetenmantel in Mekka achterliet en politiek leider werd. Dan zegt Aisjah, zijn jonge nieuwe bruid: 'Mijn man is dik geworden' (221). Dan komende intriges, de veldslagen, de vrouwen-affaires, die Abdolah bijna met tegenzin beschrijft. Maar hij stopt er tot het laatste veel Koran in. Want die blijft.